Station Lezen, zakelijke teksten KGT2 perron 2

Lezen, zakelijke teksten, perron 2
De Rooi Pannen
1 / 28
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Lezen, zakelijke teksten, perron 2
De Rooi Pannen

Slide 1 - Slide

Opdrachten 
maken: opdr. 1

Als je klaar bent, kijk je de opdrachten na. Bij minder dan 70% moet je de opdracht opnieuw maken. 

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Deelhoofdgedachte
Bij het deelonderwerp stel je de vraag:
Waar gaat de alinea over?
Bij de deelhoofdgedachte stel je de vraag:
Wat wordt er gezegd over het deelonderwerp?

De deelhoofdgedachte is altijd een zin. Het is nooit een vraag.

Slide 4 - Slide

Waar of niet waar?
Een deelhoofdgedacht is altijd een zin.
A
waar
B
niet waar

Slide 5 - Quiz

Opdrachten
maken: opdr. 2 - 3

Als je klaar bent, kijk je de opdrachten na. Bij minder dan 70% moet je de opdracht opnieuw maken. 

Slide 6 - Slide

Het verschil tussen objectief en subjectief taalgebruik

Slide 7 - Slide

Objectief is dus alleen met feiten en subjectief is met een mening.

Slide 8 - Slide

Objectief en subjectief
  • Een tekst die als doel informeren heeft, is altijd objectief.
  • Een tekst die als doel amuseren heeft, is altijd subjectief.
  • Een tekst die als doel activeren heeft, is altijd subjectief.
  • Een tekst die als doel overtuigen heeft, is altijd subjectief.
  • Een tekst die als doel instructie geven heeft, is altijd objectief

Slide 9 - Slide

Is deze zin objectief of subjectief?
Het is vandaag heerlijk weer.
A
objectief
B
subjectief

Slide 10 - Quiz

Opdrachten
Lees de theorie Objectief/Subjectief

maken: opdr. 4 -5

Als je klaar bent, kijk je de opdrachten na. Bij minder dan 70% moet je de opdracht opnieuw maken. 

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Opdrachten
Lees de theorie Doelgroep

maken: opdr. 6 - 7

Als je klaar bent, kijk je de opdrachten na. Bij minder dan 70% moet je de opdracht opnieuw maken. 

Slide 13 - Slide

Kenmerken van reclame 

Slide 14 - Slide

Opdrachten
Lees de theorie Tekstsoort: reclame

maken: opdr. 8 - 9

Als je klaar bent, kijk je de opdrachten na. Bij minder dan 70% moet je de opdracht opnieuw maken. 


Slide 15 - Slide

Tekstverbanden
  1. Tegenstelling (maar, toch echter)
  2. Voorbeeld (zo, zoals, bijvoorbeeld)
  3. Opsomming (en, of, ook, verder, ten eerste)
  4. Conclusie (dus, kortom)
  5. Reden (want, omdat, daarom)
  6. Mening - argument (omdat, daarom, want, immers) 

Slide 16 - Slide



Signaalwoorden van tegenstelling


Signaalwoorden van voorbeeld


Signaalwoorden van opsomming
zo
maar
en
ten eerste
zoals
toch

Slide 17 - Drag question

Signaalwoord
Geen signaalwoord
 
   ook

   aan

  word

   zo

maar

  slecht

Slide 18 - Drag question

Opdrachten
Lees de theorie Tekstverbanden en signaalwoorden - 2

maken: opdr. 10 - 11 - 12 - 13

Als je klaar bent, kijk je de opdrachten na. Bij minder dan 70% moet je de opdracht opnieuw maken. 

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Recensie
Als je nog wat meer wil weten over recensies, dan kun je het volgende filmpje zelfstandig kijken.

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Opdrachten
Lees de theorie Tekstsoort: recensie

maken: opdr. 14 - 15- 16 - 17 - 18

Als je klaar bent, kijk je de opdrachten na. Bij minder dan 70% moet je de opdracht opnieuw maken. 

Slide 23 - Slide

Tekstsoorten
  • Nieuwsbericht (perron 1)
  • Reclame 
  • Recensie

Slide 24 - Slide

Moet je de betekenis van een moeilijk woord altijd opzoeken in een woordenboek?
A
ja
B
nee

Slide 25 - Quiz

Wat kun je doen als je een onbekend woord tegenkomt?

Slide 26 - Open question

Opdrachten
Lees de theorie Moeilijke woorden

maken: opdr. 19 t/m 26

Als je klaar bent, kijk je de opdrachten na. Bij minder dan 70% moet je de opdracht opnieuw maken. 


Slide 27 - Slide

Controle
Als je klaar bent, controleer je of je alle opdrachten van perron 2 gemaakt hebt. Zo niet, maak de opdrachten die nog niet gemaakt zijn. 

Als je klaar bent, mag je de online test jezelf perron 2 maken.

Slide 28 - Slide