1.5 Machtige staten

Vruchtbare Halve Maan: langs de Eufraat en de Tigris ontstonden de eerste landbouwdorpen…. Maar waarom op deze plek?
1 / 40
next
Slide 1: Open question
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Vruchtbare Halve Maan: langs de Eufraat en de Tigris ontstonden de eerste landbouwdorpen…. Maar waarom op deze plek?

Slide 1 - Open question

1.5 Machtige staten
Op welke manier was in Egypte de staat georganiseerd?

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de begrippen: farao, staat, ambtenaren, irrigatielandbouw, hiërogliefenschrift, sociale verschillen, ambachtslieden, slaven. (R)
  2. 1Je kunt uitleggen waarom de eerste steden in de buurt van de rivieren Tigris, Eufraat en Nijl ontstonden (T1)
  3.  Je kan uitleggen op welke manier de Egyptenaren hun akkers bevloeiden. (T1)
  4.  Je kan het verband aantonen tussen irrigatielandbouw en het ontstaan van een ambtenarenapparaat in het Oude Egypte. (I)
  5.  Je kan het verband uitleggen tussen het ontstaan van de handel en het ontstaan van de ambachten in het Oude Egypte. (T2)
  6.  Je kan uitleggen op welke manier de invoering van belasting(en) en het hiërogliefenschrift bijdroegen aan het ontstaan van een georganiseerde staat in Egypte. (T1)
  7.  Je kan uitleggen op welke manier sociale verschillen invloed op het bestuur hadden. (T1)

Slide 3 - Slide

De Griekse schrijver Herodotus kwam tijdens één van zijn
vele reizen in Egypte. Hij beschreef het land en zijn bewoners uitgebreid in zijn boeken.
Daarin sprak hij over Egypte als: het geschenk van de Nijl.
Maar wat zou hij daarmee bedoeld hebben?

Slide 4 - Open question

Het belang van de Nijl 
Door het warmere klimaat veranderden grote delen van Afrika in woestijn. Mensen trokken rond 5000 v.Chr. naar de oevers van de Nijl.
  • Zorgde voor vruchtbare grond (slib)
  • Was de enige waterbron
  • Zorgde voor voedsel (vis)


Toezicht op de Nijl was dus van groot belang



Slide 5 - Slide

Van de zwarte periode...
...naar de groene periode

Slide 6 - Slide

En van de groene periode...
...naar de gele periode.

Slide 7 - Slide

Zwarte periode
  • september-december

  • Tijd van de overstroming van de Nijl

  • Op het land kan niet worden gewerkt

  • Meehelpen aan de bouw van bijvoorbeeld de piramides en de tempels (belasting betalen)

Slide 8 - Slide

Groene periode
  • januari-april

  • Tijd van het zaaien en bewerken van het land

  • Hierbij wordt gebruik gemaakt van irrigatie

  • Irrigatie betekent dat het water met hulpmiddelen wordt gebruikt om het land te bevloeien

Slide 9 - Slide

Gele periode
  • mei-augustus

  • Tijd van het oogsten (graan)

  • De opbrengst van de oogst wordt bijhgehouden en opgeschreven.

  • Voorraden worden aangelegd

Slide 10 - Slide

Overstromingsperiode
  • september-december

  • Tijd van de overstroming van de Nijl

  • Op het land kan niet worden gewerkt

  • Meehelpen aan de bouw van bijvoorbeeld de piramides en de tempels

Slide 11 - Slide

De Nijl was van levensbelang: als de Nijl niet hoog genoeg kwam, ontstonden hongersnoden...
...maar als hij te hoog kwam, een overstroming!

Slide 12 - Slide

Hoe gingen de oude Egyptenaren daarmee om?
  • De Nijl moet goed in de gaten worden gehouden (nilometer)

  • Er moet verstandig worden omgegaan met de hoeveelheid water: irrigatielandbouw

  • Er worden voorraden aangelegd voor mindere oogstjaren. Alle oogsten worden nauwkeurig bijgehouden

Slide 13 - Slide

Irrigatielandbouw

Slide 14 - Slide

En vooral: samenwerken!
  • Hiervoor heb je een leider nodig

  • Elke stam heeft een leider (dorpshoofd)

  • Die dorpshoofden krijgen ruzie met elkaar

  • Uiteindelijk blijft er één leider over: de farao ('Groot Huis')

Slide 15 - Slide

0

Slide 16 - Video


Hoe heet de vruchtbare grond
die achterblijft door de overstroming van de Nijl?
A
Modder
B
Vruchtbare grond
C
Slib
D
Mest

Slide 17 - Quiz


Welke zin past het best bij
de gebeurtenissen in de afbeelding?

A
De Nijl is overstroomd.
B
Het water van de Nijl is een paar dagen geleden weer gezakt; op het land ligt een laagje vruchtbare modder.
C
Het water van de Nijl is een paar maanden geleden weer gezakt.

Slide 18 - Quiz

Wat is een shadoef?
A
Een waterschep om het water naar de slootjes te brengen.
B
Een emmer om water naar de slootjes te dragen.
C
Een systeem om het water te zuiveren.
D
Het irrigatiesysteem wordt zo genoemd.

Slide 19 - Quiz

Egypte als staat
Rond 3100 v.Chr. zijn er nog twee grote gebieden over:
  • Beneden-Egypte (noorden)
  • Boven-Egypte (zuiden)
Samenvoeging onder koning Menes (= farao)

Staat = Begrensd gebied dat onder één bestuur valt. 

De farao had nu de leiding in heel Egypte, maar bestuurde hij het land in zijn eentje?
Egypte werd bestuurd door de farao en zijn ambtenaren! = bestuursapparaat


Slide 20 - Slide

Kenmerken bevolkingspiramide:
  • Bepaald door geboorte 
  • Verschillend in aanzien, bezit en macht
  • Veranderen van laag
  • Ongelijkheid 

Slide 21 - Slide

Bestuur
  • De farao is koning, legeraanvoerder én god

  • Meeste taken worden uitgevoerd door:
  1. ambtenaren: bestuur
  2. priesters: godsdienst
  3. officieren: leger

  • Omdat het een groot land is, zijn er geschreven wetten

Slide 22 - Slide

Een goed georganiseerde staat

Slide 23 - Slide

Hiërogliefen
  • Egyptische schrift, dat bestaat uit pictogrammen

  • De naam hiërogliefen is Grieks en betekent: 'heilige groeven'. 

  • De Egyptenaren noemen ze zelf: Medu Netjer ('Goddelijke Woorden')

  • Hiërogliefen werden gebeiteld in rots of geschreven op papyrus
Met de Steen van Rosetta kon uiteindelijk, na lang puzzelen, het hiërogliefenschrift worden ontcijferd.

Slide 24 - Slide

Video
De Ode Egyptenaren

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video

Video
Days that shook the World: Deciphering the Rosetta Stone

Slide 27 - Slide

0

Slide 28 - Video

Video
Leven onder de farao's
Deel 3: De Egyptenaren

Slide 29 - Slide

0

Slide 30 - Video

Video
Histoclips: De Oude Egyptenaren

Slide 31 - Slide

0

Slide 32 - Video

Begrippen uit deze les

  • cultuur
  • ambachtslieden
  • ambtenaren
  • hiërogliefen
  • papyrus

Slide 33 - Slide

Leg in je eigen woorden uit wat de 'cultuur' betekent

Slide 34 - Open question

Leg in je eigen woorden uit wat de 'ambachtslieden' zijn

Slide 35 - Open question

Leg in je eigen woorden uit wat de 'ambtenaren' zijn

Slide 36 - Open question

Leg in je eigen woorden uit wat de 'hiërogliefen' zijn

Slide 37 - Open question

Leg in je eigen woorden uit wat de 'papyrus' is

Slide 38 - Open question

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 39 - Open question

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 40 - Open question