Laatste les voor toets 2HV

mardi, le 16 mars 2021
DHV2S
1 / 31
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

mardi, le 16 mars 2021
DHV2S

Slide 1 - Slide

le programme d'aujourd'hui

  • overhoren vocabulaire A,B,E,F
  •  répéter: ontkenning
  • tijd over? > pubquiz!

Slide 2 - Slide

les objectifs/de leerdoelen:
- ik ken de woordjes van chapitre 5 FR-NL 
- ik herhaal de ontkenning en weet hoe ik deze zelf kan toepassen in een zin
- Ik ken de vertaling van: niet, nog niet, nooit, niet meer, niets 

Slide 3 - Slide

la fièvre
A
het bier
B
de koorts
C
de verpleegster
D
het vriest

Slide 4 - Quiz

fatigué(e)
A
vermoeid
B
gebrekkig
C
ziek
D
misselijk

Slide 5 - Quiz

Vertaal: repose-toi

Slide 6 - Open question

vertaal: améliorer

Slide 7 - Open question

vertaal: le dos

Slide 8 - Open question

vertaal: la jambe

Slide 9 - Open question

vertaal: les réseaux sociaux

Slide 10 - Open question

de ontkenning
ik ben niet ziek
je NE suis PAS malade

Hoe zat het ook alweer? Even opfrissen, daarna testen!

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

1
2
3
4
il
ne
parle
pas

Slide 13 - Drag question

1
2
3
4
tu
ne
manges
pas

Slide 14 - Drag question

nooit, niet meer, niets, nog niet
niet = ne .... pas
nooit = ne ... jamais
niet meer =  ne ... plus (+)
niets = ne.... rien
nog niet = ne .... pas encore

Slide 15 - Slide

nooit, niet meer, niets, nog niet
je suis malade                                ik ben ziek                   elle est malade
je ne suis pas malade                 ik ben niet ziek          elle n'est pas..
je ne suis jamais malade           ik ben nooit ziek
je ne suis plus malade                ik ben niet meer ziek
je ne suis pas encore malade ik ben nog niet ziek

je ne mange rien                           ik eet niets

Slide 16 - Slide

2

Slide 17 - Video

00:28
n'y pense plus
betekent
A
denk er nooit meer aan
B
denk er meer aan
C
denk er niet meer aan
D
denk er niet aan

Slide 18 - Quiz

01:01
je suis ton ami
betekent
A
ik ben jouw vriend
B
ik ben zijn vriend
C
ik ben je vriendin
D
ik ben je broer

Slide 19 - Quiz

1

Slide 20 - Video

01:01
je ne fais ça plus jamais
A
dat doe ik nog eens
B
dat doe ik nooit meer
C
dat doe ik nooit
D
dat doe ik niet meer

Slide 21 - Quiz

ne ... jamais
ne ... plus
ne ... rien
ne ... pas encore
nooit
niet meer
niets
nog niet

Slide 22 - Drag question

wat is de persoonsvorm?
dat moet je weten, omdat ne.... pas eromheen staat (ezelsbruggetje: de hamburger en het broodje!)
ik ben = je suis
je = onderwerp
suis = persoonsvorm = 1e werkwoord in de zin 
je ne suis pas

Slide 23 - Slide

29b wat is de persoonsvorm?
je suis malade
je
suis
malade

Slide 24 - Poll

wat is de persoonsvorm?
tu as mal au genou?
A
tu
B
as
C
mal
D
au genou?

Slide 25 - Quiz

wat is de persoonsvorm?
Je vais chez le médecin
A
je
B
vais
C
chez
D
le médecin

Slide 26 - Quiz

maak ontkennend met ne.... pas;
je suis malade

Slide 27 - Open question

maak ontkennend met ne... jamais:
je suis malade

Slide 28 - Open question

maak ontkennend met ne... plus
je suis en forme

Slide 29 - Open question

Les devoirs
leren voor de toets!

Slide 30 - Slide

heb je wat geleerd deze les?
hadden we les dan?
ja ik denk dat ik het snap
nee ik snap het nog niet

Slide 31 - Poll