Batterijopslag naast een zonnepark in Californië (foto: BLM California, publiek domein)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ELEKTROCHEMIE
Examentraining
Elektrochemische cellen: zo pak je examenvragen aan
Batterijopslag naast een zonnepark in Californië (foto: BLM California, publiek domein)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ELEKTROCHEMIE
Examentraining
Elektrochemische cellen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Bureau of Land Management California / Flickr, publiek domein
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ELEKTROCHEMIE
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over cellen, elektrolyse, accu's en geleiding beantwoorden met de juiste vaktaal.
This item has no instructions
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ELEKTROCHEMIE
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven: stoffen, halfreacties, polen of een tekening?
2. Wijs aan: wie geeft elektronen af (reductor), wie neemt ze op (oxidator)?
3. Elektroden: cel: reductor bij min, oxidator bij plus. Elektrolyse: andersom.
4. Controleer: kloppen atomen en lading, en past het bij cel of elektrolyse?
This item has no instructions
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ELEKTROCHEMIE
Vraagtype 1: polen en elektronenstroom
De reductor geeft elektronen af en zit bij de negatieve elektrode.
De oxidator neemt elektronen op en zit bij de positieve elektrode.
In een cel lopen de elektronen door de draad van min naar plus.
Stroomsterkte: hoeveel elektronen per seconde door de draad gaan.
This item has no instructions
Cu geeft e⁻ af aan Ag⁺ in een cel. Negatieve elektrode en richting van e⁻?
Cu is negatief; e⁻ van Ag naar Cu
Cu is negatief; e⁻ van Cu naar Ag
Ag is negatief; e⁻ van Ag naar Cu
Ag is negatief; e⁻ van Cu naar Ag
Cu is de reductor (Cu → Cu²⁺ + 2 e⁻) en dus de negatieve elektrode; de elektronen lopen door de draad naar Ag⁺ bij de positieve elektrode. Verwachte fout: Ag negatief noemen omdat Ag⁺ de e⁻ opneemt. Syllabus R1.10.
De stroomsterkte in een zink-koper-cel wordt twee keer zo groot. Wat klopt?
Elk elektron draagt twee keer zoveel lading
Het zink lost twee keer zo langzaam op
De elektronen lopen nu van plus naar min
Twee keer zoveel e⁻ per seconde door de draad
Stroomsterkte is lading per seconde: twee keer zoveel elektronen per seconde, dus de reactie en het oplossen van zink gaan twee keer zo snel. Verwachte fout: de lading per elektron of de richting aanpassen. Syllabus R1.10 (stroomsterkte).
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ELEKTROCHEMIE
Vraagtype 2: halfreacties bij ontladen en opladen
Ontladen: de accu is een cel, bij de negatieve elektrode geeft de reductor e⁻ af.
Opladen: alles draait om, aan de negatieve elektrode neemt de oxidator e⁻ op.
Geeft een deeltje e⁻ af, dan staan de e⁻ rechts van de pijl; neemt het ze op, links.
Controleer elke halfreactie op atomen en lading.
This item has no instructions
Ontladen loodaccu: PbO₂ + 4 H⁺ + SO₄²⁻ + 2 e⁻ → PbSO₄ + 2 H₂O. Welke elektrode?
De positieve: PbO₂ neemt e⁻ op
De negatieve: PbO₂ neemt e⁻ op
De positieve: PbO₂ geeft e⁻ af
De negatieve: PbO₂ geeft e⁻ af
De e⁻ staan links van de pijl: PbO₂ (de oxidator) neemt ze op, en dat gebeurt bij de positieve elektrode. Controle: Pb 1, S 1, O 2 + 4 = 6 links en 4 + 2 = 6 rechts, H 4 = 4, lading 4+ + 2− + 2− = 0 en 0 rechts. Verwachte fout: de elektrode koppelen aan de verkeerde kant van de pijl. Syllabus R1.10 en T4.3.
Ontladen: Pb + SO₄²⁻ → PbSO₄ + 2 e⁻. Welke halfreactie geldt bij opladen?
Pb + SO₄²⁻ → PbSO₄ + 2 e⁻
PbSO₄ → Pb + SO₄²⁻ + 2 e⁻
PbSO₄ + 2 e⁻ → Pb + SO₄²⁻
PbSO₄ + 2 e⁻ → Pb + 2 SO₄²⁻
Opladen draait de reactie om: PbSO₄ neemt 2 e⁻ op en wordt Pb. Controle: Pb 1, S 1, O 4 aan beide kanten, lading 2− links (2 e⁻) en 2− rechts (SO₄²⁻). Fout 2 heeft lading 0 links en 4− rechts, fout 3 heeft 1 S links en 2 rechts. Verwachte fout: de ontlaadreactie opnieuw kiezen. Syllabus T4.3.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ELEKTROCHEMIE
Vraagtype 3: geleiding verklaren
Geleiding vraagt om ladingdragers die kunnen bewegen.
Metaal: elektronen. Zout in water of gesmolten: ionen.
Vast zout en moleculaire stoffen zoals suiker hebben geen beweeglijke ladingdragers.
Verklaar met deeltjes: welke ladingdragers zijn er en kunnen ze bewegen?
This item has no instructions
HCl in water geleidt stroom, HCl-gas niet. Wat verklaart dat?
Water geeft vrije elektronen aan het HCl
In HCl-gas zitten de ionen vast in een rooster
In water ioniseert HCl tot bewegende ionen
HCl-moleculen zijn zelf geladen deeltjes
HCl is een moleculaire stof: als gas zijn er geen ladingdragers. In water ioniseert HCl tot H⁺(aq) en Cl⁻(aq); die ionen kunnen bewegen, dus HCl in water is een elektrolyt. Verwachte fout: denken dat HCl-gas al uit ionen bestaat. Syllabus M4.1 en R1.2.
Waarom geleidt suikerwater geen stroom?
Goed antwoord: suiker is een moleculaire stof; de moleculen zijn neutraal en vormen geen ionen, dus er zijn geen ladingdragers die kunnen bewegen. Verwachte fout: 'er zit water in, dus geleidt het' of 'suiker is geen zout' zonder ladingdragers te noemen. Syllabus M4.1.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ELEKTROCHEMIE
Vraagtype 4: energie en toepassing
Cel en brandstofcel: chemische energie wordt elektrische energie, vanzelf.
Elektrolyse en opladen: elektrische energie wordt chemische energie.
Gebruik de molverhouding uit de reactievergelijking, bijvoorbeeld 2 H₂O → 2 H₂ + O₂.
Zoek molaire massa's op in Binas en let op de significante cijfers.
This item has no instructions
Windstroom wordt gebruikt voor elektrolyse van water. Welke energieomzetting?
Elektrische energie naar chemische energie
Chemische energie naar elektrische energie
Warmte naar chemische energie
Chemische energie naar bewegingsenergie
Bij elektrolyse wordt elektrische energie omgezet in chemische energie, opgeslagen in H₂ en O₂. Verwachte fout: de richting omdraaien (dat is een brandstofcel). Syllabus T4.3.
Elektrolyse: 2 H₂O → 2 H₂ + O₂. Hoeveel g H₂O is nodig voor 2,0 mol H₂?
18 g
72 g
4,0 g
36 g
Molverhouding H₂O : H₂ = 2 : 2, dus 2,0 mol H₂O. M(H₂O) = 18,02 g mol⁻¹ (2 × 1,008 + 16,00). Massa: 2,0 × 18,02 = 36,04 g, afgerond op 2 significante cijfers 36 g. Twee keer nagerekend. Fouten: 18 g is 1,0 mol (molverhouding fout), 72 g is 4,0 mol (verdubbeld), 4,0 g is de massa van 2,0 mol H₂ (2,0 × 2,016). Syllabus T4.3 en R&A.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Polen en elektronenstroom
Halfreacties en opladen
Geleiding verklaren
Energie en rekenen
This item has no instructions
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · ELEKTROCHEMIE
Tips voor op het examen
Schets de cel en zet erbij: plus, min, richting van de elektronen, reductor en oxidator.
Bij elektrolyse draait alles om: aan de negatieve elektrode neemt de oxidator elektronen op.
Controleer elke halfreactie op atomen en lading en zet eenheden bij berekeningen.
This item has no instructions