Les 6 Seksueel overdraagbare aandoeningen

2 minuten voordat de les begint

  • telefoon op tafel maar (nog) niets                                                         mee doen tot toestemming!!
  • boeken/agenda op tafel.
  • Blz. 232 boek. 
  • stilte
timer
2:00
1 / 50
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

2 minuten voordat de les begint

  • telefoon op tafel maar (nog) niets                                                         mee doen tot toestemming!!
  • boeken/agenda op tafel.
  • Blz. 232 boek. 
  • stilte
timer
2:00

Slide 1 - Slide

Regels tijdens deze lessen
  • Gebruik geen grove woorden/ bewegingen. Het is een serieus onderwerp.
  • We lachen elkaar niet uit.
  • We maken elkaar niet belachelijk
  • Geen vraag is raar

Slide 2 - Slide

Cijfers LessonUP
2D
2A

Slide 3 - Slide

Eerst: Terugblik!!!
Nu mogen jullie de telefoon pakken. 
timer
0:30

Slide 4 - Slide

Waarvoor dient de opbouw van het baarmoederslijmvlies?
A
Om bevruchting mogelijk te maken
B
Om innesteling mogelijk te maken
C
Om menstruatie mogelijk te maken
D
Om de ovulatie mogelijk te maken

Slide 5 - Quiz

Je ziet bovenaan een klein bolletje. Wat is dat?
A
De menstruatie
B
De eisprong = ovulatie
C
De afbraak van het baarmoederslijmvlies
D
Een zaadcel; eisprong

Slide 6 - Quiz


Op welke dag begint het opbouwen van het slijmvlies?
A
dag 1
B
dag 6
C
dag 14
D
dag 18

Slide 7 - Quiz


wat gebeurt er tijdens dag
1 t/m 5
A
ovulatie
B
innesteling
C
menstruatie
D
bevalling

Slide 8 - Quiz


De morning-afterpil is een geschikt voorbehoedsmiddel
A
ja
B
nee
C
ja, maar neem die pillen wel elke dag in
D
ja, maar neem de pil wel binnen 48 uur in

Slide 9 - Quiz

Waarom is een condoom een populair voorbehoedsmiddel?
A
Het is goedkoop
B
Het is betrouwbaar
C
het beschermt ook tegen geslachtsziekten
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 10 - Quiz


Een vrouw kan tot de 24ste week van de zwangerschap een abortus ondergaan.
A
juist
B
onjuist
C
nee, alleen de morning-afterpil is dan nog te gebruiken
D
nee, alleen het spiraaltje is dan nog te gebruiken

Slide 11 - Quiz

X
2
3
4
5
6
7
8
10
11
12
14
Zaadblaasje
Urineblaas
Teelbal
Bijbal
Balzak
Prostaat
Zaadleider
Eikel
Voorhuid
Urinebuis
Zwellichaam

Slide 12 - Drag question


Deze afbeelding is van de penis van een man. Wat ontbreekt hier?
A
De rest van het lichaam
B
De voorhuid
C
Haar
D
Een condoom

Slide 13 - Quiz

Clitoris
Maagdenvlies
Plasgaatje
Binnenste schaamlippen
Buitenste schaamlippen 

Slide 14 - Drag question


De kern van een zaadcel versmelt zich met die van een eicel. Hoe noemen we dit en waar gebeurt het?
A
innesteling, baarmoeder
B
menstruatie, baarmoeder
C
bevruchting, eileider
D
geslachtsgemeenschap, vagina

Slide 15 - Quiz

1
2
4
5
7
14
Baarmoeder
Vagina
Blaas
Eierstok
Eileider
Urinebuis

Slide 16 - Drag question

Ovulatie
Bevruchting
Celdeling
Innesteling

Slide 17 - Drag question


Als je 1 pil vergeet en je slikt gewoon verder, kun je niet zwanger raken
A
ja
B
nee
C
ja maar je moet dan wel die vergeten pil extra nemen

Slide 18 - Quiz

Betrouwbaar
Onbetrouwbaar
Noodmaatregel
Condoom
de Pil
Voor het zingen de kerk uit
Periodieke onthouding
Morning after pil
abortus

Slide 19 - Drag question

Betrouwbare geboorteregeling:
1: Periodieke onthouding
2: coïtus interruptus
A
beide waar
B
beide nietwaar
C
1: waar 2: nietwaar
D
1: nietwaar 2: waar

Slide 20 - Quiz

Waarom is een condoom een populair voorbehoedsmiddel?
A
Het is goedkoop
B
Het is betrouwbaar
C
het beschermt ook tegen geslachtsziekten
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 21 - Quiz

Waarom is coïtus interruptus onbetrouwbaar
A
In het voorvocht zitten al wat zaadcellen
B
jongens zijn vaak te laat met het terugtrekken

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Slide

Lesdoelen
- Je weet wat SOA's zijn. 
- Je kunt de 2 bekendste SOA'S opnoemen. 
- Je weet hoe je SOA's kunt voorkomen. 

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video

Chlamydia 
- Komt veel voor bij jongeren. 
- Jongens kunnen pijn aan balzak en penis krijgen, of een waterige afscheiding uit de penis. 
- Meisjes krijgen pijn aan vagina en/of bloedverlies buiten de menstruatie. 
- Goed te bestrijden met antibiotica. 
- Kan leiden tot buitenbaarmoederlijke zwangerschap en onvruchtbaarheid (meisjes) 
- Kan leiden tot bijbalontsteking. 

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

AIDS
- Aids is de bekendste SOA.
- Aids tast het afweersysteem aan. 
- Daardoor kun je gemakkelijker ziektes krijgen (bv longonsteking) 
- Je overlijdt dan aan zo'n ziekte omdat je geen afweer meer hebt. 

Slide 29 - Slide

HIV
- Aids wordt veroorzaakt door het HIV (oftwel: het aids-virus)
-  iemand kan besmet zijn met HIV, maar toch niet ziek. Zo iemand noem je 'seropositief' 
- de meeste personen die besmet zijn met HIV, krijgen ook aids. Dit kan wel jaren duren.
- de 'Red Ribbon' is het internationale symbool voor mensen met hiv/aids.

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video

Besmetting
- Je kunt hiv binnenkrijgen via bloed, sperma en vocht uit de vagina, voorvocht uit de penis, moedermelk. 
- Drugsgebruikers die elkaars naalden gebruiken. 
- Onvoorzichtig werken in de gezondheidszorg 

Slide 32 - Slide

Hierdoor kan je GEEN aids/hiv krijgen: 
niezen
hoesten
zoenen
iemand een hand geven
elkaars bestek gebruiken
uit elkaars kopje drinken

Slide 33 - Slide

genezing 
- Er is nog geen medicijn gevonden om hiv/aids te genezen.
- Wel zijn er aidsremmers. Dit zijn medicijnen die je je leven lang moet gebruiken.
 - Aidsremmers zorgen ervoor dat het lang duurt voordat iemand met hiv ook daadwerkelijk aids krijgt. 
- Aidsremmers hebben veel bijwerkingen en zijn duur. 

Slide 34 - Slide

Wat moet je doen als je een soa denkt te hebben?
Een soa gaat nooit vanzelf over! Ook zonder klachten kun je ziek zijn.

Ga naar de huisarts, GGD of Centrum Seksuele Gezondheid
Doe een soatest!
Een soatest doet geen pijn (vaak is het een urinetest of uitstrijkje)

Slide 35 - Slide

Hoe voorkom je een soa?
Op maar 1 manier: Veilig seks hebben!

Veilig vrijen:
- Zonder geslachtsgemeenschap
- Met een condoom 

Slide 36 - Slide

Aan het (huis) werk
Maak opdracht 41 t/m 46 (pagina 232 t/m 238)
timer
1:00

Slide 37 - Slide

Nakijken opdrachten
1. soa
2. Geslachtziekte
3. Chlamydia
4. Aids
41
42
1. Ja
2. Ja, met antibiotica
3. Onvruchtbaarheid
    Zwangerschap buiten de baarmoeder
4. Veel jongeren weten niet hoe ze een soa kunnen herkennen
     Jongeren durven vaak niet naar een dokter te gaan als ze denken dat ze een soa hebben
43
Chlamydia
Onvruchtbaarheid
kinderen
44
Het afweersysteem
HIV
Seropositief
Aids tast het afweersysteem aan
45
Altijd een condoom gebruiken totdat beiden een soa-test hebben gedaan en  een gunstige uitslag hebben gekregen. 
46.1
Extra sterke condooms gebruiken en veel glijmiddel.
46.2
Je kunt dan zonder risico op een soa (tong) zoenen, knuffelen, strelen masseren of masturberen. 
46.3
Het risico op aids is dan afhankelijk van de risico's die jij en je partner in het verleden hebben gelopen
46.4

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Je kan een soa hebben zonder het te merken
A
Waar
B
Niet waar

Slide 40 - Quiz

Waar of niet waar?
Voor alle SOA's is een medicijn.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 41 - Quiz

Waar of niet waar?
Een SOA is altijd een virus.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 42 - Quiz

Waar of niet waar?
Je weet niet altijd dat je een SOA hebt.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 43 - Quiz

Wat is de gevaarlijkste SOA?
A
Herpes genitalis
B
Gonorroe
C
HIV
D
Hepatitis B

Slide 44 - Quiz

Wat is een SOA?
A
Seksuele Ongewenste Aandoening
B
Seksueel Overdraagbare Aandoening
C
Het betekent niets
D
Het is Latijn voor ziekte

Slide 45 - Quiz


Een soa-test
A
kost jou geen euro's
B
kost nogal wat euro's
C
kun je bij de drogist halen
D
kun je kopen bij de supermarkt

Slide 46 - Quiz

Als je jezelf goed wast na de geslachtsgemeenschap, kun je een soa voorkomen.
A
juist
B
onjuist

Slide 47 - Quiz

Er zijn soa's waarbij meisjes onvruchtbaar van kunnen worden
A
juist
B
onjuist

Slide 48 - Quiz

Bij strelen en tongzoenen loop je risico op soa's
A
juist
B
onjuist

Slide 49 - Quiz

Het is veilig om 2 condooms over elkaar te gebruiken
A
juist
B
onjuist

Slide 50 - Quiz