W2 - L2: Vooronderstellingen en implicaties

Welkom
A: Wat is de vooronderstelling: 
"Langhout is filosofie docent, dus hij leest veel."
B: Geef de drie kenmerken van een filosofische vraag.
C: Wat is de implicatie: "
1 / 19
next
Slide 1: Slide
FilosofieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Welkom
A: Wat is de vooronderstelling: 
"Langhout is filosofie docent, dus hij leest veel."
B: Geef de drie kenmerken van een filosofische vraag.
C: Wat is de implicatie: "

Slide 1 - Slide

Welkom
A: Leg uit wat een vooronderstelling is.
Een aanname die je niet hardop uitspreek en die niet ter discussie staat.

B: Geef de drie kenmerken van een filosofische vraag.
1. Meerduidig
2. Argumenten, geen smaak
3. Zinvol/betekenisvol
C: Leg uit waarom filosofen vooronderstellingen onderzoeken.
Omdat we alles willen kunnen bediscussiëren. 

Slide 2 - Slide

  1. Herhaling
  2. Huiswerk bespreken
  3. Uitleg: implicaties
  4. Aan de slag
  5. Verhaal: Socrates en Eutyphro
Programma

Slide 3 - Slide

Huiswerk

Slide 4 - Slide

Leerdoelen

Slide 5 - Slide

Is het goed om dieren te eten?
Implicaties
Ali:
"Ik denk dat dieren net zo veel pijn en emoties ervaren als mensen."
Boaz:
"Ik denk dat dieren niet echt door hebben wat er met ze gebeurd en ze geen pijn voelen."

Slide 6 - Slide

Implicatie: Het gevolg van een geloof of definitie voor onze acties of denken.
Bijvoorbeeld: 
  • Ali denk dat dieren ook pijn voelen. de implicatie is dat het niet goed is dieren te eten.
  • Boaz denkt dat dieren geen pijn voelen. de implicatie is .....
Implicatie

Slide 7 - Slide

Implicatie: Het gevolg van een geloof of definitie voor de actief of denken.
Bijvoorbeeld: 
  • Ali denk dat dieren ook pijn voelen. de implicatie is dat het niet goed is dieren te eten.
  • Boaz denkt dat dieren geen pijn voelen. de implicatie is dat het goed is om dieren te eten.
Implicatie

Slide 8 - Slide

Implicatie: Het gevolg van een geloof of definitie voor de actief of denken.

Vraag jezelf:
Als ik X geloof
-Wat geloof ik dan nog meer?
-Wat moet ik dan doen?
Implicatie

Slide 9 - Slide

Implicatie: Het gevolg van een geloof of definitie voor de actief of denken.
  • Als ik alleen een diploma haal door huiswerk te maken dan...
  • Als dokters harder werken dan docenten dan...
  • Als God perfect en almachtig is dan...
Implicatie

Slide 10 - Slide

  1. Als ik geloof dat het morgen gaat regenen, dan …
  2. Als ik geloof dat gezond eten belangrijk is, dan …
  3. Als ik geloof dat mijn vrienden eerlijk tegen mij moeten zijn, dan …
  4. Als ik geloof dat je voor een toets moet leren om een goed cijfer te halen, dan …
  5. Als ik geloof dat iedereen recht heeft op dezelfde kansen, dan …
  6. Als ik geloof dat dieren pijn kunnen voelen, dan …
  7. Als ik geloof dat mensen altijd vrij zijn om zelf te kiezen, dan …
  8. Als ik geloof dat geluk het belangrijkste doel in het leven is, dan …
  9. Als ik geloof dat een handeling alleen goed is als de gevolgen goed zijn, dan …
  10. Als ik geloof dat we alleen iets kunnen weten als we het zelf kunnen waarnemen, dan …
Opdracht:

Slide 11 - Slide

Leerdoelen

Slide 12 - Slide

Een filosoof analyseert uitspraken of begrippen met:
Begripsanalyse
Begrip: "De mens is een wezen met een ziel."

Vooronderstelling: Wat gelooft deze spreker waardoor hij dit zegt?
Implicatie: Wat moet de spreker nog meer geloven/ doen/ denken?

Slide 13 - Slide

Een filosoof analyseert uitspraken of begrippen met:
Begripsanalyse
Begrip: "De mens is een wezen met een ziel."

Vooronderstelling: De ziel bestaat

Implicatie: Als ons lichaam dood gaat kan de ziel naar de hemel.

Slide 14 - Slide

Een filosoof analyseert uitspraken of begrippen met:
Begripsanalyse
Begrip: "De koning is gekozen door God."

Vooronderstelling: 

Implicatie: 

Slide 15 - Slide

Maak het werkblad 'Begripsanalyse'
Aan de slag

Slide 16 - Slide

Eutyphro dilemma

Slide 17 - Slide

"Is het goede goed omdat de goden dat vinden?"
Implicatie: 
Eutyphro dilemma
"Of vinden de goden het goede goed omdat het goed is?
Implicatie:

Slide 18 - Slide

"Is het goede goed omdat de goden dat vinden?"
Implicatie: Als de goden moorden goed vinden is dat opeen goed.
Eutyphro dilemma
"Of vinden de goden het goede goed omdat het goed is?
Implicatie: Er is iets machtiger dan de goden.

Slide 19 - Slide