6V(sp3) Periode 2

Período 2
1 / 31
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Período 2

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Toetsweek:   EDT literatuurgeschiedenis (15x)
30 jan '23:     CITO kijk- en luistervaardigheid (14)
Week 14:        HD voca + gram

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

  • Test tiempos pasados
  • Libro 3: C5 eje 9-11 (tiempos pasados)
  • Libro 4: C8 noticias cortas eje 1,2
  • Libro 4: C10 scanteksten 1 t/m 7
  • HD: leren voca (p2) + gram
  • Revisar carta TW 1 (clase 2)

Semana 11/46

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Test

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Wat hoort bij welke verleden tijd?
Indefinido
Perfecto
het is niet belangrijk wanneer het plaatsvond
actie
afgesloten
'je zit er nog in'
relatie met het heden
duidelijk begin & eind
'het gebeurde'

Slide 5 - Drag question

This item has no instructions

Kies indefinido of perfecto:
"Nunca_______ (tener) ganas de estudiar".
A
Indefinido
B
Perfecto

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Kies indefinido of perfecto:
"Este verano _______ (ir) a Alemania".
A
Indefinido
B
Perfecto

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Kies indefinido of perfecto:
"Estaba viendo la tele cuando ______ (soñar) el teléfono".
A
Indefinido
B
Perfecto

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Kies indefinido of perfecto:
"Anteayer ______ (comer) demasiadas bocadillas".
A
Indefinido
B
Perfecto

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Signaalwoorden Indefinido
Signaalwoorden 
Perfecto
Ayer
Todavía no
Nunca
Hoy
En 2018
Este fin de semana
En marzo
Anoche

Slide 10 - Drag question

This item has no instructions

Wat hoort bij welke verleden tijd?
Indefinido
Imperfecto
'het was er al'
herhaling
actie
afgesloten
gewoontes
geen duidelijk begin & eind
reden
duidelijk begin & eind
'het gebeurde'

Slide 11 - Drag question

This item has no instructions

Kies indefinido of imperfecto:
"Ayer no _______ (tener) ganas de estudiar".
A
Indefinido
B
Imperfecto

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Kies indefinido of imperfecto:
"Todos los meses _______ (ir) a Alemania".
A
Indefinido
B
Imperfecto

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Kies indefinido of imperfecto:
"Estaba viendo la tele cuando ______ (soñar) el teléfono".
A
Indefinido
B
Imperfecto

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Kies indefinido of imperfecto:
"La señora de la oficina ______ (ser) muy flaca y alta".
A
Indefinido
B
Imperfecto

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Signaalwoorden Indefinido
Signaalwoorden Imperfecto
Ayer
Antes
Cuando era pequeño..
Todos los domingos
En 2018
Cada verano
En marzo
Anoche

Slide 16 - Drag question

This item has no instructions

Vervoeg het werkwoord SER in de indefinido.
yo

él
nosotros
vosotros

ellos
fui
fuiste
fue
fuimos
fuisteis

fueron

Slide 17 - Drag question

This item has no instructions

Welke werkwoorden zijn regelmatig en welke zijn onregelmatig in de imperfecto?
Regelmatig
Onregelmatig
ir
saber
conducir
ver
ser
estudiar
tener
salirse

Slide 18 - Drag question

This item has no instructions

Deberes
Estudiar 
HD: leren voca (p2) + gram

Hacer 
Libro 3: C5 eje 9-11 (tiempos pasados)
Libro 4: C8 noticias cortas eje 1,2
Libro 4: C10 scanteksten 1 t/m 7



Slide 19 - Slide

This item has no instructions

  • Literatuur: les 1
  • Revisar deberes
  • Libro 3: C5 eje 24 (por/para)
  • Libro 4: C8 noticias cortas eje 3-8
  • Libro 4: C10 gatentekst eje 8
  • HD: leren voca (p2) + gram
Semana 12/47

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Deberes
Estudiar 
HD: leren voca (p2) + gram

Hacer 
Libro 3: C5 eje 24 (por/para)
Libro 4: C8 noticias cortas eje 3-8
Libro 4: C10 gatentekst eje 8
HD: leren voca (p2) + gram



Slide 22 - Slide

This item has no instructions

  • Literatuur: les 2
  • Revisar deberes
  • Libro 3: C6 eje 25 (ser/estar)
  • Libro 4: C8 entrevistas y conversaciones eje 9,10
  • Libro 4: C10 gatentekst eje 9
  • HD: leren voca (p2) + gram
Semana 13/48

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

  • Literatuur: les 3
  • Revisar deberes week 12+13
  • Libro 3: C5 eje 36,37 (subjuntivo)
  • Libro 4: C8 entrevistas y conversaciones eje 11,12
  • Libro 4: C10 gatentekst eje 10
  • HANDELINGSDEELTOETS P2 
Semana 14/49

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

  • Literatuur: les 4 (vraag 25-28)
  • Libro 3: C6 eje 11,12 (condicional)
  • Libro 4: C8 C8 Ver eje 12
  • Libro 4: C10 lange teksten eje 11, 12

(digitaal: ga naar planning: week 15)
Semana 15/50

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

  • Literatuur: les 5+6
  • Libro 3: C5 eje 1,6,20
  • Libro 4: C10 eje 13, 14
(digitaal: ga naar planning: week 16)
Semana 16/51

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

  • La casa de Bernarda Alba acto 2+3
  • Libro 3: C5 eje 30,41 
  • Libro 4: C10 eje 5, 16

(digitaal: ga naar planning: week 17)
Semana 17/2

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

  • La casa de Bernarda Alba leesverslag afmaken + inleveren.
  • Libro 3: C5 eje 30,41 
  • Libro 4: C10 eje 5, 16
  • Libro 3: C6 eje 8, 18, 31

(digitaal: ga naar planning: week 17+18)
Semana 18/03

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Maan - dood, (on)vruchtbaarheid, erotiek, schoonheid
Wit - dood, maagdelijkheid
Groen - dood, rebelsheid, jaloezie
Bergen - dood, mannelijkheid
Metalen - dood
Water - stromend staat voor levendigheid, stilstaand staat voor dood
Glas (cristal) - dood
Bloed - stromend staat voor leven en vruchtbaarheid, opgedroogd staat voor dood
Paard - dood, maar ook leven en mannelijkheid
Grassen - dood

Deze symbolen komen vaak terug in de werken van Lorca. Het is zijn symboliek. Zorg ervoor dat je voorbeelden kan noemen uit zijn werken!
Symboliek Lorca

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

1. Wat kan je vertellen over de ongehuwd zwangere vrouw? 
2. Rol hoofdpersonen?
3. Symboliek?
4. Thema's?
5. Wat is belangrijk voor Bernarda?
6. Hoe uitte Lorca kritiek op de maatschappij met dit toneelstuk?

La casa de Bernarda Alba (1936)

Slide 30 - Slide

1: Adela is wellicht zwanger van Pepe en beslist liever zelf over haar lot dan dat ze zelfmoord pleegt. Buurmeisje krijgt ongehuwd een kind en doodt dit en hele dorp wil haar vermoorden.

2. Bernarda = harde hand, schone schijn.
Angustias = geld geërfd, gaat trouwen met Pepe. Is zwak (gaat waarschijnlijk dood tijdens 1e bevalling)
Adela = heeft affaire met Pepe, pleegt zelfmoord, zwanger? Niet als maagd gestorven, want betrapt op binnenplaats, haar reactie op buurmeisje die ongehuwd zwanger was en gedood is.
Poncia / Martirio =  weet alles van iedereen, proberen Bernarda te waarschuwen voor wat er gebeurt onder haar dak. B luistert niet.

3. Lam = wit, symbool voor Jezus die zich opofferde, net als Adela / dood.  Oevers van de zee (lied) zee = vrijheid. Stok B. = harde hand regeren. Groene jurk van Adela = rebellie, vrijheid, de dood. Maan = leven/dood, (on)vruchtbaarheid, erotiek/passie. Zwart= dood/onderdrukking, repressie. Water = stilstaand staat voor dood/onderdrukking en stromend voor vruchtbaarheid, leven, seksualiteit.
Wit = reinheid, puurheid, maagdelijkheid.
Paard = mannelijkheid 
Hitte: seksuele passie of conflict
Dichte ramen

4. Strakke regels van de samenleving, onderdrukking/rol/positie van de vrouw. 

5. Schone schijn ophouden. 

6. Hij kwam op voor de onderdrukten en voor de mensen die kritiek hadden op de strakke regels van de maatschappij. Dit kwam tot uiting in:
- de onderdrukking van vrouwen op het platteland in die tijd
- lange periode van rouw
- zwart moeten dragen
- niet naar buiten mogen
Voorbereiding CITO luistertoets

Slide 31 - Slide

This item has no instructions