Les 3 Brandwonden/kneuzing/ fracturen

Brandwonden en letsel aan bewegingsapparaat 
1 / 32
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Brandwonden en letsel aan bewegingsapparaat 

Slide 1 - Slide

Lesdoelen



  • Je kunt minimaal 3 oorzaken van een brandwond benoemen
  • Je weet de kenmerken van verbranding
  • Je weet minimaal 2 gevolgen van brandwonden
  • Je weet wanneer je professionele hulp moet inschakelen
  • Kan je een (heup) fractuur beschrijven
  • eerste hulp bij een kneuzing beschrijven.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Oorzaken van brandwonden 
Ongeval met hete vloeistof
41%
Ongeval met vuur en vlammen
24%
Ongeval met steekvlammen
17%

Slide 4 - Slide

Oorzaken
Vuur = bijvoorbeeld vlam in de pan
Hitte = bijvoorbeeld heet oppervlak (oven) of heet water
Wrijving = bijvoorbeeld schuren over een wegdek
Straling = bijvoorbeeld van de zon of bij bestraling
Chemisch = bijvoorbeeld bijtende schoonmaakproducten
Elektriciteit
Berenklauw

Slide 5 - Slide

Brandwonden
                                                                      - Eerstegraads verbranding      
                                                                 - Tweedegraads brandwond
                                                              - Derdegraads brandwond

Slide 6 - Slide

Kenmerken verbranding.

Eerstegraads verbranding:
De huid is niet stuk (oppervlakkig beschadigd), soms opgezwollen, rood/ roze verkleurde, droge huid, prikkelend tot pijnlijk gevoel


Oppervlakkig tweedegraads brandwond:
Opperhuid is beschadigd tot in de lederhuid, glanzende/ rode huid, nat, blaren, pijnlijk, voelt soepel
Tweedegraads brandwond:
De lederhuid is meer aangetast dan bij een oppervlakkige tweedegraads brandwond, rood-witte kleur, nat, blaren, pijnlijk, voelt soepel


Derdegraads brandwond:
Zowel de opperhuid als de lederhuid zijn volledig beschadigd tot in het onderhuids vetweefsel, wit (gekookt), beige tot zwart (verbrand) van kleur, droog, nauwelijks pijnlijk, stug

Slide 7 - Slide

De diepte van een brandwond hangt af van verschillende factoren.
- De temperatuur
- De tijd dat de warmtebron inwerkt op de huid
- De oorzaak van de verbranding 
- De leeftijd van het slachtoffer 
- De plaats van de verbranding op het lichaam.

Slide 8 - Slide

Wanneer professionele hulp? 
  • Alle tweede- en derdegraads brandwonden
  • Inademing van rook of hete gassen
  • Verbranding door elektriciteit, chemische stoffen of stoom
  • Brandwonden bij kinderen jonger dan 5 jaar of volwassenen ouder dan 60 jaar

Slide 9 - Slide

Gevolgen van brandwonden
Warmteverlies, het lichaam verliest veel warmte omdat de huid de temperatuur niet kan vasthouden.
- Vochtverlies, de huid kan het vocht niet tegenhouden. 
Infectiegevaar, waar de huid defect is, kan door inwerking van bacteriën een infectie ontstaan.

Slide 10 - Slide

Hoe koel je brandwonden?
A
met lauw stromend water, net boven de wond
B
met koud water, op de wond
C
met koud water, net boven de wond
D
met lauw water, op de wond

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide

Wat doe je
  • Verwijder sierraden
  • Koel 10 min met lauw zacht stromend water (15-30 gr.)
  • Knip losse kleding weg
  • Brandwonden niet aanraken
  • Afdekken met huishoudfolie, niet verklevend verband of schone doek
  • Laat blaren heel

Slide 13 - Slide

Wanneer hoef je GEEN hulp in te schakelen?
A
Als het een volwassene is van 62 jaar met een brandwond
B
Als de schouders door de zon 1e graads verbrand zijn
C
Als een peuter een hete oven aanraakt
D
Als er hete dampen worden ingeademd

Slide 14 - Quiz

Letsel aan bewegingsapparaat 

Slide 15 - Slide

Kneuzing en verstuiking
  • Pijn op de plek waar het letsel zit.
  • Er kan zwelling zijn.
  • Er kan een bloeduitstorting zijn
  • Bewegen kan vaak een beetje, maar doet wel pijn
  • Beschadiging van spieren en bindweefsel
  • Letsel aan gewrichtsbanden, enkelbanden

Slide 16 - Slide

Behandeling kneuzing/verstuiking


RICE methode
R = rust
I = Ice (ijsklontje, coldpack)
C = compressie door steunverband
E = elevation = hoog leggen

Slide 17 - Slide

Ontwrichting 
  • Wat stel je vast bij ontwrichting?
  • Wat doe je bij ontwrichting? 

Slide 18 - Slide

ontwrichte schouder

de kop van het schoudergewricht is uit de kom geschoten
ook hier zie je een vreemde stand van het lichaamsdeel

EHBO --> nooit terug plaatsen!

Slide 19 - Slide

symptomen ontwrichting:
A
vertraagde hartslag, vreemde stand, moeilijk bewegen
B
pijn, vreemde stand, moeilijk bewegen
C
pijn, vreemde stand, dorst
D
vreemde stand, vertraagde hartslag, dorst

Slide 20 - Quiz

Botbreuk
  • Waar kan je het aan herkennen?
  • Gesloten en open botbreuk
  • Bloeding

Slide 21 - Slide

Welk kenmerk zie je NIET bij een botbreuk?
A
lichaamsdeel kan actief bewogen worden
B
zwelling en verkleuring
C
lichaamsdeel niet willen bewegen i.v.m. te veel pijn
D
vreemde stand lichaamsdeel

Slide 22 - Quiz

                                       



 Heupfracturen 
VPDR3t

Slide 23 - Slide

Fracturen van de heup 1
Dijbeenhalsbreuk (collumfractuur)
De breuk zit in de hals van de heup ongeveer 2,5 tot 5 cm. van de heupkop af. De breuk ligt
binnen het gebied van het kapsel van de heup. Hierdoor kan de bloedvoorziening naar de
afgebroken kop in gevaar komen. De kop van heup kan hierdoor afsterven.

Slide 24 - Slide

Fracturen van de heup 2
Breuk in de verdikkingen van de heupkop 
Deze breuk zit in het dikste deel van de heup. Vaak bestaat de breuk uit meerdere delen.

Slide 25 - Slide

Fracturen van de heup 3
Breuk onder het dikste deel van de heupkop 
Een breuk in dit gebied komt minder vaak voor.

Slide 26 - Slide

Fracturen 
Gebroken bovenbeen 
Deze breuk zit in het bovenbeen en kan hoog of laag in het bovenbeen zitten

Slide 27 - Slide

Hoe herken je een gebroken heup?

Slide 28 - Open question

Waarom hebben vrouwen vaker een heupfractuur dan mannen?
A
Vrouwen vallen vaker
B
Mannen hebben sterkere gewrichten
C
Vrouwen hebben meer last van botontkalking
D
Mannen slikken meer Vitamine D

Slide 29 - Quiz

Handverband
Enkelverband

Slide 30 - Slide

afsluiting
vragen?
Lesdoel?

Slide 31 - Slide

Lesdoelen



  • Je kunt minimaal 3 oorzaken van een brandwond benoemen
  • Je weet de kenmerken van verbranding
  • Je weet minimaal 2 gevolgen van brandwonden
  • Je weet wanneer je professionele hulp moet inschakelen
  • kan je een kneuzing beschrijven
  • de symptomen van een (heup) fractuur beschrijven

Slide 32 - Slide