EHBO les Reanimeren

les
1 / 25
next
Slide 1: Slide
EHBOMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2,3

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

les

Slide 1 - Slide

Doelen van deze les
Aan het einde van de les:
  • Weet je waar EHBO voor staat
  • Weet je de 5 basisregels van EHBO
  • Kun je de vitale functies benoemen
  • Heb je geoefend met een stabiele zijligging, verslikking en reanimeren

Slide 2 - Slide

Wat weet jij al over EHBO?

Slide 3 - Mind map

EHBO
Eerste Hulp Bij Ongevallen

''Het stabiliseren van de toestand van het slachtoffer om verergering van letsel te voorkomen en levens te redden.''

Slide 4 - Slide

5 EHBO regels
1. Let op gevaar (veiligheid voor jezelf en slachtoffer)
2. Beoordeel de situatie en het slachtoffer (wat is er gebeurd, wat mankeert het?)
3. Stel gerust en zorg voor beschutting (paniek verminderen)
4. Schakel professionele hulp in (bel 112 bij ernstige situaties)
5. Verleen verdere hulp (op de plek van het ongeval, volgens de ABCDE-methode)

Slide 5 - Slide

Hoeveel mensen per week krijgen in Nederland een hartaanval?
A
100
B
200
C
300
D
400

Slide 6 - Quiz

Hoe groot is een mensenhart?
A
zo groot als een mandarijn
B
Zo groot als een vuist
C
Zo groot als een voetbal
D
Zo groot als een knikker

Slide 7 - Quiz

Wat zijn de 3 vitale functies voor elk mens ?

Slide 8 - Open question

3 Vitale functies
1. Bewustzijn
(rustig schudden en in oor roepen)
2. Ademhaling 
(kinliftmethode: kijk, luister en voel 10 sec) 
3. Circulatie 
(Polsslag controleren)

Slide 9 - Slide

Stabiele zijligging
Bij een bewusteloos slachtoffer dat nog wel ademt, om te voorkomen dat de luchtweg wordt geblokkeerd door de tong of door braaksel, en om vocht uit de mond te laten lopen.

Niet bij:
- Hoofd- of nekletsel: zorg wel dat de luchtweg vrij blijft.
- Zwangere vrouwen: Leg ze altijd op de linkerzij om de bloedsomloop niet af te knellen. 

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

5 EHBO regels
1. Let op gevaar (veiligheid voor jezelf en slachtoffer)
2. Beoordeel de situatie en het slachtoffer (wat is er gebeurd, wat mankeert het?)
3. Stel gerust en zorg voor beschutting (paniek verminderen)
4. Schakel professionele hulp in (bel 112 bij ernstige situaties)
5. Verleen verdere hulp (op de plek van het ongeval, volgens de ABCDE-methode)

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Casus
De situatie: Je bent na schooltijd met een klasgenoot, Lars, in een snackbar. Jullie hebben allebei een frietje en een frikandel speciaal gehaald. Het is gezellig en jullie maken grappen.

Lars moet hard lachen om een filmpje op TikTok terwijl hij net een hap van zijn frikandel neemt. Ineens stopt hij met lachen. Hij krijgt een rood hoofd, begint te panieken en slaat zijn handen naar zijn keel. Hij probeert te hoesten, maar er komt bijna geen geluid meer uit. Hij kan niet meer praten.

Slide 14 - Slide

5 EHBO regels
1. Let op gevaar (veiligheid voor jezelf en slachtoffer)
2. Beoordeel de situatie en het slachtoffer (wat is er gebeurd, wat mankeert het?)
3. Stel gerust en zorg voor beschutting (paniek verminderen)
4. Schakel professionele hulp in (bel 112 bij ernstige situaties)
5. Verleen verdere hulp (op de plek van het ongeval, volgens de ABCDE-methode)

Slide 15 - Slide

De AED

Automatische Externe Defibrillator
Kan het hartritme weer herstellen bij een hartstilstand

Slide 16 - Slide

We gaan nu een filmpje kijken over reanimeren. Daarna gaan we zelf oefenen.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

En nu oefenen

Slide 19 - Slide

Casus
De situatie: Het is zaterdagmiddag. Je bent met een groepje vrienden in de kantine van de voetbalclub. Het is er druk en warm. Bij de bar staat meneer Janssen (65), een bekende vrijwilliger die al jaren de koffie schenkt.

Plotseling zie je dat meneer Janssen zich vreemd gedraagt. Hij grijpt naar zijn borst, ziet lijkbleek en zakt dan langzaam in elkaar. Hij ligt nu plat op de grond achter de bar.

Slide 20 - Slide

Wat doe je als eerste als je een slachtoffer ziet liggen?
A
Ademhaling checken
B
112 bellen
C
veiligheid checken
D
vraag 'gaat het?'

Slide 21 - Quiz

Hoe vaak geef je borst-compressies?
A
20 keer
B
25 keer
C
30 keer
D
35 keer

Slide 22 - Quiz

Hoe heet een schokapparaat?
A
AED
B
ADD
C
ADHD
D
AAD

Slide 23 - Quiz

Hoe vaak geef je mond op mond beademing?
A
1 keer
B
2 keer
C
3 keer
D
4 keer

Slide 24 - Quiz

Bedankt voor jullie aandacht!

Slide 25 - Slide