Les 1 Acute aandoeningen

Acute aandoeningen
Les 1 Acute aandoeningen
Ziekteleer
5.1 Groepsobservatie en analyse & 5.2 Begeleiden van groepsactiviteiten
1 / 14
next
Slide 1: Slide
VerzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Acute aandoeningen
Les 1 Acute aandoeningen
Ziekteleer
5.1 Groepsobservatie en analyse & 5.2 Begeleiden van groepsactiviteiten

Slide 1 - Slide

Waarom ziekteleer?
Ziekteleer, ook wel bekend als pathologie, is de tak van de medische wetenschap die
zich bezighoudt met het bestuderen van ziekten. Het biedt inzicht in de oorzaken,
mechanismen, symptomen, diagnose, behandeling en preventie van ziekten.

In de cursus 5.1 wordt omgaan met groepsdynamica behandelt. Cliënten hebben
soms een beperking, maar ook een ziekte kan van invloed zijn op het functioneren
van een cliënt.
Voor cursus 5.2 begeleiden van groepsactiviteiten moet je ook rekening houden met
ziekte of beperkingen van cliënten.
Bij deze module krijg je een inleiding in psychopathologie/ziektebeelden> gekoppeld
aan gedrag.

Slide 2 - Slide

Wat ga je leren?
  • Je leert hoe iemand ziek wordt
  • Je leert hoe je acuut kunt reageren op plotselinge verschijnselen
  • Je leert welke ziektes er bestaan en hoe deze ontstaan
  • Je leert welke medicijnen daarbij worden toegediend en de werking ervan

Slide 3 - Slide

Planning
  • Wat weet je al?
  • Voorkennis checken
  • Theorie
  • Zelfstandig werken
  • Afsluiting

Slide 4 - Slide

Acute aandoeningen

Slide 5 - Mind map

Flauwte
Bewustzijnsverlies
Hartstilstand
Een cliënt ligt heel stil op de bank. Hij ziet bleek. Je vraagt: 'Gaat het?' Hij reageert eerst niet. Daarna zegt hij dat hij vlekken voor zijn ogen krijgt.
Een cliënt ligt op de grond. Je gaat snel naar hem toe en schudt aan zijn schouders. Je zegt: 'Gaat het?' Hij antwoordt niet. Hij lijkt ook niet te ademen.
Een cliënt zit heel stil op een stoel. Je gaat snel naar hem toe en schudt aan zijn schouders. Je zegt: 'Gaat het?' De cliënt reageert niet. Hij ademt wel.

Slide 6 - Drag question

Wat doe je in deze situaties?


De cliënt plat op de grond laten liggen en 112 bellen wanneer dit na twee minuten niet helpt
112 bellen en reanimeren<div><br></div>
112 bellen en het slachtoffer in de stabiele zijligging leggen<div><br></div>
Flauwte
Hartstilstand
Bewustzijnsverlies

Slide 7 - Drag question

Acute aandoeningen
Bij een acute aandoening kan iemand direct hulp nodig hebben. Een ernstige acute aandoening kan zelfs levensbedreigend zijn. Je kunt vaststellen of er sprake is van een levensbedreigende situatie door de vitale functies in de gaten te houden.

De vitale functies zijn de belangrijkste functies van het lichaam. Er zijn vijf vitale functies:
  • hartslag
  • ademhaling
  • bewustzijn
  • bloeddruk
  • lichaamstemperatuur.

Slide 8 - Slide

Flauwte
Een flauwte is een kortdurende stoornis in het bewustzijn. De hersenen krijgen tijdelijk minder bloed en zuurstof. Een dreigende flauwte voelt iemand bijna altijd aankomen.
Een flauwte is niet hetzelfde als flauwvallen. Bij flauwvallen is iemand echt buiten bewustzijn. Bij een flauwte kan hij nog bij bewustzijn zijn.

Bij een flauwte heeft het slachtoffer last van:
  • zwakte en misselijkheid
  • bleekheid
  • zweten en een koude huid
  • vlekken voor de ogen
  • bewustzijnsverlies en vallen.


Slide 9 - Slide

Verwondingen, onderkoeling en oververhitting
Bij een actieve bloeding stroomt er bloed uit de wond; bijvoorbeeld bij een bloeding op de armen, benen, het hoofd of de hals. Het bloed kan gelijkmatig of in stoten uit de wond komen. 

Het moet zo snel mogelijk gestopt worden, om shock te voorkomen. Bij shock krijgen de organen steeds minder zuurstof en uiteindelijk helemaal geen zuurstof meer, wat kan leiden tot de dood.


Slide 10 - Slide

Er zijn verschillende soorten actieve bloedingen:

slagaderlijke (arteriële) bloeding
Het bloed komt vaak in stoten uit de wond. Er is veel bloedverlies in korte tijd. Dit is levensbedreigend.
aderlijke (veneuze) bloeding
Het bloed komt meestal gelijkmatig uit de wond. Ook bij aderlijke bloedingen kan er ernstig bloedverlies optreden, met ernstige gevolgen.
spataderbloeding
Een gesprongen spatader is meestal niet levensbedreigend, maar kan ook in korte tijd veel bloedverlies tot gevolg hebben.
bloeding van een haarvat
Er is weinig bloedverlies en de bloeding stopt meestal binnen korte tijd.
Er zijn verschillende soorten actieve bloedingen:

  • slagaderlijke (arteriële) bloeding
Het bloed komt vaak in stoten uit de wond. Er is veel bloedverlies in korte tijd. Dit is levensbedreigend.
  • aderlijke (veneuze) bloeding
Het bloed komt meestal gelijkmatig uit de wond. Ook bij aderlijke bloedingen kan er ernstig bloedverlies optreden, met ernstige gevolgen.
  • spataderbloeding
Een gesprongen spatader is meestal niet levensbedreigend, maar kan ook in korte tijd veel bloedverlies tot gevolg hebben.
  • bloeding van een haarvat
Er is weinig bloedverlies en de bloeding stopt meestal binnen korte tijd.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Aan de slag
  • Docent deelt werkbladen uit. Lees de tekst en maak de vragen. Je hebt geen internet/laptop nodig. 
  • Individueel.
  • 15 min.
  • Klaar? Bespreek je antwoorden met je buurman/buurvrouw.
  • Klassikale bespreking.

Slide 13 - Slide

Wat heb jij geleerd?

Slide 14 - Slide