Oefening woensdag 28 februari

Volgorde

Je hebt een keuze gemaakt tussen:

1. Kaartjes/ digitaal Quizlet chronologie (10)

2. Kaartjes / digitaal Quizlet begrippen (31 begrippen)

3. Samenvatting 

1 / 14
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 14 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Volgorde

Je hebt een keuze gemaakt tussen:

1. Kaartjes/ digitaal Quizlet chronologie (10)

2. Kaartjes / digitaal Quizlet begrippen (31 begrippen)

3. Samenvatting 

Slide 1 - Slide

Eerste 20 minuten

Laat je samenvatting lezen door een klasgenoot. Geef elkaar een aantal tips en tops.

Bij de chronologie en begrippen kaartjes speel je elkaars spel. (Digitaal: zet dan de Quizlet open op een tablet).

Lever alle kaartjes / samenvatting weer in.

Slide 2 - Slide

Tweede gedeelte

Soorten oorzaken en gevolgen beschrijven:

blz 122 WB en blz 102/103 TB.

Korte uitleg.

Bekijken van het stappenplan op blz 122  WB.


Slide 3 - Slide

Oorzaak, gevolg 
en aanleiding

Slide 4 - Slide

Waarom?
  • Historici vragen zich niet alleen af wat er in het verleden gebeurde, maar ook waarom dingen gebeurden.

  • Hiervoor kun je een vraag gebruiken die begint met: "Waardoor...?"

  • Als je bezig bent met het beantwoorden van deze waardoor-vraag, dan zoek je naar oorzaken.

Slide 5 - Slide


Voorbeeld


  • Hans is te laat op school, omdat hij een lekke band kreeg.
  • Waardoor kreeg hij een lekke band?
  • Hij kreeg een lekke band, doordat hij door glas was gefietst.
  • Aan het woord 'doordat' kun je de oorzaak herkennen.

Slide 6 - Slide


Voorbeeld
  • De Tweede Wereldoorlog begon doordat Duitsland in 1939 Polen binnenviel.
  • Waardoor brak de Tweede Wereldoorlog uit?
  • De oorlog brak uit doordat  Hitler Polen binnenviel.
  • Aan het woord 'doordat' kun je de oorzaak herkennen.

Slide 7 - Slide


Gevolgen

  • De ene gebeurtenis zorgt weer voor andere gebeurtenissen.
  • Dat zijn gevolgen
  • Doordat Hans een lekke band had, kwam hij te laat in de les. Het gevolg was dat hij een deel van de geschiedenisles had gemist.
  • Oorzaak⇒gevolg(en)



Slide 8 - Slide


Gevolgen
Doordat Polen werd binnengevallen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Het gevolg was dat andere landen zich gingen mobiliseren.
Oorzaak⇒gevolg(en)

Slide 9 - Slide


Een voorbeeld bij geschiedenis

  • Oorzaak: de klimaatsverandering na de laatste IJstijd.
  • Gevolg 1: het werd warmer en droger
  • Gevolg 2: mensen konden niet meer goed leven als jager-verzamelaars
  • Gevolg 3: mensen zochten naar andere middelen van bestaan, zoals de landbouw



Slide 10 - Slide


De aanleiding

  • Een gebeurtenis kan meerdere oorzaken hebben.
  • Meestal is er daarvan één de directe oorzaak: 'de druppel die de emmer doet overlopen'
  • Het herkennen van de belangrijkste oorzaak van een gebeurtenis, is soms moeilijk. Maar de aanleiding is vaak duidelijk.




Slide 11 - Slide

Oorzaak - Gevolg
  • Oorzaken: direct of indirect
  • Indirect = dingen die al langer spelen

  • Directe = de aanleiding, de  "druppel"

  • Gevolg = resultaat van een gebeurtenis
  • Gevolgen op korte termijn: direct na de gebeurtenis
  • Gevolgen op lange termijn: komen pas later

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Tweede gedeelte

Soorten oorzaken en gevolgen beschrijven:

blz 84/122 WB en blz 102/103 TB.

Klaar?

Oefen dan met de examenopdrachten op blz 106. 


Slide 14 - Slide