Slotopdracht DISK Overtuigen

Slotopdracht DISK Overtuigen
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 12 slides, with text slides.

Items in this lesson

Slotopdracht DISK Overtuigen

Slide 1 - Slide

1. Om de beurt probeert een leerling de klas te overtuigen van zijn of haar mening over een onderwerp.


2 .Leerlingen kunnen daarbij steeds kiezen uit twee stellingen. Niet alle leerlingen hoeven een andere stelling te hebben. Het is ook leuk om verschillende meningen en
 argumenten te horen over dezelfde stelling. Geef leerlingen korte tijd om na te denken, één minuut.


3. Dan krijgt elke leerling de beurt om de klas te overtuigen. Hij of zij krijgt hiervoor één minuut de tijd. Gebruik de digitale stopwatch (zie taak 1).

Geef geen uitgebreide feedback. Geef vooral veel complimenten en let op de toon en de lichaamstaal. Betrek ook de andere leerlingen hierbij. 
Lesdoelen:
Ik kan mijn mening duidelijk geven over een onderwerp.
Ik kan minstens twee argumenten noemen om mijn mening te ondersteunen.
Ik kan in ongeveer één minuut een klas proberen te overtuigen.
Ik kan signaalwoorden gebruiken, zoals want, omdat, daarom, ten eerste, bovendien, maar.
Ik kan op een rustige en passende manier spreken voor de groep.
Ik kan luisteren naar de mening van anderen en daar respectvol op reageren.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Start en uitleg van de opdracht (5 min.)
Vandaag ga je de klas overtuigen van jouw mening. 
Je kiest een stelling, bedenkt argumenten en spreekt daar één minuut over. Het gaat niet om winnen, maar om duidelijk, overtuigend en respectvol spreken.
Je krijgt 1-2 minuten voorbereidingstijd
Daarna spreekt iedere leerling maximaal 1 minuut
Het doel is: de klas overtuigen
De klas luistert actief en geeft na afloop een kort compliment

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld:

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Wat maakt dit overtuigend?

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Overtuigend:
duidelijke mening
minstens 2 argumenten
signaalwoorden
rustige stem
oogcontact
duidelijke houding

Slide 6 - Slide

This item has no instructions





Honden zijn vieze dieren.  




Honden zijn leuke dieren.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 7 - Slide

1. Om de beurt probeert een leerling de klas te overtuigen van zijn of haar mening over een onderwerp.


2 .Leerlingen kunnen daarbij steeds kiezen uit twee stellingen. Niet alle leerlingen hoeven een andere stelling te hebben. Het is ook leuk om verschillende meningen en argumenten te horen over dezelfde stelling. Geef leerlingen korte tijd om na te denken, één minuut.


3. Dan krijgt elke leerling de beurt om de klas te overtuigen. Hij of zij krijgt hiervoor één minuut de tijd. Gebruik de digitale stopwatch (zie taak 1).






Roken is stoer.




  Roken is voor domme mensen.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 8 - Slide

1. Om de beurt probeert een leerling de klas te overtuigen van zijn of haar mening over een onderwerp.


2 .Leerlingen kunnen daarbij steeds kiezen uit twee stellingen. Niet alle leerlingen hoeven een andere stelling te hebben. Het is ook leuk om verschillende meningen en argumenten te horen over dezelfde stelling. Geef leerlingen korte tijd om na te denken, één minuut.


3. Dan krijgt elke leerling de beurt om de klas te overtuigen. Hij of zij krijgt hiervoor één minuut de tijd. Gebruik de digitale stopwatch (zie taak 1).

Geef geen uitgebreide feedback. Geef vooral veel complimenten en let op de toon en de lichaamstaal. Betrek ook de andere leerlingen hierbij. 





Telefoons in de klas zijn geen probleem.




  Telefoons moeten uit tijdens de les.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 9 - Slide

1. Om de beurt probeert een leerling de klas te overtuigen van zijn of haar mening over een onderwerp.


2 .Leerlingen kunnen daarbij steeds kiezen uit twee stellingen. Niet alle leerlingen hoeven een andere stelling te hebben. Het is ook leuk om verschillende meningen en argumenten te horen over dezelfde stelling. Geef leerlingen korte tijd om na te denken, één minuut.


3. Dan krijgt elke leerling de beurt om de klas te overtuigen. Hij of zij krijgt hiervoor één minuut de tijd. Gebruik de digitale stopwatch (zie taak 1).






Een bijbaan is goed voor je. 




  Een bijbaan is slecht voor je prestaties op school.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 10 - Slide

1. Om de beurt probeert een leerling de klas te overtuigen van zijn of haar mening over een onderwerp.


2 .Leerlingen kunnen daarbij steeds kiezen uit twee stellingen. Niet alle leerlingen hoeven een andere stelling te hebben. Het is ook leuk om verschillende meningen en argumenten te horen over dezelfde stelling. Geef leerlingen korte tijd om na te denken, één minuut.


3. Dan krijgt elke leerling de beurt om de klas te overtuigen. Hij of zij krijgt hiervoor één minuut de tijd. Gebruik de digitale stopwatch (zie taak 1).






Thuis een film kijken is leuker dan in de bioscoop. 




 Een film kijken in de bioscoop is leuker dan thuis.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 11 - Slide

1. Om de beurt probeert een leerling de klas te overtuigen van zijn of haar mening over een onderwerp.


2 .Leerlingen kunnen daarbij steeds kiezen uit twee stellingen. Niet alle leerlingen hoeven een andere stelling te hebben. Het is ook leuk om verschillende meningen en argumenten te horen over dezelfde stelling. Geef leerlingen korte tijd om na te denken, één minuut.


3. Dan krijgt elke leerling de beurt om de klas te overtuigen. Hij of zij krijgt hiervoor één minuut de tijd. Gebruik de digitale stopwatch (zie taak 1).






Social media zijn de leukste uitvinding van de eeuw. 
 



Social media kunnen problemen geven.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 12 - Slide

1. Om de beurt probeert een leerling de klas te overtuigen van zijn of haar mening over een onderwerp.


2 .Leerlingen kunnen daarbij steeds kiezen uit twee stellingen. Niet alle leerlingen hoeven een andere stelling te hebben. Het is ook leuk om verschillende meningen en argumenten te horen over dezelfde stelling. Geef leerlingen korte tijd om na te denken, één minuut.


3. Dan krijgt elke leerling de beurt om de klas te overtuigen. Hij of zij krijgt hiervoor één minuut de tijd. Gebruik de digitale stopwatch (zie taak 1).