WNV P3 L2 Ruis in de communicatie

Werknemersvaardigheden
Periode 03 
Communicatie & Sociale Vaardigheden

Les 02
Ruis in de communicatie


1 / 23
next
Slide 1: Slide
WerknemersvaardighedenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quiz, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Werknemersvaardigheden
Periode 03 
Communicatie & Sociale Vaardigheden

Les 02
Ruis in de communicatie


Slide 1 - Slide


1: Respect
2: Kom op tijd
3: Laptop, boeken en pen mee
4:  Alleen flesje water (geen eten/drinken in lokaal)
5: Geen petten, mutsen en capuchons
6: Telefoon



Afspraken/regels in de klas
Is de les al begonnen? Wacht dan VOOR het lokaal in het zicht van de docent. Zodra de docent het aangeeft mag je naar binnen. 
Gebruik mobiele apparaten alleen wanneer de docent dit aangeeft. 

Slide 2 - Slide

Opdracht 01
Wat weet jij nog van de vorige les?

Slide 3 - Mind map

Vorige les bespreken

Les01 Communicatie

Lesdoel
Student gaat oefenen met communicatie

Manieren van communicatie
Mondelinge communicatie
  • Verbaal: via gesproken woorden (gesprekken, presentaties, telefoongesprekken).
  • Non-verbaal: intonatie, tempo, volume van de stem.

Schriftelijke communicatie
  • Brieven, e-mails, rapporten, chatberichten, notities, sociale media.

d







Opdracht ´30 Seconds´




Opdracht ´Teken spel´

Slide 4 - Slide

Lesdoelen

Student kan uitleggen wat ruis in de communicatie is

Student kan uitleggen hoe je miscommunicatie voorkomt

Slide 5 - Slide

Energizer: Laat maar zien dan 
Instructie:
Wijs om de beurt iemand aan. Die persoon geeft een boodschap, maar zorgt dat lichaamstaal of toon niet past bij wat hij of zij zegt.

Voorbeeld:
Je zegt enthousiast: “Wat gezellig om je te zien!” maar ondertussen kijk je weg, zucht je of rol je met je ogen.
Je zegt boos: “Ik ben zó blij met dit cadeau.” terwijl je glimlacht en een vrolijke toon gebruikt.

Doel:
Dit spel laat zien hoe woorden, toon en lichaamstaal soms tegenstrijdig kunnen zijn. 


 

Slide 6 - Slide

Elkaar begrijpen

Om elkaar te begrijpen moet je elkaar dus verstaan

Spreek je dezelfde taal?

Begrijp je wat iemand bedoelt? 


Slide 7 - Slide

Spreek je dezelfde taal?

Begrijp je de woorden?
Begrijp je de toon?
Weet je zeker dat je de lichaamstaal goed leest?
Wat is de mimiek ( wat ís mimiek?) 

Slide 8 - Slide

Toon
In communicatie bedoelen we met toon de manier waarop je iets zegt. Het gaat dus niet om de woorden, maar om hoe je ze uitspreekt.

  • Intonatie: de hoogte en daling van je stem.
  • Volume: hoe hard of zacht je praat.
  • Tempo: of je snel of langzaam spreekt.
  • Kleur of emotie in je stem: klinkt het boos, vrolijk, sarcastisch, neutraal…

Voorbeeld: Als je zegt “Leuk dat je er bent” met een warme, enthousiaste toon, klinkt het echt gemeend. Zeg je exact dezelfde woorden met een vlakke of zuchtende toon, dan klinkt het eerder ongeïnteresseerd of sarcastisch.

Slide 9 - Slide

Lichaamstaal
Lichaamstaal is alles wat je met je lichaam laat zien zonder woorden.

Dat kan bijvoorbeeld zijn:
  • je houding (rechtop staan of in elkaar zakken)
  • je gezichtsuitdrukking (lachen, fronsen)
  • je gebaren (zwaaien, armen over elkaar)
  • je bewegingen (onrustig wiebelen, rustig blijven staan)

 Lichaamstaal laat vaak zien hoe je je écht voelt, ook als je iets anders zegt.

Slide 10 - Slide

Mimiek
Mimiek is de uitdrukking van je gezicht.

Het gaat om hoe je kijkt of je gezicht beweegt, bijvoorbeeld:
  • lachen als je blij bent
  • fronsen als je boos of verward bent
  • grote ogen opzetten als je schrikt

Met je mimiek kun je zonder woorden laten zien hoe je je voelt.

Mime is een vorm van toneelspelen zonder woorden. Daarbij gebruik je je hele lichaam én vooral je mimiek om een verhaal of gevoel duidelijk te maken.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Wat is ruis?
Ruis is alles wat communicatie verstoort.
Het zorgt ervoor dat een boodschap niet helemaal goed aankomt.

Voorbeelden:
Geluid: lawaai in de klas waardoor je iemand niet goed hoort.
Afleiding: iemand die ondertussen op zijn telefoon kijkt.
Onbegrip: moeilijke woorden die je niet snapt.

Ruis betekent dus: er gaat iets mis waardoor de ander jouw boodschap niet (helemaal) begrijpt.

Slide 13 - Slide

Opdracht 07

Spel: “De verstoorde boodschap”

Doel: 
Ervaren hoe ruis communicatie in de weg kan zitten.





Zo werkt het:
  1. Eén student krijgt een korte boodschap, bv. “Morgen begint de les om 9 uur.”
  2. Die student fluistert de boodschap door aan de volgende.
  3. Ondertussen maken andere studenten ruis: kuchen, met pennen tikken, zachtjes praten, stoelen schuiven.
  4. De boodschap gaat zo door tot de laatste student.
  5. De laatste zegt hardop wat hij/zij gehoord heeft.

Nabespreking:
  • Klopt de boodschap nog?
  • Wat maakte het moeilijk om goed te luisteren?
  • Hoe kun je ruis verminderen?

Slide 14 - Slide

Opdracht 08
Bekijk de video met uitleg over ruis op de volgende slide

Let op welke verschillende dingen benoemd worden

Maak tijdens de video aantekeningen om de informatie beter te onthouden






Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Misverstanden (ruis) voorkomen 
Je kunt ruis voorkomen door duidelijk te praten, goed te luisteren, moeilijke woorden te vermijden en te zorgen dat er zo min mogelijk afleiding of lawaai is.

Je kan ook gebruik maken van deze handige afkortingen

Slide 17 - Slide

Misverstanden kunnen ook goede grappen opleveren 
Bekijk de video op de volgende slide over misverstanden en ruis

In de video zie je André van Duin, een bekende Nederlandse komiek en presentator.

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Opdracht 10
  1. Denk terug aan een situatie waarbij je achteraf merkte dat er sprake was van miscommunicatie
  2. Kijk naar de dingen die je opschreef
  3.  Zoek uit of je nu snapt waardoor dat misschien kwam. 
  4. Presenteer je casus/voorbeeld aan je klas en praat er dan over
  5. Zijn je klasgenoten het eens met je conclusie? 




Miscommunicatie
*De afbeelding van een oranje konijn komt door een student die hier ooit op school zat. Waarom vieren jullie toch konijnendag op 27 april in Nederland?

Slide 20 - Slide

Opdrachtenblad
Maak alle opdrachten af
timer
20:00

Slide 21 - Slide

Volgende week
Verbale en non verbalen communicatie

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide