Werkwoorden 'haben' en 'sein' in het Duits

Werkwoorden 'haben' en 'sein' in het Duits

Leerdoel

Aan het einde van de les kun je werkwoorden 'haben' en 'sein' vervoegen in het Duits op A1 niveau.

Text

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDuitsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Werkwoorden 'haben' en 'sein' in het Duits

Leerdoel

Aan het einde van de les kun je werkwoorden 'haben' en 'sein' vervoegen in het Duits op A1 niveau.

Text



Wat weet je al over de werkwoorden 'haben' en 'sein' in het Duits?

Werkwoord 'haben'

De persoonsvorm 'haben' wordt gebruikt voor 'ik', 'jij', 'hij/zij/het' en 'wij' in het Duits.


(508) duits.de uitlegvideo: werkwoord haben - YouTube




Text

Ich ...................ein Auto

A

habe

B

haben

C

hat

D

bin

Werkwoord 'haben' - Oefening

Vul de juiste vorm van het werkwoord 'haben' in de zin in:


Ich ___ ein Auto.

Er ___ ein Buch

Wir _____ eine Frage

Werkwoord 'sein'

Het werkwoord 'sein' wordt gebruikt voor 'ik', 'jij', 'hij/zij/het' en 'zij' in het Duits.

duits.de uitlegvideo: werkwoord sein (youtube.com)


Wir ................... in der Schule

A

sein

B

bin

C

sind

D

seid

Werkwoord 'sein' - Oefening

Vul de juiste vorm van het werkwoord 'sein' in de zin in:


Wir ___ in der Schule.

Er ___ ein Junge

Du ____ krank

Werkwoorden 'haben' en 'sein' - Vergelijking


Was hat Nico verloren?

Praktijktoepassing DUITS Compact Taak 2