Les 6 Rechten en plichten op school

Rechten en plichten op school

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBurgerschapSpeciaal OnderwijsLeerroute 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Rechten en plichten op school

Open vanuit herkenbare schoolsituaties. Deze les draait om het verschil tussen dingen die je mag of krijgt op school en dingen die je moet doen op school.

Dit ga ik leren

Ik kan uitleggen wat een recht en een plicht is op school.

This item has no instructions

This item has no instructions

Wat denk jij bij recht op school?

Gebruik de woorden uit de woordwolk om voorkennis op te halen. Verwachte reacties: mag, pauze, spelen, veilig, rustig, zeggen.

Wat is een recht?

Een recht is iets dat je mag of krijgt op school.


Een recht helpt jou om fijn, veilig en rustig te leren.

Gebruik eventueel een groen picto of duimpje om rechten visueel te maken.

Voorbeelden van een recht

  • je boterham eten

  • buiten spelen

  • je mening zeggen

  • een veilige werkplek

  • een koptelefoon op voor een rustmoment

  • recht op pauze

  • je grens aangeven

Benadruk dat rechten niet voor de grap zijn: ze helpen kinderen om mee te doen en zich goed te voelen op school.

Rechten helpen jou

Door rechten kun je:

  • leren in rust

  • veilig zijn

  • spelen en pauze nemen

  • zeggen wat jij denkt

Koppel elk voorbeeld terug aan het gevoel van veiligheid, rust en meedoen.

Wat mag op school?

Soms zie je een foto of picto.


Dan kun je zien: dit mag of dit krijg je.


Dat past bij een recht.

Sluit aan op werkbladen met foto's en pictogrammen. Houd het onderscheid simpel: recht = mag/krijgt.

Wat is een recht?

A

iets dat je moet

B

iets dat je mag

C

iets dat straf is

D

iets dat geheim is

Sluit aan op slides 2-5: recht = iets dat je mag of krijgt. Distractors passen bij mogelijke verwarring met plicht of regels.

Vul de goede woorden in

Een recht is iets dat je mag of krijgt op school.

Door rechten kun je veilig zijn en in rust leren.

Ook heb je recht op pauze en spelen.

recht
veilig
rust
pauze
plicht
druk
straf
kluis

De woorden komen letterlijk uit het eerste blok over rechten: recht, veilig, rust, pauze.

Wat is een plicht?

Een plicht is iets dat je moet doen.


Een plicht is een afspraak die helpt om de school fijn en veilig te houden.

Gebruik eventueel een rood picto, notitie of pen als visueel teken voor plichten.

Voorbeelden van een plicht

  • luisteren naar de juf

  • stil zijn als de ander aan het woord is.

  • je telefoon in de kluis doen tijdens de les

  • op tijd komen op school

  • op tijd komen op stage

  • luisteren naar anderen

  • respect hebben voor anderen

  • spullen opruimen

  • netjes afmelden als je ziek bent.

Leg moeilijke woorden kort uit: respect hebben = aardig en netjes met anderen omgaan.

Plichten helpen de groep

Door plichten kan de groep:

  • goed werken

  • rustig blijven

  • veilig zijn

  • fijn met elkaar omgaan

Maak de stap van 'ik moet dit' naar 'zo helpen we elkaar'. Dat past goed bij burgerschap.

Wat moet op school?

Soms zie je een foto of picto of een woord.


Dan kun je zien: dit moet of dit is een afspraak.


Dat past bij een plicht.

Laat leerlingen taal herkennen: mag/krijgt = recht, moet/afspraak = plicht.

Wat is een plicht?

A

iets dat je wint

B

iets dat je kiest

C

iets dat je moet

D

iets dat je krijgt

Sluit aan op slides 6-9: plicht = iets dat je moet doen. 'Iets dat je krijgt' is bewust opgenomen als verwarring met recht.

Vul de goede woorden in

Een plicht is iets dat je moet doen.

Je luistert naar de juf en je telefoon gaat in de kluis tijdens de les.

Zo blijft de groep rustig en veilig.

plicht
juf
kluis
rustig
recht
pauze
mening
buiten

De invultekst herhaalt kernvoorbeelden uit het blok over plichten.

Recht of plicht ?

  • buiten spelen

  • je mening zeggen

  • recht op pauze

  • veilige werkplek

  • rustmoment met koptelefoon

  • luisteren naar de juf

  • op tijd komen

  • telefoon in de kluis

  • luisteren naar anderen

  • respect hebben

Recht

Plicht

Deze slide brengt beide begrippen naast elkaar. Gebruik hem als overzicht voordat leerlingen met voorbeelden gaan werken.

Samen horen ze bij school

Rechten en plichten horen bij elkaar.


Je hebt rechten, zodat jij fijn kunt leren.


Je hebt plichten, zodat anderen ook fijn kunnen leren.

Dit is de kern van de les: niet alleen verschil, maar ook samenhang.

Wat hoort bij een recht?

A

op tijd komen

B

buiten spelen

C

telefoon wegdoen

D

naar anderen luisteren

Test het kunnen onderscheiden van voorbeelden op de overzichtsslide.

Rechten en plichten horen bij elkaar omdat...

1

iedereen fijn leert

2

niemand hoeft te spelen

3

alleen de juf kiest

4

regels niet nodig zijn

This item has no instructions

Wat heb jij vandaag geleerd?

Laat leerlingen in eigen woorden zeggen wat is blijven hangen. Verwachte elementen: recht = mag/krijgt, plicht = moet, voorbeelden zoals pauze, luisteren, veilig, rust.

Wat hielp jou om het te snappen?

Reflectie op het leerproces. Mogelijke antwoorden: plaatjes, voorbeelden, samen vergelijken, woorden mag/moet.

Woorden om te onthouden

recht - iets dat je mag of krijgt op school

plicht - iets dat je moet doen op school

afspraak - regel waar we ons aan houden

mening - wat jij denkt of vindt

respect - netjes en aardig omgaan met anderen

werkplek - de plek waar je werkt in de klas

pauze - tijd om even te eten, spelen of rusten

This item has no instructions