Kennis en vaardighedentoets

Kennis en vaardighedentoets
1 / 23
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo lwoo, havoLeerjaar 4

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 1 min

Items in this lesson

Kennis en vaardighedentoets

Slide 1 - Slide

27.02
Voor de toets maak je: Lesen Traumberuf gesucht Seiten 51-67

Grammatik Teil 1/2/3/4 de D-Prüfungen










Slide 2 - Slide

Je leert:
de tegenwoordige tijd en voltooide tijd van regelmatige werkwoorden, van werden, haben en sein.
de vormen van de der_Gruppe en ein_Gruppe in naamval 1/3/4
de tegenwoordige tijd en het voltooid deelwoord van de Modalverben
Voor een overzicht van de theorie kun je in je boek de pagina's 264-267 en 269-272 bestuderen.
Voor de woordenschat leer je: Lernecke Traumberuf vokabelliste 1/2 Seiten 71-74
Je geschreven stuk 100-120 woorden Schreiben über dich

Slide 3 - Slide

In dieser Stunde
Wiederholung Fall 1/4/3
Neu: Modalverben

Slide 4 - Slide

Vul de lidwoorden aan: D.. Freundin (v) hat ein.. Chef (m) besucht.

Slide 5 - Open question

Vul de lidwoorden aan: Sein.. Eltern (MV) haben mein.. Kind (o) gesucht.

Slide 6 - Open question

Unser___ Vater hat mein___ Bruder ein___ Fahrrad (o) gegeben zum Geburtstag.

Slide 7 - Open question

Modalverben & wissen


Was wisst ihr noch über die Modalverben?

Hoe zat het ook alweer met deze werkwoorden?

Slide 8 - Slide

Wat zijn de verschillen?
1. ich  en  er/sie/es  hebben geen uitgang
2. in het enkelvoud staat een andere klinker dan in het meervoud (behalve sollen)

Slide 9 - Slide

MODALVERBEN: Lernziele




  • Ihr kennt die Modalverben und ihre Bedeutung
  • Ihr könnt die Verben in Sätzen richtig anwenden








Slide 10 - Slide

wissen

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Link

Slide 13 - Link

____________ ihr die Modalverben bilden?
A
Könnt
B
Könnte
C
Konntet
D
Könntet

Slide 14 - Quiz

Bij welke vorm hebben modale werkwoorden geen uitgang?
A
ich en du
B
ich en er/sie/es
C
ich en wir
D
er/sie/es en ihr

Slide 15 - Quiz

Du ...(moet)... zuhören.
A
musst
B
sollst
C
müsst
D
sollt

Slide 16 - Quiz

wollen, jullie
A
ihr wollen
B
ihr wollt

Slide 17 - Quiz

können - du ....
A
kannst
B
könnt
C
könnst
D
kennst

Slide 18 - Quiz

Sollen oder müssen?
A
Soll ich das Fenster öffnen
B
Muss ich das Fenster öffnen?

Slide 19 - Quiz

mogen
A
Er mag schon rauchen
B
Er darf schon rauchen

Slide 20 - Quiz

mogen
A
Ich mag ihn sehr
B
Ich darf ihn sehr

Slide 21 - Quiz

Er (wissen)
A
weiß
B
weiße
C
wiss

Slide 22 - Quiz

Zou willen
A
Magst du Eis?
B
Möchtest du Eis?

Slide 23 - Quiz