klas 1 Latijn ma 11 mei

Latijn klas 1
ma 11 mei
esse en posse
1 / 13
next
Slide 1: Slide
Klassieke TalenVoortgezet speciaal onderwijs

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Latijn klas 1
ma 11 mei
esse en posse

Slide 1 - Slide

Deze les
- toetsstof
- korte herhaling werkwoordstijden
- esse en posse

volgende les: starten met/hulp bij vertalen

Slide 2 - Slide

Toetsstof
MULTIPLECHOICE TOETS op 3 onderdelen:
1) naamwoorden
[hiervoor moet je alle naamvallen leren]
2) werkwoorden
[hiervoor moet je de 4 tijden incl.esse&posse leren]
3) vertalen
[hiervoor moet je de woorden van les 1&2 + 9&10&11 leren]

Slide 3 - Slide

Heb je een vraag over de toetsstof of toets?

Slide 4 - Open question

Welke tijd vertaal je met:
'wij hebben gelopen'?
A
praesens
B
imperfectum
C
perfectum
D
plusquamperfectum

Slide 5 - Quiz

Hoe maak je deze vorm dan in het plusquamperfectum?
A
wij liepen
B
wij hebben gelopen
C
wij hadden gelopen
D
wij zijn gelopen

Slide 6 - Quiz

Maak zelf de goed vorm van salutare
in alle 4 de tijden in de 3e mv én vertaal ze

Slide 7 - Open question

esse & posse
* onregelmatige werkwoorden
* moet je apart leren
* betekent 'zijn' en 'kunnen'
* zijn er ook in 4 tijden

Slide 8 - Slide

esse
praesens                         rijtje leren (sum,es,est,sumus,estis,sunt)

imperfectum                 eram,eras,erat,eramus,eratis,erant
                                             ! let op het verschil met het plusq.pf !
perfectum                      pf-stam (fu-) + uitgang = fui,fuisti,fuit...

plusq. perfectum        pf-stam + era + uitgang = fueram,fueras...

Slide 9 - Slide

posse
praesens             rijtje leren (possum,potes,potest...)

imperfectum     poteram,poteras, poterat...
                                 ! let op het verschil met het plusq.pf !
perfectum           pf-stam (potu-) + uitgang = potui,potuisti...

plusq. perf.          pf-stam + era + uitgang = potueram,potueras...

Slide 10 - Slide

Hoe vertaal je dan:
fuerat / potuerat?
A
zij waren / zij konden
B
hij was / hij kon
C
hij had geweest / hij had gekund
D
hij was geweest / hij had gekund

Slide 11 - Quiz

Vertaling
praesens                                ik ben                              ik kan

imperfectum                        ik was                              ik kon

perfectum                             ik ben geweest            ik heb gekund

plusq. perfectum               ik was geweest            ik had gekund

Slide 12 - Slide

vragen?
nu zou je de opdracht moeten kunnen maken.....

Slide 13 - Mind map