Profiel 4. Werken in de thuiszorg Deel C

Almere College
Profiel 4. Werken in de thuiszorg 
Deel C.  CVA-nazorg

1 / 21
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Almere College
Profiel 4. Werken in de thuiszorg 
Deel C.  CVA-nazorg

Slide 1 - Slide

Programma: 
- Doelen deel B. benoemen
- Interactief theorie m.b.v. LessonUp! 
- Terugblik Wat heb je geleerd? 
- Woordenlijst maken en laten goedkeuren. 
- Verder werken in boek. Veilige route t/m Deel B af vandaag. 

Let op! SO A, B en C op 12 december
Tekstbronnen deel C 

Tekstbron 1.7 Werken in de thuiszorg bij ouderen (zie deel A)
Tekstbron 2.27 Een gezonde leefstijl
Tekstbron 3.15 Communiceren kun je leren (zie deel A)
Tekstbron 3.21 Kamer inrichten
Tekstbron 4.3 Een sociale kaart
Tekstbron 4.5 Een gesprek voeren (zie deel A)
Tekstbron 4.18 Emoties
Tekstbron 4.19 Omgaan met de emoties van de ander
Tekstbron 4.23 Objectief en subjectief
Tekstbron 5.1 De basisregels van EHBO (zie deel A)
Tekstbron 5.3 Flauwvallen, bewusteloosheid en AED (zie deel A)
Tekstbron 5.5 Mondeling informatie geven
Tekstbron 5.6 Motiveren
Tekstbron 5.15 Ziek zijn en beter worden (zie deel B)

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Beroerte = CVA 
Ongeluk in de bloedvaten van de hersenen

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Video

This item has no instructions

Beroerte

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Wat is een ander woord voor CVA?
Cerebro Vasculair Accident

A
Hartinfarct
B
Herseninfarct
C
Hersenbloeding
D
Beroerte

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Gezonde leefstijl
Hoe kan het dat Dunja toch een CVA heeft gekregen, maar toch gezond leefde en nog steeds leeft? 

Wat is een gezondheidsrisico?

Wat heeft preventie hier mee te maken?

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Gezonde leefstijl jonge kinderen
Goede motoriek ontwikkelen 
-> plezier in bewegen

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

De vier belangrijkste ongezonde leefstijlfactoren zijn
A
roken, snoepen, onvoldoende beweging, ongezonde voeding
B
alcohol, snoepen, onvoldoende beweging, ongezonde voeding
C
roken, alcohol, onvoldoende beweging, ongezonde voeding
D
onvoldoende beweging, ongezonde voeding, teveel medicijnen, teveel snoepen

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Leefstijlfactoren

Slide 10 - Slide

Vier factoren die juist een gezonde leefstijl bewerkstelligen. 

Hier heeft cultuur invloed op. 
Culturen leven naast elkaar in één land.  
Culturen leven mét elkaar in één land
Multiculturele samenleving
Interculturele samenleving

Slide 11 - Drag question

https://www.ntvg.nl/artikelen/culturele-diversiteit-voeding-en-overgewicht 

Bron voor verdieping
Autochtoon
Allochtoon
Nederlanders met een buitenlandse afkomst
Nederlanders met een Nederlandse achtergrond
Beide ouders in Nederland geboren
Een of beide ouders in buitenland geboren

Slide 12 - Drag question

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

Normen en waarden verschillen afhankelijk. Dit kan per individu, gezin, gemeenschap, cultuur, geloof, land, etc. 


Kamer inrichten zorgvrager

Je moet rekening houden met de volgende punten:


Veiligheid
Elektriciteitssnoeren goed wegwerken
Geen gladde vloeren

Brandveiligheid
Brandmelder aan het plafond
Brandwerend gordijnen en vloerbedekking
Vluchtroute moet vrij zijn

Hygiëne
Rommel direct opruimen
Niet te volle kamer met onnodige spullen
Vlakke vloeren

Goede sfeer
Decoratie

Check de looplijnen, zijn ze begaanbaar voor jouw doelgroep?




Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Sleep de kleur naar het juiste gevoel.
Blij
Kracht
Dood
Hoop
Vrede
Volwassen
Leven
Warm
Mysterieus 

Slide 15 - Drag question

Aanleiding voor gesprek. 
Natuurlijk zijn er algemeenheden, maar sfeer is ook persoonlijk. 
Vraag jouw doelgroep dus naar persoonlijke wensen. 
Van wie heeft Dunja hulp gehad?
Wie kan Dunja helpen?
- Instantie (naam organisatie/soort organisatie)
- Deskundigheid (wat kunnen ze?)
- Doelgroep (voor wie is deze organisatie)

Slide 16 - Open question

Veel instanties moeten motiveren. 
Wat zijn NAW-gegevens?
A
Nooit - Allemaal - Weten
B
Nederland - Amsterdam - Wonen
C
Nick - Anton - Willem
D
Naam - Adres - Woonplaats

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat is motiveren
A
iemand helpen bij zijn taak.
B
zorgen dat anderen ingrijpen als er iets gebeurt.
C
zorgen dat iemand zij taak met plezier doet.
D
taken laten uitvoeren zonder begeleiding.

Slide 18 - Quiz

Deze instellingen/profesisonals moeten vrijwel altijd motiveren. 

Waarvoor bijvoorbeeld? 
Mondeling informatie geven
Let op de volgende punten:
  
Je groet de klant of bezoeker
Zorg dat je precies weet wat de vraag is
Geef de informatie in een logische volgorde
Praat rustig en duidelijk
Sluit het gesprek door te vragen of alles duidelijk is en of er nog vragen zijn

Slide 19 - Slide

Bijvoorbeeld vanuit maatschappelijke zorg als je bij iemand thuis komt. 

Eerste vijf minuten van filmpje. Groet zorgverlener de bewoner en geeft informatie. 
Communiceren over en met zorgvragers
Objectief = het gaat om een feit. Het is neutraal en staat los van meningen. Bv: De school begint om 8.30

Subjectief = het gaat om een mening. Je vindt ergens iets van. Bv: Ik vind school leuk

Observeren = goed opletten of er bijzonderheden zijn. Dat kan met gedrag te maken hebben, of bijvoorbeeld met de gezondheid.

Zakelijk rapporteren = je beschrijft hoe iets verlopen is (objectieve zaken) Mondeling via de leidinggevende en schriftelijk in een zorgdossier of logboek. Bv: de zorgvrager heeft koorts.

Feedback = reactie op de verbale of non-verbale communicatie




Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Begrippen uitleggen
Sociale kaart
NAW-gegevens
Motiveren
Preventie
Grove motoriek
Fijne motoriek
Empathie

Slide 21 - Slide

This item has no instructions