Vriendschap 3

Vriendschap
Brugklas, periode 4
1 / 29
next
Slide 1: Slide
LevensbeschouwingMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Vriendschap
Brugklas, periode 4

Slide 1 - Slide

D.m.v. een aantal meerkeuzevragen herhalen we nu eerst de stof van de afgelopen lessen.

Slide 2 - Slide

Wat hoort niet bij een vrijwillige relatie?
A
Je kiest zelf voor een relatie met een bepaalde persoon
B
Een voorbeeld daarvan is: vriendschap
C
Ze zijn als het ware 'voorgegeven'
D
Een voorbeeld daarvan is: een liefdesrelatie

Slide 3 - Quiz

Welk antwoord is niet goed?
A
Familierelaties horen bij onvrijwillige relaties
B
Onvrijwillige relaties zijn als het ware voorgegeven
C
Een voorbeeld van een vrijwillige relatie: moeder en zoon
D
Een onvrijwillige relatie: klasgenoten

Slide 4 - Quiz

Wat betekent het woord solidariteit?

Slide 5 - Open question

Wat is geen voorbeeld van een foute vriendschap?
A
Iemand die altijd laat betalen maar zelf nooit geld heeft
B
Iemand die je niet zo vaak ziet en van wie je niet zoveel verwacht
C
Iemand die achter je rug om, om jou praat
D
Iemand die jou in alles na-aapt

Slide 6 - Quiz

Wat is de definitie van een vriendschap?
A
Iemand die je weleens tegen komt en dan doe je samen iets
B
Iemand met wie je heel veel tijd doorbrengt
C
Een vrijwillige relatie, dus waar je zelf voor gekozen hebt
D
Een duurzame relatie tussen twee of meer personen

Slide 7 - Quiz

Wat zijn de vier kenmerken van een vriendschap?
A
Vrijwilligheid, genegenheid, vertrouwen, solidariteit
B
Vriendschap, trouw, plezier, humor
C
Liefde, gezelligheid, seksualiteit, respect
D
Intimiteit, gehechtheid, duurzaamheid, kwaliteit

Slide 8 - Quiz

Meningvraag: is er bij vriendschap sprake van liefde? Wat vind jij?

Slide 9 - Open question

Slide 10 - Slide

Par. 3 Een filosofische kijk op vriendschap
  • Aristoteles was een Griekse filosoof die leefde van 384 - 322 v. Chr.

  • Het Griekse woord voor vriend, philos, is afgeleid van houden van, philein.  
  • Aristoteles vroeg zich af: wat houdt 'houden van' in als het gaat om vriendschap?

Slide 11 - Slide

Aspect 1:

a) Wederkerigheid: vrienden houden wederzijds van elkaar. Je kunt bijvoorbeeld ook van sport houden, maar sport houdt niet van jou.


Slide 12 - Slide

Klopt dit idee van Aristoteles? Is vriendschap altijd wederzijds? Leg uit.

Slide 13 - Open question

Aspect 2

b) Welwillendheid: je gunt je vriend(in) het beste. Natuurlijk wil je ook het beste voor jezelf, maar als het goed is gunt jouw vriend(in) jou dat ook.


Slide 14 - Slide

Leg uit waarom jaloezie een negatieve factor kan zijn in een vriendschap.

Slide 15 - Open question

Aspect 3

c) Transparantie: vriendschap is 'doorzichtig'. Vrienden weten van elkaar dat ze vrienden zijn.

Slide 16 - Slide

Bedenk een manier hoe vrienden aan elkaar kunnen laten weten dat ze vrienden zijn.

Slide 17 - Open question

Drie soorten vriendschap

Er zijn drie redenen om een vriendschap met iemand aan te gaan:

  • vriendschap omwille van het aangename = samen plezier beleven
  • vriendschap omwille van het nuttige = de vriendschap levert iets praktisch/nuttigs op
  • vriendschap omwille van van het goede = je vindt jouw vriend(in) een goed mens



Slide 18 - Slide

Volgens Aristoteles is deze laatste vorm de beste. Twee redenen:

  • als je iemand een goed persoon vindt, dan gun je deze persoon ook het beste
  • deze soort vriendschap heeft geen doel, en duurt daarom langer

Slide 19 - Slide

Waar kwam Aristoteles vandaan?
A
Egypte
B
Frankrijk
C
Het Romeinse Rijk
D
Het Oude Griekenland

Slide 20 - Quiz

Waar was vriendschap volgens Aristoteles een variant van?
A
Broederschap
B
Liefde
C
Familie
D
Leraar-leerlingschap

Slide 21 - Quiz

Wat is niet één van de aspecten van vriendschap volgens Aristoteles?
A
wederkerigheid
B
transparantie
C
zelfbehoud
D
welwillendheid

Slide 22 - Quiz

Wat bedoelde Aristoteles met welwillendheid?
A
Vrienden gunnen elkaar het beste
B
Voor een vriend offer je jezelf op
C
Aan een vriend geef je geld uit
D
Je moet vrienden zijn met iedereen

Slide 23 - Quiz

Welke vriendschap was volgens Aristoteles het beste?
A
vriendschap omwille van het aangename
B
vriendschap omwille van het nuttige
C
vriendschap omwille van het goede
D
alle vriendschappen zijn even goed

Slide 24 - Quiz

Maak in je werkboek
  • Opdracht 1 op bladzijde 63
  • Opdracht 4 op bladzijde 64
  • Opdracht 7 op bladzijde 65
    (let op, hiervoor moet je ook
    bladzijde 79 uit je tekstboek lezen)
  • Opdracht 8 op bladzijde 66
timer
10:00

Slide 25 - Slide

Waar denk je aan bij het woord Zen?

Slide 26 - Mind map

Wat is ascese? (geleerd bij het hoofdstuk christendom!)

Slide 27 - Open question

3.4 Vriendschap met je zelf: Zen
  • Zen-filosofie benadrukt dat de basis voor vriendschappen met anderen, vriendschap met jezelf is
  • Zen betekent: meditatie, het komt uit China en het is een mengeling van boeddhisme en taoisme
  • Basisgedachte: mensen zijn altijd onrustig en ontevreden omdat ze verlangen naar dingen die ze niet kunnen krijgen
  • Oplossing: mensen worden verlost van hun lijden door niet langer te begeren

Slide 28 - Slide

  • Kernbegrip is ascese: een sobere levenswijze waarbij mensen niet steeds bezig zijn met het verlangen en begeren van allerlei zaken.
  • Voorwaarde: je moet jezelf accepteren zoals je bent.
  • Door vrede met jezelf te sluiten word je ook een betere vriend(in). Je bent niet meer zoveel met jezelf bezig en rustig en kalm.

Slide 29 - Slide