Les 2

1 / 20
next
Slide 1: Slide
StudielessenPraktijkonderwijsLeerjaar 4,5

This lesson contains 20 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              

                         Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
  • Inloggen in LessonUp met de code
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
  • Voorkennis activeren 
  • Leerdoel van de les 
  • Theorie meer of minder + groot naar klein
  • Aan de slag
  • Theorie afronden met gehele getallen
  • Aan de slag
  • # Exit ticket

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

VOORKENNIS
Vorige les hebben we gekeken waar getallen staan en wat cijfers waard zijn. 
Vandaag gaan we getallen met elkaar vergelijken.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Voorkennis activeren
  1. Welk getal ligt verder naar rechts op de getallenlijn?
    35 of 53
  2. Welk cijfer heeft de meeste waarde in 482?
    4, 8 of 2
  3. Zet op de getallenlijn:
    20, 50, 80
schrijf je 
antwoordt op het wisbordje

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  • Ik kan zien welk getal meer of minder is.
  • Ik kan getallen van klein naar groot zetten.
  • Ik kan hele getallen afronden op tientallen en honderdtallen.

Slide 6 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Inleiding
Je gebruikt getallen elke dag. Bijvoorbeeld als je kijkt naar prijzen, geld, afstanden of aantallen.

Soms wil je weten:
Welk getal is meer?
Welk getal is minder?
Wat is het laagste of hoogste bedrag?
En soms hoef je het precieze getal niet te weten. Dan kun je afronden.

Vandaag leer je getallen vergelijken, op volgorde zetten en afronden.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

           Meer of minder
Welk getal is meer? 
485 of 720
720 is meer dan 485

Welk getal is minder?
1.250 of 860
860 is minder dan 1.250


485 heeft 4 honderdtallen.<div>720 heeft 7 honderdtallen.</div><div><br /></div><div>7 is meer dan 4.</div><div><br /></div><div>Dus:</div><div>720 is meer dan 485.</div>
Kijk eerst naar het eerste cijfer.<div><br /></div><div>860 heeft 8 honderdtallen.</div><div>1.250 heeft 1 duizendtal.</div><div><br /></div><div>1 duizendtal is meer dan 8 honderdtallen.</div><div><br /></div><div>Dus:</div><div>860 is minder dan 1.250.<br /><div><br /></div><div>Dus:</div><div>720 is meer dan 485.</div></div>

Slide 8 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


          Groot naar klein en klein naar groot
Klein naar groot betekent: het getal wordt steeds groter.
Groot naar klein betekent: het getal wordt steeds kleiner.

845, 327, 691, 154       

  1. Zet in de juiste volgorde van groot naar klein
  2. 845 → 691 → 327 → 154
  3. Zet in de juiste volgorde van klein naar groot
  4.  154 → 327 → 691 → 845

Slide 9 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


          Laag naar hoog en hoog naar laag

Slide 10 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Aan de slag
Startrekenen Entree vanaf blz. 14

Maak opdracht 7 en 8

Slide 11 - Slide

6. Actieve verwerking

De docent maakt expliciet hoe de 
leerstof actief verwerkt dient te worden.  
De docent heeft gemodelleerd. De leerlingen gaan nu actief inoefenen.
Er is hier ruimte voor verlengde instructie. 

De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. 

De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Hele getallen afronden
Als je praat over getallen, gebruik je vaak afgeronde getallen. Je rondt de getallen bijvoorbeeld af op een tiental of honderdtal.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Hele getallen afronden
Waar let je op bij afronden?
  1. Kijk tussen welke twee getallen het getal ligt.
  2. Kijk daarna naar het getal precies in het midden.
    0, 1, 2, 3 of 4 → rond af naar beneden
    5, 6, 7, 8 of 9 → rond af naar boven

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Hele getallen afronden

Slide 14 - Slide

6. Actieve verwerking

De docent maakt expliciet hoe de 
leerstof actief verwerkt dient te worden.  
De docent heeft gemodelleerd. De leerlingen gaan nu actief inoefenen.
Er is hier ruimte voor verlengde instructie. 

De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. 

De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Hele getallen afronden

Slide 15 - Slide

6. Actieve verwerking

De docent maakt expliciet hoe de 
leerstof actief verwerkt dient te worden.  
De docent heeft gemodelleerd. De leerlingen gaan nu actief inoefenen.
Er is hier ruimte voor verlengde instructie. 

De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. 

De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Aan de slag
Startrekenen Entree vanaf blz. 16

Maak opdracht 10 t/m 13

Slide 16 - Slide

6. Actieve verwerking

De docent maakt expliciet hoe de 
leerstof actief verwerkt dient te worden.  
De docent heeft gemodelleerd. De leerlingen gaan nu actief inoefenen.
Er is hier ruimte voor verlengde instructie. 

De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. 

De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Online verder oefenen

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Icoontjes:
Sla deze slide op in je favorieten of klik op het oog om de slide te verbergen.


Kleurcodes:
De kleurcodes in deze les verschillen per lesfase:

  • Voorkennis activeren: #EBE7F7 / #9C89D7
  • Theorie/Instructie: #F8DACF / #FE8F6B
  • Verwerking: #C4E5C9 / #38A84A
  • Afsluiting: #EBE7F7 / #9C89D7

Info
<a href="https://help.lessonup.com/nl/articles/4875571-eigen-kleuren-toevoegen-aan-lessonup">https://help.lessonup.com/nl/articles/4875571-eigen-kleuren-toevoegen-aan-lessonup</a>

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

EXIT TICKET

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions