Hoofdstuk 8.1.2.3.4.5.6

Hoofdstuk 8.1.2.3.4.5.6
Alles nog even herhalen!!
1 / 17
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 8.1.2.3.4.5.6
Alles nog even herhalen!!

Slide 1 - Slide

bedrag = 250 + aantal x 15     is stijgend



bedrag = - 150 + 7,50 x aantal     is dalend



aantal x 5 + 200 = bedrag       is dalend
Denk je dat het klopt zet een groen vinkje, denk je dat het fout is zet een rood kruisje

Controleer de volgende beweringen
?
?
?

Slide 2 - Drag question

Wat is een variabele?
A
Een waarde die kan veranderen
B
Een tijdschrift
C
Een vaste waarde
D
Een naam

Slide 3 - Quiz

Wat is het begingetal?
Wat is het stijggetal?
Hoeveel krijgt Piet per uur?
Wat is het vaste bedrag
Wat zijn de inkomsten van Piet
wat is de variabele?

Slide 4 - Drag question

Aantal rondjes
0
1
2
3
4
5
bedrag in € 
10
14
18
22
26
30
bedrag = 10 + 4 x aantal rondjes.
bedrag = 4 + 10 x aantal rondjes.
Sleep dit vakje naar de juiste som!

Slide 5 - Drag question

Lamisha gaat op donderdag pizza's bezorgen. Ze krijgt €3,50 als vast bedrag en €0,90 per pizza.
Om haar inkomsten te berekenen gebruikt ze inkomsten in €
Wat wordt de formule om Lamisha haar inkomsten te berekenen?
=
+
x
aantal pizza's
Inkomsten in €
€3,50
€0,90

Slide 6 - Drag question

Nikki en Laura zijn op vakantie en willen een auto huren. Op een advertentie zien zij dat ze bij een autobedrijf voor elke kilometer die zij rijden 1,20 euro moeten betalen. Het vaste bedrag dat zij betalen is 40 euro. Hoe ziet de formule eruit?
+
X        
=
40 euro
1.20 euro
aantal km's
Totale kosten huur auto in Euro's

Slide 7 - Drag question

Noa krijgt €6,50 per uur en krijgt eenmalig 12€ fooi.
Wat is de formule die hierbij past om haar salaris uit te rekenen? 

bedrag in euro's =
€6,50
aantal uur
€12,- + 

Slide 8 - Drag question

Elin gaat op donderdag pizza's bezorgen. Ze krijgt €3,50 als vast bedrag en €0,90 per pizza.
Om haar inkomsten te berekenen gebruikt ze inkomsten in €
Wat wordt de formule om Elin haar inkomsten te berekenen?
=
+
x
aantal pizza's
Inkomsten in €
€3,50
€0,90

Slide 9 - Drag question

.Sleep de juiste formule naar het vak van de tabel.
t
0
1
2
3
4
bedrag
150
190
230
270
310
formule die bij de tabel horen
verkeerde formules 

Slide 10 - Drag question

Vast bedrag
prijs per maand

Slide 11 - Drag question

Stijgend
Dalend
Stijgt of daalt de grafiek?
1 + aantal uren x 3 = totale bedrag
275 + aantal minuten x 50 = totale bedrag
 27 - aantal dagen x 2 = hoogte

Slide 12 - Drag question


Allerlei woordformules
oefenen 
Van welke formule is het stijggetal 70?
2
A
kosten in € = 2 + 55 x tijd in dagen
B
temperatuur in graden = 70 - 2 x tijd in minuten
C
verdiensten in € = 3 + 70 x tijd in uren
D
lengte in cm = 55 + 3 x tijd in maanden

Slide 13 - Quiz


Allerlei woordformules
oefenen 
Welke formule heeft het hoogste begingetal?
6
A
kosten in € = 2 + 55 x tijd in dagen
B
temperatuur in graden = 70 - 2 x tijd in minuten
C
verdiensten in € = 3 + 70 x tijd in uren
D
lengte in cm = 55 + 3 x tijd in maanden

Slide 14 - Quiz

Schrijf de volgende woordformules korter op:
Kosten in euro’s = 3 + 0,50 x aantal foto’s

A
K = 3 + 0,50F
B
Kosten=3+0,50xaantal foto's
C
K=3-O,50xF
D
K=3euro+0,50xF

Slide 15 - Quiz

De twee woordformules zijn bijna hetzelfde.
Beltegoed (€) = 25-0,20x tijd(minuten)
Beltegoed (€) = 50-0,20x tijd(minuten)
Wat is het verschil?

A
Het begingetal is verschillend
B
Het daalgetal is verschillend

Slide 16 - Quiz

prijs in € = 15 + 7,50 x aantal lessen
De lessen worden €2,50 goedkoper
Welk getal verander er?
A
begingetal
B
stijggetal
C
€7,50
D
€15,00

Slide 17 - Quiz