H2 Par 1 t/m 4

H2 par 1 t/m 4
In deze lessonup vind je de stof uit hoofdstuk 2.

In de lessonup zitten filmpjes, tekst en oefeningen voor het leren van de toets.
1 / 46
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

Items in this lesson

H2 par 1 t/m 4
In deze lessonup vind je de stof uit hoofdstuk 2.

In de lessonup zitten filmpjes, tekst en oefeningen voor het leren van de toets.

Slide 1 - Slide

Paragraaf 1
De vorming van de Alpen

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Hoe zijn de Alpen ontstaan?

Slide 4 - Open question

Zijn de Alpen een jong of oud gebergte?
Door de miljoenen jaren heen worden gebergten afgebroken door verwering


Hoe puntiger het gebergte, hoe jonger hij is. 

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Verwering
Het uiteenvallen van gesteente onder invloed van weer en plantengroei.
- Mechanische verwering 
- Chemische verwering

Slide 7 - Slide

Mechanische verwering
Verschil in temperatuur

De steen zet uit bij warmte 
Krimpt weer bij kou


Slide 8 - Slide

Vorst verwering
Verschil in temperatuur

De steen zet uit bij warmte 
Krimpt weer bij kou

Vorstverwering

Slide 9 - Slide

Biologische verwering
Wortels van planten en bomen helpen soms een handje mee door zich in spleten en barsten te wringen.

Slide 10 - Slide

Chemische verwering
Als de samenstelling van een gesteente wel verandert, spreek je van chemische verwering .

Slide 11 - Slide

Chemische
verwering
Mechanische verwering

Slide 12 - Drag question

Slide 13 - Video

Paragraaf 2
Gletsjers 

Slide 14 - Slide

begin van een gletsjer 
 In een ijstijd valt veel neerslag in de vorm van sneeuw. Het enorme pak sneeuw veranderd door de gigantische druk in firn : korrelige en ijsachtige sneeuw. 

De firn hoopt zich steeds verder op en vormt een firnbekken . Dat is het begin van een gletsjer.

Slide 15 - Slide

begin van een gletsjer 
 Duizenden jaren geleden waren de Alpen bedekt met enorme gletsjers , rivieren van ijs die langzaam van de hellingen naar beneden gleden. In die tijd was de gemiddelde zomertemperatuur tien graden lager dan nu. 

Tijdens deze ijstijd of glaciaal staken alleen de bergtoppen van meer dan 2.000 m boven het ijs uit. ter.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

IJstijden
 In de geschiedenis van de aarde zijn er koude perioden geweest. In zo’n periode daalde de temperatuur niet dramatisch (gemiddeld niet meer dan 5 °C), maar er viel in de winter meer sneeuw dan dat er in de zomer smolt.  
Van jaar tot jaar hoopte de sneeuw zich op en werd samengedrukt tot ijs. Dat zorgde voor een aangroei van gletsjer , die zich over grotere oppervlakten land uitbreidden. Een koude periode waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen, heet een ijstijd 

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Verwering en gletsjers
Een Gletsjer bestaat niet uit glad ijs. Hij zit vol met stenen en grind. 

Door verwering vallen er rotsen en stenen op de gletsjer.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Morene aan de zijkant van de gletsjer noemen we zijmorene
Het puin dat onder de gletsjer wordt meegenomen noemen we grondmorene
Aan het eind van de gletsjer (onder aan de berg) liggen eindmorene

Slide 22 - Slide

De gletsjer beweegt langzaam van de berg af. Door erosie wordt het dal uitgeslepen. Dat zie je goed in de afbeelding hier boven.  Erosie zorgt er voor dat er een diep en rond dal ontstaat in de vorm van een U. Een U-dal noemen we dat.

Slide 23 - Slide

Hoe noemen we de puin de door verwering op en in de Gletsjer terecht komt?
A
Gletjserpuin
B
Morene
C
Glaciaal
D
Poarstenen

Slide 24 - Quiz

Zet het juiste begrip bij de tekst
rivieren van ijs die langzaam van de hellingen naar beneden glijden
Periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde een paar graden daalde.
korrelige, overjarige en ijsachtige sneeuw.
Een verzameling van overjarige sneeuw hoog in de bergen. Het begin van de gletsjer
Gletsjer
IJstijd / Glaciaal
Firn
Firnbekken

Slide 25 - Drag question

Hoe kan je in deze afbeelding zien dat het dal door een gletsjer is gevorm?
(klik om te vergroten)

Slide 26 - Open question

Paragraaf 3
De rivier

Slide 27 - Slide

Een rivier bestaat uit drie fases

- Bovenloop
- Middenloop
- Benedenloop

Slide 28 - Slide

Bovenloop
Aan het begin van de rivier. 
In de bovenloop snijdt de Rijn zich door erosie in het landschap. Hier stroomt het water snel. 
De hoge stroomsnelheid zorgt ervoor dat het meegevoerde puin een diep V-vormig dal met steile wanden uitslijpt.

Slide 29 - Slide

Middenloop
Middelste gedeelte van de rivier.
Hoogteverschil wordt steeds kleiner, de rivier gaat minder snel stromen. 


er ontstaat Sedimentatie in langzaam stromende gedeeltes

Slide 30 - Slide

Benedenloop
Laatste gedeelte van de rivier tot de monding
Hoogteverschil is erg klein, stroomsnelheid zakt af.


Veel sedimentatie

Slide 31 - Slide

Delta
Bovenloop
Meander
Middenloop
Benedenloop

Slide 32 - Drag question

Erosie
Sedimentatie

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Video

Slide 35 - Slide

Een meander ontstaat door ........................ 
In de buitenbocht stroomt de rivier ........., dit zorgt voor ......... . In de binnenbocht stroomt de rivier ............... dit zorgt voor ......................  Hierdoor ontstaan er steeds grotere bochten in de rivieren, dit noemen wij ...................
exogene krachten
snel
Erosie
langzaam
sedimentatie
meanderen

Slide 36 - Drag question

1
2
3

Slide 37 - Drag question

Wat laat deze afbeelding zien?

Slide 38 - Open question

Paragraaf 4
Kustvorming

Slide 39 - Slide

Opbouw en afbraak van de kust.
Rivieren en gletsjers kunnen het landschap afbreken en opbouwen, 

de zee kan dit ook
sommige kusten worden afgebroken, andere opgebouwd.


Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Slide

Sterke terugstroom -> .............. -> Landschap wordt afgebroken
A
Aanslibbingskust
B
afbraakkust

Slide 43 - Quiz

Zwakke terugstroom-> .............. -> Landschap wordt opgebouwd
A
Aanslibbingskust
B
afbraakkust

Slide 44 - Quiz

Slide 45 - Slide

Slide 46 - Slide