H1.2 en 1.3 - Waarde getallen, cijfers en getallen, getallenlijn, grote getallen
§2.1
GETALLEN
1 / 39
next
Slide 1: Slide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 1
This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.
Report this lesson
Items in this lesson
§2.1
GETALLEN
Slide 1 - Slide
Terugblik op de vorige les
Bekijk even wat je lastig vond en benoem dit!
Slide 2 - Slide
Wat viel mij op bij het nakijken van de vorige les?
-Opdracht 1: de getallen eruit halen was erg lastig. Je moest met de 3 getallen een nieuw getal maken. Soms even/oneven ook niet begrepen. -Opdracht 2: omcirkel alle even getallen. Dit lukte soms niet (helemaal).
Slide 3 - Slide
Doelen van deze les:
-Ik kan getallen vergelijken op grootte op de getallenlijn.
-Ik weet welke getallen groter of kleiner zijn dan het getal wat ernaast staat.
Slide 4 - Slide
Doelen van deze les:
-Ik kan getallen vergelijken op grootte op de getallenlijn.
-Ik weet welke getallen groter of kleiner zijn dan het getal wat ernaast staat.
Slide 5 - Slide
Rekenen Getallen 1.3
Slide 6 - Slide
Koppel de getallen aan de juiste getallenlijn.
471
66
251
Slide 7 - Drag question
Cijfers
We kennen in totaal 10 cijfers waarmee wij getallen kunnen maken.
Het getal 35 bestaat uit:
Het cijfer 3
Het cijfer 5
Slide 8 - Slide
waarde van getallen
eenheden: 3, 6, 2
tientallen: 20, 80, 40
honderdtallen: 300, 500, 700
duizendtallen: 1000, 6000, 9000
D-H-T-E schema
Slide 9 - Slide
Waarde van getallen
Het getal 35 bestaat uit het cijfer 3 en het cijfer 5.
Het cijfer 3 betekent 3 tientallen (dus 30 waard)
Het cijfer 5 betekent 5 eenheden (dus 5 waard)
D H T E
3 5
Slide 10 - Slide
Wat is de waarde van het getal?
235
2 heeft een waarde van 2 x 100 = 200
3 heeft een waarde van 3 x 10 = 30
5 heeft een waarde van 5 x 1 = 5
Slide 11 - Slide
Wat is de waarde van het getal?
5692
5 heeft een waarde van 5 x 1000 = 5000
6 heeft een waarde van 6 x 100 = 600
9 heeft een waarde van 9 x 10 = 90
2 heeft een waarde van 2 x 1 = 2
Slide 12 - Slide
Wat is de waarde van het getal?
89
8 heeft een waarde van...
9 heeft een waarde van ....
Slide 13 - Slide
Wat is de waarde van het getal?
479
4 heeft een waarde van...
7 heeft een waarde van..
9 heeft een waarde van...
Slide 14 - Slide
Hoeveel is de 3 waard?
38
A
3
B
300
C
30
Slide 15 - Quiz
Hoeveel is de 7 waard?
71
A
7
B
70
C
1
Slide 16 - Quiz
Hoeveel is de 6 waard?
16
A
1
B
16
C
6
D
60
Slide 17 - Quiz
Hoeveel is de 5 waard?
357
A
5
B
500
C
57
D
50
Slide 18 - Quiz
Grote getallen
1
10
100
1 000
10 000
100 000
Slide 19 - Slide
Grote getallen
1 één
10 tien
100 honderd
1 000 duizend
10 000 tienduizend
100 000 honderdduizend
Slide 20 - Slide
Grote getallen
1 000 000
10 000 000
100 000 000
1 000 000 000
10 000 000 000
100 000 000 000
1 000 000 000 000
Slide 21 - Slide
Grote getallen
1 000 000 één miljoen
10 000 000 tien miljoen
100 000 000 honderd miljoen
1 000 000 000 één miljard
Slide 22 - Slide
Waarde van getallen
Het getal 3928,75 bestaat uit 6 cijfers.
Het cijfer 3 betekent 3 duidendtallen (dus 3000)
Het cijfer 9 betekent 9 hondertallen (dus 900)
Het cijfer 2 betekent 2 tientallen (dus 20)
Het cijfer 8 betekent 8 eenheden (dus 8)
Het cijfer 7 betekent 7 tienden (dus 0,7)
Het cijfer 5 betekent 5 honderdsten (dus 0,05)
D H T E , T H
3 9 2 8 , 7 5
Slide 23 - Slide
Schrijf 3 500 000 met het woord miljoen
A
35 miljoen
B
3,5 miljoen
C
350 miljoen
D
0,35 miljoen
Slide 24 - Quiz
Schrijf dertigduizend in cijfers
A
3000
B
300 000
C
30 000
D
30
Slide 25 - Quiz
Aan de slag
Maken blz 17 t/m 22
Klaar? --> Online op Studiemeter aan de slag!
Slide 26 - Slide
Deviant Startrekenen 1F
les 3
Slide 27 - Slide
Terugblik op de vorige les
Bekijk even wat je lastig vond en benoem dit!
Slide 28 - Slide
Wat viel mij op?
-Goed gewerkt, maar te veel werk voor de tijd die er nog was. Verkeerde inschatting HNO. -Begrip < > = tekens zijn nog niet altijd goed.
Slide 29 - Slide
Doelen van deze les behaald?
-Ik kan getallen vergelijken op grootte op de getallenlijn.
-Ik weet welke getallen groter of kleiner zijn dan het getal wat ernaast staat.
Slide 30 - Slide
Doelen van deze les:
-Ik kan getallen vergelijken op grootte op de getallenlijn.
-Ik weet welke getallen groter of kleiner zijn dan het getal wat ernaast staat.
-Ik kan getallen afronden.
Slide 31 - Slide
Nog even oefenen
456 ....... 465
10895 ...... 10859
11233 ....... 11233
4532 ....... 5432
6590 ....... 6509
Slide 32 - Slide
Hoe werkt afronden?
Slide 33 - Slide
Even oefenen
Rond 12765 af op een duizendtal
Je ziet 12.000 en 765.
Bij een 7 moet je omhoog afronden --> Dus .................
Slide 34 - Slide
Aan de slag
Maak t/m bladzijde 27 inclusief eindopdracht af.
Klaar? --> Online op Studiemeter aan de slag!
Slide 35 - Slide
Doelen van deze les behaald?
-Ik kan getallen vergelijken op grootte op de getallenlijn.
-Ik weet welke getallen groter of kleiner zijn dan het getal wat ernaast staat.
-Ik kan getallen afronden.
Slide 36 - Slide
Slide 37 - Slide
Lesafronding hoofdstuk 1 getallen
-Werk in werkboek afmaken (zo nodig)
-Toets maken (alle doelen behaald? --> zien we door het toetsresultaat)
-Extra werkblad maken of anders in Studiemeter werken