Les 2 - Kleinhuishouding en beperkingen

Wat is beter voor het milieu?
A
Heel veel schoonmaakmiddel gebruiken
B
Een beetje schoonmaakmiddel gebruiken
1 / 56
next
Slide 1: Quiz
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 56 slides, with interactive quizzes, text slides and 7 videos.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Wat is beter voor het milieu?
A
Heel veel schoonmaakmiddel gebruiken
B
Een beetje schoonmaakmiddel gebruiken

Slide 1 - Quiz

This item has no instructions

Wat hoort bij kleinhuishouding? Geef een voorbeeld.

Slide 2 - Mind map

This item has no instructions

Kleinhuishouding en beperkingen

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Kleinhuishouding - Wat hoort daarbij?
  • Stof afnemen
  • Plumeau gebruiken
  • Werkkast opruimen
  • Aanrecht en gootsteen schoonmaken
  • Elektrische plaat schoonmaken
  • Afzuigkap schoonmaken
  • Tafeldekken
  • Koelkast schoonmaken
  • Afval scheiden
  • Afwassen met de hand
  • Vaatwasser inruimen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 7 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Denken Duo Delen
Wat weet je nog over kleinhuishouding?
  • Denken: Denk eerst zelf goed na. Dit doe je in stilte!

  • Duo: Bespreek heel zacht met je buurman/vrouw je antwoord.
  • Delen: Vertel aan de klas wat jullie besproken hebben.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Denken Duo Delen
Wat weet je over beperkingen bij mensen?
  • Denken: Denk eerst zelf goed na. Dit doe je in stilte!

  • Duo: Bespreek heel zacht met je buurman/vrouw je antwoord.
  • Delen: Vertel aan de klas wat jullie besproken hebben.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. Na de les kan ik vertellen wat kleinhuishouding is.
  2. Na de les kan ik vertellen hoe je milieubewust kan schoonmaken.
  3. Na de les kan ik een keuken schoonmaken.
  4. Na de les kan ik een koelkast schoonmaken.
  5. Na de les kan ik stof afnemen.
  6. Na de les kan ik een plumeau gebruiken.
  7. Na de les kan ik een tafel dekken.
  8. Na de les kan ik de gevaren in het verkeer herkennen voor minder validen mensen. 

Slide 10 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Wat is kleinhuishouding

Kleinhuishouding betekent kleine taken in en om het huis die ervoor zorgen dat alles schoon, netjes en veilig blijft. Het zijn dingen die je bijna elke dag doet om je huis of kamer prettig te houden.


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Hoe krijg je frisse lucht?
A
Een raam openzetten
B
Een spuitbus gebruiken

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Milieubewust schoonmaken
Milieubewust schoonmaken betekent schoonmaken en ook goed zijn voor de natuur.
  • Gebruik niet te veel water. Doe de kraan weer dicht.
  • Gebruik weinig schoonmaakmiddel. 
  • Kies milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen. Op de fles staat vaak een groen logo.
  • Gebruik een doek die je kunt wassen en niet steeds nieuwe wegwerpdoekjes.
  • Laat ramen open om frisse lucht binnen te laten.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Wat is beter?
A
Een wegwerpdoekje gebruiken
B
Een doek wassen en opnieuw gebruiken

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Wat doe jij thuis om schoon te maken? Noem 1 ding dat goed is voor het milieu.

Slide 15 - Mind map

This item has no instructions

Slide 16 - Video

This item has no instructions

Slide 17 - Video

This item has no instructions

Slide 18 - Video

This item has no instructions

Slide 19 - Video

This item has no instructions

Aan de slag
Stap 1. Bekijk samen het filmpje of de leskaarten.
Kijk goed hoe je de schoonmaaktaak moet doen.

Stap 2. Spreek af wie wat doet
- Persoon A: gaat schoonmaken.
- Persoon B: kijkt mee en vult de evaluatie in.

Stap 3. Uitvoeren
Persoon A voert de taak uit stap voor stap, Persoon B observeert.

Stap 4. Wisselen
Nu doet Persoon B de schoonmaaktaak en Persoon A kijkt mee en vult in.

Stap 5. Klaar?
Bespreek samen hoe het ging en lever de evaluatie in.
timer
20:00

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Kleinhuishouding - kleurcode?
  • Rood: Het vuile werk bij sanitairreiniging
  • Blauw: Het minder vuile werk bij sanitairreiniging
  • Groen: Het minder vuile werk bij interieurreiniging 
  • Geel: Het vuile werk bij interieurreiniging
  • Zwart: Ramen zemen

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Verdeling:
Groep 1 Tafeldekken
Groep 2 Oefenen stof afnemen en plumeau 
Groep 3 Koelkast schoonmaken 
Groep 4 Keuken schoonmaken
Groep 5 Tafeldekken

timer
20:00

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Beperkingen en handicap

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Wat is een beperking of handicap?

Slide 24 - Mind map

This item has no instructions

Ken je iemand in jouw omgeving met een beperking of handicap?

Slide 25 - Mind map

This item has no instructions

Wat betekend handicap?
Een handicap betekent dat je iets moeilijker kunt doen omdat je lichaam of je hoofd anders werkt.
➡ Soms kun je iets helemaal niet,
➡ soms kun je het een beetje, maar met extra hulp.

Voorbeelden:
Iemand die niet kan zien (ogen) → heeft een visuele handicap
Iemand die niet kan horen (oren)→ heeft een gehoorhandicap
Iemand die niet goed kan lopen (bewegen)→ gebruikt een rolstoel
Iemand die moeite heeft met leren of onthouden (hersenen)→ heeft een verstandelijke handicap

Slide 26 - Slide

Tussendoor vragen:
- Wie weet nog een voorbeeld?
- Waarvoor zou je hulp nodig hebben?

Aan de slag
Wat ga je doen?
  • Luister goed naar de uitleg
  • Je krijgt plaatjes en teksten.
  • Plak wat bij elkaar hoort op de juiste plek in je JDW-map, dan heb je een mooi overzicht.
timer
10:00

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Opdracht nabespreken
Juiste volgorde:

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Lichamelijke beperking
Een lichamelijke beperking betekent dat je lichaam niet goed werkt. Sommige spieren, botten of zenuwen doen het niet goed. Daardoor kun je sommige dingen niet of moeilijker doen, zoals lopen, tillen of je armen bewegen.




Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Welke lichamelijke beperkingen ken jij?

Slide 30 - Mind map

This item has no instructions

Verstandelijke beperking
Een verstandelijke beperking betekent dat je dingen langzamer leert en meer hulp nodig hebt.

Voorbeelden:
  • Iemand met Syndroom van Down
  • Iemand die moeite heeft met lezen, rekenen of onthouden
  • Iemand die langzamer nieuwe dingen leert



Syndroom van down

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Ernstig meervoudige beperking (EMB)
Bij een ernstig meervoudige beperking kun je je lichaam én je hoofd niet goed gebruiken en heb je altijd hulp nodig.

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Noem de 5 zintuigen op?

Slide 33 - Mind map

This item has no instructions

De vijf zintuigen
  1. Zien
  2. Horen
  3. Voelen
  4. Proeven
  5. Ruiken 

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Wat is er in het verkeer of openbare weg gemaakt voor mensen met een zintuigelijke beperking?

Slide 35 - Open question

This item has no instructions

Aan de slag
Stap 1. Bekijk samen het filmpje of de leskaarten.
Kijk goed hoe je de schoonmaaktaak moet doen.

Stap 2. Spreek af wie wat doet
- Persoon A: gaat schoonmaken.
- Persoon B: kijkt mee en vult de evaluatie in.

Stap 3. Uitvoeren
Persoon A voert de taak uit stap voor stap, Persoon B observeert.

Stap 4. Wisselen
Nu doet Persoon B de schoonmaaktaak en Persoon A kijkt mee en vult in.

Stap 5. Klaar?
Bespreek samen hoe het ging en lever de evaluatie in.
timer
20:00

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Taakverdeling
Tafeldekken: Alperen, Adam, Princess
Oefenen stof afnemen en plumeau: 
Werkkast schoonmaken: Ecrin, Medinah
Koelkast schoonmaken: Anton, Hussein

Oefenen met ondersteunen: Efnen, Huseyin,Elisa, Zoyaan

Presentatie maken: Maya, Ibrahim, Mikiele, Rumeusa,


 

timer
20:00

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Taakverdeling
Tafeldekken: Efnen, Elisa, Huseyin
Oefenen stof afnemen en plumeau: Mayar, Alperen
Werkkast schoonmaken: Adam, Princess
Koelkast schoonmaken: Ecrin, Medinah


Oefenen met ondersteunen krukken: Mikiele, Rumeysa, Maya, Ibrahim, Anton, Hussein

Presentatie maken: Zoyaan, Lina


 

timer
20:00

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Opdracht
Maak een PowerPoint met daarin de dia's;
  1. Gevaarlijke situaties voor blinde mensen
  2. Veilige situaties voor blinde mensen 
  3. Wat is er voor blinde mensen bij bus/tramhaltes gemaakt?
  4. Gevaarlijke situaties voor mensen in een rolstoel
  5. Veilige situaties voor mensen in een rolstoel
  6. Bereikbaarheid van winkels voor mensen in een rolstoel

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Ondersteunen

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Slide 41 - Link

This item has no instructions

Oefen de volgende technieken
Ondersteunen bij het lopen zonder hulpmiddelen, lopen aan de arm
-Licht ondersteunen bij lopen aan de arm
-Meer ondersteunen bij lopen aan de arm
-Veel steun geven bij meelopen
-Ondersteunen met twee armen
Lopen met krukken, hoogte instellen, traplopen met krukken
Lopen met een wandelstok en hoogte instellen
Hoe loop ik met een rollator/looprek

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Slide 43 - Video

This item has no instructions

Slide 44 - Video

This item has no instructions

Slide 45 - Video

This item has no instructions

Slide 46 - Link

This item has no instructions

Slide 47 - Link

This item has no instructions

Vandaag heb ik geleerd:

Slide 48 - Mind map

This item has no instructions

Dit is belangrijk in het dagelijks leven omdat:

Slide 49 - Mind map

This item has no instructions

Denken Duo Delen
Wat weet je nu over kleinhuishouding?
  • Denken: Denk eerst zelf goed na. Dit doe je in stilte!

  • Duo: Bespreek heel zacht met je buurman/vrouw je antwoord.
  • Delen: Vertel aan de klas wat jullie besproken hebben.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. Na de les kan ik vertellen wat kleinhuishouding is.
  2. Na de les kan ik vertellen hoe je milieubewust kan schoonmaken.
  3. Na de les kan ik een keuken schoonmaken.
  4. Na de les kan ik een koelkast schoonmaken.
  5. Na de les kan ik stof afnemen.
  6. Na de les kan ik een plumeau gebruiken.
  7. Na de les kan ik een tafel dekken.
  8. Na de les kan ik de gevaren in het verkeer herkennen voor minder validen mensen. 

Slide 51 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Kennispiramide:
  1. Pak je map erbij en ga naar je kennispiramide.
  2. Wat heb je vandaag geleerd?
  3. Vul dit in op je kennispiramide.
  4. Doe de kennispiramide in je JDW map en zorg dat je deze elke les bij je hebt!

Slide 52 - Slide

This item has no instructions

Wat vond je van de afgelopen les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 53 - Poll

This item has no instructions

Welk cijfer zou je jezelf geven voor aandacht tijdens deze les?
010

Slide 54 - Poll

This item has no instructions

Slide 55 - Slide

This item has no instructions

Zintuigelijke beperking
  •  Bij een zintuiglijke beperking werken je ogen, oren of andere zintuigen niet goed.

Voorbeelden: 
Blind → je ziet niks
Slechtziend → je ziet een beetje, maar niet goed
Doof → je hoort niks
Slechthorend → je hoort een beetje, maar niet goed

Slide 56 - Slide

This item has no instructions