workshop TOB versie 4 in progress

workshop Taal en Ouderbetrokkenheid
1 / 43
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Report this lesson

Items in this lesson

workshop Taal en Ouderbetrokkenheid

Slide 1 - Slide

programma
  • 13.00 - 13.10   Introductie, leerdoelen
  • 13.10 -  13.30  Waarom Taal en Ouderbetrokkenheid?
  • 13.30 - 13.45  opdracht in groepjes
  • 13.45 - 14.15   Competentieprofiel, bouwsteen 1
  • 14.15 - 14.30   opdracht in groepjes
  • 14.30 - 14.45  pauze
  • 14.45 - 15.15   competentieprofiel, bouwstenen 2 t/m 4
  • 15.15 - 15.50   opdracht in groepjes
  • 15.50 - 16.00  afsluiting en evaluatie



bron: ITTA module Taal en Ouderbetrokkenheid

Slide 2 - Slide

leerdoelen
Na afloop van deze workshop hebben we:
  • een gezamenlijke visie op Taal en Ouderbetrokkenheid; 
  • inspiratie opgedaan voor lessen;
  • concrete lesactiviteiten ontwikkeld.

Slide 3 - Slide

doelen trajecten Taal en Ouders
  • taal en basisvaardigheden versterken
  • ouders in staat stellen om hun rol binnen opvoeding, onderwijs en ontwikkeling van hun kind vorm te geven.

Slide 4 - Slide

De rol van ouderlijke hulpbronnen bij de ontwikkeling van kernvaardigheden (PIAAC-onderzoek 2023):
Aantal boeken in huis
waar veel boeken aanwezig in huis - > kinderen ontwikkelen betere kernvaardigheden. Groot effect! 
 
Opleiding van ouders
 hoger opleidingsniveau ouders - > kinderen ontwikkelen soms betere kernvaardigheden dan kinderen wiens ouders niet of kort naar school zijn geweest. Effect = bescheiden
 
Beroepsniveau van de vader
 vader heeft een complex of theoretischer beroep - >  heel soms betere kernvaardigheden dan kinderen wiens vader een praktischer beroep uitoefent. Effect = te verwaarlozen

Slide 5 - Slide

kapitaal ouders (van der Pluijm)
Cultureel kapitaal
De kennis, opleiding, taalvaardigheid en ervaringen van ouders.

Sociaal kapitaal
Het netwerk van familie, vrienden, school en buurt.

Economisch kapitaal
De financiële mogelijkheden van een gezin.

Slide 6 - Slide

Van taalhuis naar onze lessen
  • Een kind bouwt zijn taalhuis thuis én op school.
  • Ouders hebben belangrijke kennis, ervaringen en talen die we kunnen benutten.
  • Rijke gesprekken zijn belangrijker dan alleen losse taaloefeningen.
  • We bouwen voort op wat kinderen en ouders al weten en kunnen.
  • School en ouders kunnen samen zorgen voor meer taalrijke ervaringen.

Slide 7 - Slide

Belangrijk
Ouders hoeven geen Nederlands te spreken om bij te dragen aan de taalontwikkeling van hun kind. Rijke interacties  (ook in hun moedertaal) ontstaan door:
  • praten met hun kind;
  • vragen stellen;
  • luisteren;
  • samen lezen of vertellen;
  • ervaringen bespreken;
  • nieuwe woorden en ideeën bespreken;
  • de eigen taal gebruiken.

Slide 8 - Slide

eerste conclusie aanbod Taal en Ouders
  • Je kunt met ouders werken aan het uitbreiden van hun ‘kapitalen’, waaronder kennis en taal.
  • Je kunt ouders bewust maken van hun rol in de taalontwikkeling van hun kind.
  • Je kunt ouders handvatten geven om meer taalrijke interactie met hun kinderen vorm te geven.

Slide 9 - Slide

bespreek in groepjes (10 min)
  • Hoe krijgt Taal en Ouderbetrokkenheid op dit moment een plek in jouw lessen? 
  •  Hoe benut jij op dit moment de kennis, ervaringen en talen van ouders?
  • Waar liggen misschien nog kansen?
  • kies samen 1 voorbeeld om te delen met de groep.

Slide 10 - Slide

lesindeling
  • voor de pauze: werken met de taalmethode
  • na de pauze: Taal en Ouderbetrokkenheid

Slide 11 - Slide

Competentieprofiel Begeleiden bij Taal en Ouders
  • bouwsteen 1: beheerst de algemene  andragogische competenties betreffende het leren van volwassenen
  • bouwsteen 2: Kent de context van het onderwijs en opgroeien in Nederland en de rol van ouders hierin.
  • bouwsteen 3: Heeft kennis van basisvaardigheden van volwassenen.
  • Bouwsteen 4: Beheerst de didactische competenties om praktijkgerichte opdrachten voor ouders te organiseren.
  • Bouwsteen 5: Is een lerende professional

Slide 12 - Slide

bouwsteen 1

beheerst de algemene andragogische competenties betreffende het leren van volwassenen

Slide 13 - Slide

overeenkomsten en verschillen tussen ouders
overeenkomst ouders: opgroeiende kinderen
Verschillen kunnen er zijn op het gebied van:
  • opleidingsniveau
  • geletterdheid
  • studievaardigheden
  • cultuur
  • moedertaal

Slide 14 - Slide

Wat moet je weten van de cursisten?
  • Wat houdt de deelnemers bezig?
  • Wat zijn de leerbehehoeften?
  • Leefomstandigheden?
  • Wat is het globale taalniveau?

Slide 15 - Slide

Belangrijk bij het leren van een tweede taal?
  • achtergrondfactoren
  • cognitieve factoren
  • socio-affectieve factoren
  • niveau van taal en basisvaardigheden

Slide 16 - Slide

inspiratie voorbeeldvragen:
• Welke talen spreek je? En met je kinderen? 
• Kan je ook lezen en schrijven in die talen? 
• Ben je naar school geweest? Vertel daar eens over.  
• Hoe gaat het leren van de Nederlandse taal tot nu toe?  
• Welke gesprekken op school doe je in het Nederlands? 
• Hoeveel kinderen heb je?  
• Wat wil je leren in deze cursus?  
• Wat wil je kunnen na deze cursus? 
• Hoe vind je de school van je kind? 

Slide 17 - Slide

ontwikkel diversiteitscompetenties
 Wie is de leerder? Wat is diens perspectief? Wat beweegt de leerder?

maar ook: 

Wie ben ik? Wat is mijn perspectief? Wat beweegt mij?

Slide 18 - Slide

opdracht in groepjes
Bespreek met elkaar welke van deze aspecten van invloed zijn op jouw denken en handelen en waarom (kies er twee  uit): 

  • mijn opvoeding
  • onderwijs dat ik heb gevolgd
  • mijn werk
  • mijn religie
  • mijn cultuur
  • mijn karakter
  • de buurt waar ik woon


bron ITTA

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

bouwsteen 2

Kent de context van het onderwijs en opgroeien in Nederland en de rol van ouders hierin.

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

dimensies Ouderbetrokkenheid
  • educatief partnerschap: Samenwerking met school
  • Educatief thuismilieu
  • Ouderparticipatie
 

Slide 23 - Slide

dimensie 1: samenwerking met school
Educatief partnerschap gaat over een situatie waarin ouder en school of kinderopvang zo samenwerken, dat het kind zich optimaal kan ontwikkelen. 
  • De school: expert op het gebied van pedagogiek en de ontwikkeling van kinderen. 
  • Ouders zijn expert van hun eigen kind. 

Slide 24 - Slide

dimensie 2: Educatief thuismilieu
Wat doen ouders met hun kinderen om de algemene en taalontwikkeling van hun kind te bevorderen. 
  • lezen of voorlezen
  • verhalen vertellen 
  •  spelletjes doen 
  • de juiste uitjes in de buurt kennen. 

Slide 25 - Slide

dimensie 3: Ouderparticipatie 
De mate waarin ouders deelnemen aan activiteiten in de school. 

Slide 26 - Slide

Praktijkgericht taalleren

Slide 27 - Slide

bouwsteen 3

Heeft kennis van basisvaardigheden voor volwassenen.

Slide 28 - Slide

Wat zijn basisvaardigheden?
  • taal
  • gecijferdheid
  • digitale vaardigheden
 

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Werken met functionele leerdoelen
  • De context is verwerkt in het leerdoel
  • Het leerdoel sluit aan bij een taak die de deelnemer in het echte leven moet kunnen.
  • Je besteedt aandacht aan álle basisvaardigheden die nodig zijn om de taaltaak uit te voeren.

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Link

Van leerbehoefte naar TOB-les
1. Leerbehoefte (Wat willen ouders kunnen?, Waar lopen zij tegenaan?
↓
2. Functioneel leerdoel (Wat moet de ouder in een echte situatie kunnen doen?)
↓
3. Thema (Welk thema past hierbij? Bijv. oudergesprek, schoolapp, rapport, voorlezen)
↓
4. Wat is daarvoor nodig? (Taal • woordenschat • kennis • digitale vaardigheden • gecijferdheid)
↓
5. Les ontwerpen (Voorkennis → oefenen → terugkijken
↓
6. Naar de praktijk (Thuisopdracht - schoolopdracht - portfolio

Slide 35 - Slide

bouwsteen 4
‘Beheerst de didactische competenties om bijeenkomsten rondom Taal en Ouders te verzorgen’

Slide 36 - Slide

leermiddelen
  • gebruik authentieke materialen 
voorbeelden: rapport van het kind, brief over sportdag, schoolapp, nieuwsbrief
  • zie oefenmaterialen op Inspiratiekaart: thema's voor Taal en Ouders
  • maak eigen leermiddelen (met behulp van AI)
  • nodig iemand uit in de les 
  • ouders stimuleren om in de les van hun kind te gaan kijken.
  • uitstapjes (bijv. bibliotheek en museumbezoek)

Slide 37 - Slide

aanbieden doelwoorden in les?
  • aantal woorden: 10 nieuwe woorden per les
  • frequentie in de taal: kies hoogfrequente woorden
  • Willen de ouders het woord zelf leren: actieve rol in eigen woordenschat ontwikkeling

Slide 38 - Slide

opdracht in groepjes
  1. kies een praktijksituatie die relevant is voor de ouders
  2. Formuleer een (functionele) leerdoel
  3. Kies een passend thema 
  4. Werk de lesactiviteit uit. Beschrijf in ieder geval: 
  • voorkennis (hoe activeer je de voorkennis? Welke woorden en kennis hebben ouders nodig?
  • uitvoeren (wat gaan ouders doen? Hoe oefenen ze met het functionele doel?)
  • terugkijken (hoe bespreek je na afloop wat goed is en wat lastig was?
5. maak verbinding met de praktijk (bedenk een korte opdracht waarmee ouders het geleerde kunnen toepassen). 

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Link

Ik weet wat Taal en Ouderbetrokkenheid inhoudt
A
ja
B
nee
C
een beetje

Slide 41 - Quiz

Ik heb inspiratie opgedaan voor mijn lessen
A
ja
B
nee
C
twijfel

Slide 42 - Quiz

Met betrekking tot Taal en Ouderbetrokkenheid zou ik meer willen weten / leren over:

Slide 43 - Open question