T2: Herhaling van het regelmatige werkwoorden

Klasseregels:
Ga voor de les naar het toilet.
Ga rustig zitten op je stoel.
Pak je boek, werkboek en schrift. 
Zet je tas op de grond.
Wacht in stilte tot de docent begint met de les.

Wat gebeurd er als je niet luistert?
1x krijg je een waarschuwing en een streep.
2x krijg je een taakstraf van de docent en een tweede streep.
3x groene kaart ophalen en nablijven.
Herhaling

16 februari SO woordenschat

Na de vakantie 4 maart formatieve toets regelmatige werkwoorden en het werkwoord estar.
1 / 27
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Klasseregels:
Ga voor de les naar het toilet.
Ga rustig zitten op je stoel.
Pak je boek, werkboek en schrift. 
Zet je tas op de grond.
Wacht in stilte tot de docent begint met de les.

Wat gebeurd er als je niet luistert?
1x krijg je een waarschuwing en een streep.
2x krijg je een taakstraf van de docent en een tweede streep.
3x groene kaart ophalen en nablijven.
Herhaling

16 februari SO woordenschat

Na de vakantie 4 maart formatieve toets regelmatige werkwoorden en het werkwoord estar.

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Onderwerp: Wonen

Het leerdoel van vandaag:
Herhaling: Ik kan regelmatige werkwoorden vervoegen in het Spaans
El programa de hoy   (Het programma van vandaag)
Herhaling: Los verbos regulares (regelmatige werkwoorden).
Individueel & samen werken.
Blooket.

Slide 2 - Slide

Ik mis dia's met instructie voor de leerlingen (bereid ze voor op wat ze gaan doen maak dit helder voor ze 
Op dia 1 staat "werkwoorden leren voor de toets " EN hoe lang... -> ik kan me voorstellen dat een leerling denkt dat ie nu 20 minuten moet gaan zitten leren

Wat weet je nog van de vorige les?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions



De regelmatige werkwoorden
Stam + uitgang

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

uitgang  van werkwoorden op ar - er - ir

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Verbos regulares en presente

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Checken
1. Yo _______________________ (cantar) una canción.
2. Tú ______________________ (leer) un libro.
3. Nosotros ________________ (vivir) en Holanda.
4. Ellos _____________________ (vender) fruta.
5. Mis abuelos _________________(vivir) en Hengelo.
6. Vosotros __________________ (hablar) holandés y español.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Waar of niet waar?
De 'stam' van het werkwoord, is het hele werkwoord, maar zonder -ar/-er/-ir
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quiz

Deze vraag is zullen een aantal leerlingen niet begrijpen door de complexiteit en wat je zegt is incorrect! De persoonsvorm is namelijk: hablas, niet alleen -as.  Je bedoelt de uitgang
Maar ik vind dat je leerlingen van de onderbouw hier niet te veel mee moet lastig vallen.
Je bedoelt:
Hoe vervoeg je in het Spaans werkwoorden?
Je vervangt de laatste 2 letters door juiste uitgang.
Het blijft echt te abstract, dus zou ik NIET doen dit type vraag
Werk vooral met voorbeelden!
Het moet eenvoudig en als een kinderspelletje!



Oefenen met regelmatige werkwoorden op -AR
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
HABLÁIS
COMPRA
BUSCAN
HABLAMOS
COMPRAN
BUSCO
HABLO
COMPRAMOS
HABLAS
BUSCA

Slide 11 - Drag question

Hulp nodig ?  kijk op bladzijde 24 van de tekstboek.
Oefenen met regelmatige werkwoorden op -ER
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
COMO
APRENDES
BEBES
CORREMOS
VENDEN
APRENDEMOS
VENDÉIS
BEBE
COMEMOS
VENDO
APRENDEN
COME
CORRE
BEBÉiS

Slide 12 - Drag question

This item has no instructions

Oefenen met regelmatige werkwoorden op -IR
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
VIVÍS
VIVIMOS
ESCRIBE
VIVO
COMPARTO
ESCRIBIMOS
COMPARTEN
VIVES
ESCRIBEN
VIVE

Slide 13 - Drag question

Hulp nodig ? kijk op bladzijde 24 van de tekstboek.
Alle regelmatige werkwoorden die op -ar eindigen hebben dezelfde vervoeging. Bijvoorbeeld: cantar (zingen) en hablar (spreken).

cantar
hablar
yo (ik)
hablo
tu (jij)
cantas
él/ella/usted (hij,zij, u)
hablas
nosotros/nosotras (wij)
cantamos
vosotros/vosotras (jullie)
habláis
ellos/ellas/ustedes (zij/u)
cantan
hablas
hablamos
hablan
canto
canta
cantáis

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

comer
vivir
yo
como
o
comes
es
él/ella/usted
come
nosotros/nostras
vosotros/vosotras
ellos/ellas/ustedes
en
vive
comemos
comen
vivimos
coméis
vivís

Slide 15 - Drag question

This item has no instructions

Trabajo individual 
1. Maak de persoonlijk voornaamwoorden op p. 2 van je       grammatica boek.
2. Vervoeg de regelmatige werkwoorden op  pag. 8, 9 en 10 van je grammatica boek.
timer
10:00

Slide 16 - Slide

Gebruikelijk is de vraag:
Kies de juiste vervoeging.
EN liever (want is concreter), dit:
Of welk werkwoord is correct in de volgende zinnen
En dan kan het werkwoord tussen haakjes weg:
 Yo ___________ un café con leche
(infinitief is superflue)
Blokket
1. Ga naar blooket pincode
2. voer de pin code in.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Hebben we het doel behaald?
Quiz maken.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

[beber] Yo _____ una coca cola.
A
bebo
B
bebes
C
bebe
D
beben

Slide 19 - Quiz

Vanaf hier is het lekker praktisch en kort en duidelijk!
Een dingetje:
Het is gebruikelijk in het Nlse onderwijs om het werkwoord achter de persoonsvorm te zetten, dus:
Yo (beber) un café con leche
EN :  bij jouw vragen die nu komen kan het gewoon weg!! (zie opmerking vorige dia)
[abrir] Mi amiga _____ la puerta.
A
abro
B
abre
C
abres
D
abren

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

[comer] Paco y yo _____ una pizza.
A
como
B
comes
C
comen
D
comemos

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

[vivir] Carmen _____ con la familia.
A
vivís
B
vive
C
viven
D
vivimos

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

[hablar] ¿Vosotros _____ en holandés?
A
habláis
B
habla
C
hablan
D
hablamos

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

[bailar] Yo _____ en la fiesta.
A
bailo
B
baila
C
bailas
D
bailamos

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

[leer] Paco _____ un libro.
A
lees
B
leo
C
leemos
D
lee

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Extra: Fragmento de vídeo
Vind je het vervoegen van de werkwoorden  nog lastig? Bekijk dan het fragment (zie volgende slide).

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Slide 27 - Video

This item has no instructions