werkwoordspelling les 2 H4

Werkwoordspelling H4
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Werkwoordspelling H4

Slide 1 - Slide

De infinitief
- Hele werkwoord tegenwoordige tijd
- Nooit een persoonsvorm
- vluchten, lopen, eten

Slide 2 - Slide

Jochem moet zich melden.
Wat is melden?
A
pvtt
B
pvvt
C
infinitief
D
voltooid deelwoord

Slide 3 - Quiz

Laat de fiets maar lekker roesten.
Wat is 'laat' en 'roesten'?
A
pvtt en infinitief
B
infinitief en gebiedende wijs
C
pvvt en infinitief
D
gebiedende wijs en infinitief

Slide 4 - Quiz

Infinitief of pvtt?
Die slakken in de tuin bestrijden we met speciale korrels.
A
pvtt
B
infinitief

Slide 5 - Quiz

Wat is de infinitief?
Wij hoeven daar niet aan te denken.
A
hoeven
B
denken

Slide 6 - Quiz

Noteer de infinitief.
De agenten spoorden de voorbijgangers aan te om te helpen.

Slide 7 - Open question

Persoonsvorm verleden tijd

Slide 8 - Slide



Haal van het hele werkwoord -en af (je houdt dan de stam over).
Zit de laatste letter in 'T SeXy FoKSCHaaP?
Ja! Schrijf in de verleden tijd ik-vorm + te(n)
Nee! Schrijf in de verleden tijd ik-vorm + de(n)

Slide 9 - Slide

bereiden

bereiden -en = bereid
Zit de laatste letter in 
't sexy fokschaap?
Nee, dus:
ik-vorm + de(n)
(ik) bereidde / (wij) bereidden
barsten

barsten -en = barst
Zit de laatste letter in 
't sexy fokschaap?
Ja, dus:
ik-vorm + te(n)
(ik) barstte / (wij) barstten

Slide 10 - Slide

De brandweerlieden (bevrijden pvvt) de automobilist uit zijn auto.
A
bevrijde
B
bevrijdde
C
bevrijden
D
bevrijdden

Slide 11 - Quiz

Tot voor kort (verlichten pvvt) één schemerlamp mijn hele kamer.

Slide 12 - Open question

Hij (verhuizen) vorige week naar Breda.

Slide 13 - Open question

Hij (faxen) dat jullie gisteren heel goed (bridgen).

Slide 14 - Open question

Het bijvoeglijk naamwoord
       -en           de jongen is gevallen - de gevallen jongen
       -t               de cadeaus zijn verloot - de verlote cadeaus
       -d              het vliegtuig is geland - het gelande vliegtuig
Zo kort mogelijk

Slide 15 - Slide

De militairen brachten de (bevrijden) gijzelaars terug.
A
bevrijden
B
bevrijdden
C
bevrijde
D
vrijdde

Slide 16 - Quiz

Ik kan niet goed studeren in mijn slecht (verlichten) kamer.
A
verlichten
B
verlichte
C
verlichtte
D
verlichtten

Slide 17 - Quiz

Eet jij die (verrotten) appel op?
A
verrote
B
verroten
C
verrotte
D
verrotten

Slide 18 - Quiz

Huiswerk
Maak H4 Werkwoordspelling (online)
Toets maandag 8-2

Slide 19 - Slide