Huidaandoeningen

Huidaandoeningen
1 / 31
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 31 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Huidaandoeningen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Na de les weet je:
  •  De anatomie en functies van de huid 
  • De herstelfases van de huid
  • hoe je decubitus-, brand- en bevriezingswonden kunt herkennen en classificeren.
  • wat een ulcus, fistel en intertrigo is
  • de oorzaken en symptomen zijn van eczeem, psoriasis en huidkanker.



Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Functies en feitjes
  • Grootste orgaan
  • Reguleren van lichaamswarmte
  • Uitscheiden van vocht en zout
  • Waarnemen van prikkels
  • Vitamine D opnemen
  • Beschermen tegen schadelijke invloeden buitenaf

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

De huid
Epidermis


Dermis


Subcutis

Slide 5 - Slide

1. De opbouw van de huid van buiten naar binnen de lagen en je kunt de lagen aanwijzen.
Huid (Latijn: cutis) of vel vormt de buitenste bekleding van het lichaam van mens en dier. Bij de mens wordt de huid beschreven als het grootste orgaan 1,65 m2, omdat de gehele huid meer weegt dan elk van de andere interne organen. Bovendien bevat de huid, net als interne organen, verschillend gespecialiseerde cellen die samen een functie vervullen. Het is bovendien het enige orgaan dat zonder verdere ingrepen of hulpmiddelen van buitenaf bekeken kan worden. Waarnemen van de huid levert soms belangrijke informatie op over het al of niet goed functioneren van het lichaam als geheel.

De huid bestaat uit twee huidlagen: de opperhuid of epidermis en de lederhuid of dermis. De opperhuid bestaat uit dekweefsel en vormt zweetklieren, geurklieren, talgklieren, haren en nagels. De opperhuid heeft geen bloedvaten, zenuwen of lymfeklieren. Wel bevindt zich hier een aantal zintuigen.
In de huid zijn fijne groeven en lijnen te zien. Dit huidreliëf is op de handpalmen en voetzolen heel duidelijk te zien. Het huidreliëf zorgt ervoor dat de huid in staat is mee te geven bij bewegingen van het lichaam. Het huidreliëf is per persoon uniek. Wordt daarom ook gebruikt bij het nemen van vingerafdrukken.

Huidverwondingen

  • Schaafwond​
  • Snijwond/steekwond
  • Scheurwond​







Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Schaafwond
Deze wond bloedt soms weinig, maar kan wel veel pijn doen.

Mogelijk complicaties:
Infecties met micro-organismen, zoals bacteriën (tetanus!). 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Snijwond
  • Kenmerken: Diepere wond, bloed zichzelf meestal schoon. 
  • Slagaderlijk, aderlijke, haarvatbloeding
  • Actie: Verbinden, evt. naar arts om te laten hechten 
  • Zwaluwstaartje (noodhechting) 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Scheurwond
  • Met kracht uiteengerukt waardoor rafelige randen. 
  • Niet diep
  • Weinig bloedverlies (bloedvaten trekken zich terug in dieper gelegen weefsel)
  • In wond vuil en dood weefsel 
  • Huid en onderhuidse bindweefsel van de onderlaag zijn losgerukt
  • Weefsels krijgen dan geen zuurstof en voedingsstoffen meer en sterven af. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Wondgenezing in fasen
Reactiefase: huid reageert op verwonding, uitbreiding wordt voorkomen, bloed stolt (fibrinedraden), ontstekingsreactie.

Regeneratiefase: onderliggende huid groeit dicht.

Rijpingsfase: opperhuid gaat er weer uitzien als voorheen.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Brandwonden
1e graads: roodheid
2e graads: roodheid + blaren​
3e graads: verkoling v.h. weefsel 


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Bevriezing
Ook 1e, 2e en 3e graads 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Decubitus
  • Huidbeschadiging door druk- en schuifkrachten
  • Onderliggende bloedvaten worden dichtgedrukt
  • Weefsel onder de opperhuid heeft meer last van de slechte doorbloeding dan de opperhuid zelf, die al weinig doorbloed is
  • Dieper gelegen weefsels worden dus het eerste aangetast
  • Vooral op plaatsen waar bot dicht onder de huid ligt


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Decubitus

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Oorzaken

Extrinsiek = van buiten af:​
- drukkracht 
- schuifkracht
- vocht (incontinentie, zweten)​
- koorts




Intrinsiek = van binnen uit:​

- slechte doorbloeding (aderverkalking, hartfalen)​
- O2-gebrek door bloedarmoede, longziektes​
- slechte voedingstoestand​
- neurologisch: verlamming, gevoelsstoornis​
- hoge leeftijd




Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Opdracht
Zoek 4 preventiemaatregelen om decubitus te voorkomen

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Preventiemaatregelen
  • Inspecteer de huid  en controleer vochtige huidgebieden
  • Pas drukverminderende maatregelen toe zoals wisselhoudingen (leg de patiënt bij wisselhoudingen afwisselend in 30 graden zijligging of plat op rug of buik)
  • Drukreducerend matras en/of een drukreducerend kussen. 
  • Draai de patiënt, voor zover mogelijk, niet op een lichaamsdeel waar al decubitus aanwezig is.
  • Onderbeen volledig te laten rusten op een kussen met de knie in een licht gebogen houding, zodat de hielen volledig loskomen van de ondergrond.
  • Optimaliseer en behoud een goede algemene conditie van de patiënt door deze bijv voldoende te laten eten en drinken.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Ulcus
= zweer. Is een oppervlakkige beschadiging van huid of slijmvlies die maar niet geneest.

Voorbeeld: ulcus cruris = “open been”​
Vooral bij ouderen met slechte bloedsomloop 

Slide 20 - Slide

b.v. na trombosebeen, door spataderen of aderverkalking
Fistel
  • Een onnatuurlijke verbinding tussen 2 holle organen of tussen een hol orgaan en de buitenwereld (huid).
  • Kan tussen veel verschillende organen ontstaan
  • Ontstaan meestal na een ontsteking
  • Meest voorkomende is perianale fistel
  • Altijd operatief verwijderen

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Intertrigo
Intertrigo = smetten 

oppervlakkige ontsteking in huidplooien 

bij obesitas en veel transpiratie​

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Eczeem
  • Verzamelnaam voor ontstekingen van de huid 
  • Combinatie van erfelijkheid en omgevingsfactoren 
  • Bij allergie meer kans op eczeem





Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Kenmerken

Rood, jeuk, schilferige huid

Niet besmettelijk

Gevolgen: Krabben, infecties

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Vormen eczeem
3 vormen:​
- contacteczeem (b.v. door nikkel, rubber)​
- constitutioneel eczeem ​(chronisch, erfelijk, al bij kinderen)​
- stase-eczeem ​(ouderen met slechte bloedsomloop, verergert door zeep)​




Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Behandeling en prognose 
  • Huid insmeren met vettige zalf (niet wassen met zeep) 
  • Huid beschermen tegen krabben
  • Katoenen kleding

  • Meeste kinderen groeien er over heen


Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Psoriasis
  • Erfelijke, chronische auto-immuunziekte
  • Snellere deling van huidcellen dan gewoonlijk
  • 2% van de wereldbevolking lijdt eraan. 
  • Erfelijke aanleg speelt een rol. 
  • Stress, een infectieziekte, overmatig alcoholgebruik, overgewicht en bepaalde medicijnen  kunnen triggeren.
  • Niet besmettelijk!
  • Niet te genezen 



Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Huidtumoren
van buitenkant
  1. basaalcelcarcinoom (1 op 6 NL) Begin: Opperhuid en breidt vrijwel nooit uit. Geen klachten, toevallig gezien. Vaak klein wondje dat niet geneest. Soms glanzend bultje of plekje dat makkelijk bloedt.
  2. plaveiselcelcarcinoom​. Roze bultje. Bovenkant steeds harder en velletjes op. Soms in het midden wondje, dat kan gaan bloeden. Soms korstjes erop. Plekje wordt langzaam groter.


Slide 29 - Slide

This item has no instructions

3. melanoom (=kwaadaardige moedervlek)​

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Wil je meer weten?
ThiemeMeulenhoff 
Pathologieboek
Module 11

Slide 31 - Slide

This item has no instructions