V2 H5.2 Europa gaat de wereld overheersen

H5.2 Europa gaat de wereld overheersen
1 / 25
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

H5.2 Europa gaat de wereld overheersen

Slide 1 - Slide

Lesdoelen:
  • Je kunt beschrijven hoe de overzeese handelscontacten van Europeanen uitgroeiden tot wereldrijken.
  • Je kunt de belangrijkste oorzaken van het modern imperialisme noemen.
  • Je kunt een beschrijving geven van het bestuur en de economie in Brits-Indië. 

Slide 2 - Slide

Opdrachten
Maak opdracht 1 en 2 van 5.2

Slide 3 - Slide

Contacten over de hele wereld
1500 - 1650: Ontdekkingsreizen >> handel in verschillende producten >> ontstaan wereldeconomie.
Amerika: 16e en 17e eeuw >> koloniën gesticht >> plantagekoloniën met slaven uit Afrika. 
>> Lokale bevolking verdreven, onderworpen of gestorven aan ziektes.
Afrika en Azië: Handelsposten aan de kust >> handel met lokale bevolking. 

Slide 4 - Slide

Contacten over de hele wereld
19e eeuw: Veranderingen >> Ook in Afrika en Azië koloniën stichten.
>> Rubber, katoen, koffie, thee en tabak verbouwd op plantages voor Europese markt.
>> Delfstoffen zoals tin en aardolie door Europeanen uit de grond gehaald. 

Europeanen wilden zoveel mogelijk koloniën hebben >> imperium krijgen. 
>> Soort wedstrijd om wie de meeste gebieden in handen kreeg (verbonden aan nationalisme)
1800 - 1940: modern imperialisme

Slide 5 - Slide

Nationalisme is van invloed geweest op het modern imperialisme.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

Tussen 1500 en 1650 zaten er verschillen tussen de continenten in hoe de Europeanen met hen omgingen. Welk verschil is dat?

Slide 7 - Open question

Oorzaken van Modern Imperialisme
  1. Economische motieven: grondstoffen en afzetgebieden
  2. Veroveren + besturen van koloniën was makkelijker geworden:
    technologische voorsprong >> betere wapens, telegraaf, stoomboot etc.
  3. Macht en status: nationalisme speelde een rol >> je werd groots + belangrijk met koloniën.
  4. Superioriteitsgevoel: recht om anderen te overheersen + beschavingsoffensief. 

Slide 8 - Slide

Superioriteitsdenken

Slide 9 - Slide

Superioriteitsdenken
  • Niet nieuw >> al in 16e eeuw >> christelijk geloof was beter dan de anderen. 
  • Verlichting >> rationeel optimisme + voorsprong op technologisch en wetenschappelijk gebied >> idee dat ze beschaafder waren dan de anderen >> beschavingsoffensief
  • 19e eeuw: geloof in biologische oorzaak van superioriteit >> blanken zouden een 'beter' ras zijn >> racisme.

Slide 10 - Slide

Wat is een oorzaak van Modern Imperialisme?
A
Een Europees land kon toen veel grondstoffen brengen naar de kolonies.
B
Een kolonie kon veel wapens maken om tegen de Europeanen te gebruiken.
C
Er waren nieuwe technologieën , fabrieken en modernere schepen.
D
Europese landen hadden geen last meer van revolutionaire mensen.

Slide 11 - Quiz

Wat is het beschavingsoffensief?
A
Dat je kolonies wilt gaan aanvallen door te gaan beschaven.
B
Dat je een andere cultuur minderwaardig vindt ten opzichte van de jouwe.
C
Dat je de kolonies wilt gaan beschaven door hen op te voeden en op hetzelfde niveau te brengen als de Europese cultuur.
D
Dat je door logisch na te denken de wereld kan verbeteren.

Slide 12 - Quiz

Charles Darwin schreef in de 19e eeuw over The Survival of the Fittest (het overleven van de sterkste). In de evolutietheorie van Darwin hield het in dat alleen de sterkste soort (de soort die zich het beste weet aan te passen) zou overleven.
Hoe zouden de Europeanen hier tegen aan hebben gekeken?

Slide 13 - Open question

Opdrachten
Ga aan de slag met opdrachten van 5.1 en 5.2

Slide 14 - Slide

H5.2 Europa gaat de wereld overheersen

Slide 15 - Slide

Lesdoelen:
  • Je kunt beschrijven hoe de overzeese handelscontacten van Europeanen uitgroeiden tot wereldrijken.
  • Je kunt de belangrijkste oorzaken van het modern imperialisme noemen.
  • Je kunt een beschrijving geven van het bestuur en de economie in Brits-Indië. 

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Brits-Indië:
  • India, Sri Lanka, Pakistan, Bangladesh en een deel van Myanmar
  • 1880: 250 miljoen inwoners
  • Bestuur van slechts 1000 ambtenaren + 40.000 soldaten.

Slide 18 - Slide

Indirect bestuur
De Britten maakten gebruik van de plaatselijke adel.
Voor de bevolking leek er niet veel te zijn veranderd >> maar de vorsten moesten Britse orders opvolgen.
Goed voor bestuur en tegen opstanden.

Slide 19 - Slide

Economische voordelen van India voor de Britten
  • Grondstoffen voor de industrie
    Katoen, jute, thee en indigo
  • Afzetgebieden voor industrieproducten
    Kleding e.d. werden daar weer verkocht.

Slide 20 - Slide

Het ontwikkelen van India tot modern land

Britten zagen dit als hun taak (beschavingsoffensief / superioriteitsgevoel):
  • Infrastructuur uitbreiden (spoorlijnen)
  • Onderdanen beschaven >> scholen stichten
    Niet succesvol >> veel bleven analfabeet

Slide 21 - Slide

Wat is indirect bestuur?
A
Alle lokale heersers worden ontslagen
B
Een land besturen van afstand
C
De machthebber regeert via de lokale heersers
D
Het omkopen van lokale heersers

Slide 22 - Quiz

Welk begrip past bij de taak om 'minder ontwikkelde' volken te ontwikkelen?
A
Beschavingsoffensief
B
Imperialisme
C
Nationalisme
D
Soevereiniteit

Slide 23 - Quiz

De Britten wilden Brits-India moderniseren. Welke van de onderstaande onderdelen hoorde daar niet bij?
A
De infrastructuur uitbreiden
B
Scholen stichten voor het onderwijzen van de Indiërs.
C
Spoorlijnen aanleggen voor de handel etc.
D
Bestuur overlaten aan de inheemse vorsten.

Slide 24 - Quiz

Opdrachten
Ga aan de slag met opdrachten van 5.1 en 5.2
5.1: opdr. 3, 6, 7, 10 en 13
5.2: opdr. 2, 4, 6, 7, 9, 11 en 12.

Slide 25 - Slide