Maandag 24 november

Maandag 24 november
1 / 35
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Maandag 24 november

Slide 1 - Slide

Summative lezen
+ voorbereiden FORMATIVE testweek

Slide 2 - Slide

Kies één opdracht uit. Kies een geschikt teksttype uit de opties die onder de opdracht staan. Gebruik 70 tot 150 woorden.

1.
Bij een schoolfeest heb je twee toegangskaartjes gewonnen voor een sportevenement. Schrijf een tekst waarin je een vriend uitnodigt om met je mee te gaan. Leg uit hoe je naar het stadion reist en waarom je dit een leuke sport vindt.

Ansichtkaart
Social media post
Toespraak






2.
Je hebt vorige week gegeten in een uniek restaurant bij jou in de buurt en je wil iedereen in de schoolkookclub erover vertellen. Schrijf een tekst om uit te leggen waarom dit een bijzonder restaurant is en waarom iedereen hier zou moeten eten.

Ansichtkaart
Blog
Toespraak



3.
Elke zomer bezoek je je opa en oma die in Nederland wonen. Dit jaar ga je voor het eerst zonder je ouders. Je opa en oma kijken erg uit naar je bezoek. Schrijf een tekst over de dingen die je samen kunt doen en vertel hoe je het ervaart om alleen op reis te gaan.

Ansichtkaart
Blog
E-mail



4.
Je hebt een advertentie voor een baantje in de supermarkt gezien. Het is precies wat je zoekt en het lijkt je leuk om in een supermarkt te werken. Schrijf een tekst om jezelf te introduceren en leg uit waarom je geschikt bent voor deze baan.

Blog
Profielschets
Toespraak


Slide 3 - Slide


2.
Je hebt vorige week gegeten in een uniek restaurant bij jou in de buurt en je wil iedereen in de schoolkookclub erover vertellen. Schrijf een tekst om uit te leggen waarom dit een bijzonder restaurant is en waarom iedereen hier zou moeten eten.

Ansichtkaart
Blog
Toespraak








3.
Elke zomer bezoek je je opa en oma die in Nederland wonen. Dit jaar ga je voor het eerst zonder je ouders. Je opa en oma kijken erg uit naar je bezoek. Schrijf een tekst over de dingen die je samen kunt doen en vertel hoe je het ervaart om alleen op reis te gaan.

Ansichtkaart
Blog
E-mail



4.
Je hebt een advertentie voor een baantje in de supermarkt gezien. Het is precies wat je zoekt en het lijkt je leuk om in een supermarkt te werken. Schrijf een tekst om jezelf te introduceren en leg uit waarom je geschikt bent voor deze baan.

Blog
Profielschets
Toespraak


Slide 4 - Slide




3.
Elke zomer bezoek je je opa en oma die in Nederland wonen. Dit jaar ga je voor het eerst zonder je ouders. Je opa en oma kijken erg uit naar je bezoek. Schrijf een tekst over de dingen die je samen kunt doen en vertel hoe je het ervaart om alleen op reis te gaan.

Ansichtkaart
Blog
E-mail





4.
Je hebt een advertentie voor een baantje in de supermarkt gezien. Het is precies wat je zoekt en het lijkt je leuk om in een supermarkt te werken. Schrijf een tekst om jezelf te introduceren en leg uit waarom je geschikt bent voor deze baan.

Blog
Profielschets
Toespraak


Slide 5 - Slide


4.
Je hebt een advertentie voor een baantje in de supermarkt gezien. Het is precies wat je zoekt en het lijkt je leuk om in een supermarkt te werken. Schrijf een tekst om jezelf te introduceren en leg uit waarom je geschikt bent voor deze baan.

Blog
Profielschets
Toespraak


Slide 6 - Slide

Wanneer eet je het ontbijt?
A
's ochtends
B
's middags
C
's avonds

Slide 7 - Quiz


A
Waddeneilanden
B
Flevoland
C
Afsluitdijk

Slide 8 - Quiz


A
Vlieland
B
Texel
C
Zeeland
D
Flevoland

Slide 9 - Quiz

Wat is de echte naam van Sinterklaas?
A
Sint Nico
B
Sint Maarten
C
Sint Nicolaas
D
Sinterklaas

Slide 10 - Quiz

Op welke datum is
Sinterklaas jarig?
A
1 December
B
6 December
C
24 december
D
5 november

Slide 11 - Quiz

Hoe heet het paard van
Sinterklaas ?
A
Ozosnel
B
Rudolf
C
Goed weer vandaag
D
Pedro

Slide 12 - Quiz

Met wat voor een boot komt Sinterklaas naar België?
A
Roeiboot
B
Vrachtschip
C
Stoomboot
D
Zeilboot

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Slide

stemmen
ik stem
A
jij stem
B
jij stemt

Slide 15 - Quiz

Wat is de juiste vervoeging van het werkwoord 'lezen' voor 'wij'?
A
Wij lees
B
Wij lezen
C
Wij leest

Slide 16 - Quiz

Hoe vervoeg je het werkwoord 'schilderen' in de tegenwoordige tijd?
A
Jij schildert
B
Jij schilderen
C
Ik schilder
D
Ik schilderen

Slide 17 - Quiz


Vervoeg in de tegenwoordige tijd.
A
vind
B
vint
C
vindt
D
vond

Slide 18 - Quiz


Is dit een kunstwerk van Leonardo da Vinci?
A
Ja
B
Nee

Slide 19 - Quiz

Leonardo Da Vinci
A
De Nederlandse opstand
B
Reformatie
C
Renaissance
D
Begin Europese expansie

Slide 20 - Quiz

Leonardo Da Vinci was een:
A
Politicus
B
Homo Universalis
C
Handelaar
D
Schilder

Slide 21 - Quiz

Leonardo da Vinci

Slide 22 - Mind map

Slide 23 - Link

Sinterklaas

Slide 24 - Mind map

Leonardo

Slide 25 - Mind map

deze les

Slide 26 - Mind map

Slide 27 - Link

Slide 28 - Link

verkiezingen (elections)

Slide 29 - Mind map

Slide 30 - Video

Slide 31 - Video

verkiezingen (elections)

Slide 32 - Mind map

Slide 33 - Link

Slide 34 - Link

Stencils

Slide 35 - Slide