7.4 kolonialisme en slavernij

20 minuten werken aan 7.4
maken opdracht 1 t/m 8
1 / 27
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

20 minuten werken aan 7.4
maken opdracht 1 t/m 8

Slide 1 - Slide

§ 7.4 Kolonialisme en slavernij
  • KA = Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme 

Slide 2 - Slide

Leerdoel
Aan het eind van deze presentatie kun je uitleggen:
  • hoe de trans-Atlantische slavenhandel groeide  
  • welke slavernij er was op Amerikaanse plantages
  • welke slavernij er was in de Nederlandse koloniën
  • hoe de slavernij werd afgeschaft

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

a. Leg een verband tussen de trans-Atlantsiche slavenhandel, de plantagekoloniën en het handelskapitalisme in de vroegmoderne tijd.
b. Leg uit waardoor de trans-Atlantische slavenhandel sterk toenam in de 18e eeuw.

Slide 11 - Open question

De Afrikaanse slaven werden onmenselijk behandeld. Geef hiervan:
- een voorbeeld en
- noem hiervan een oorzaak en een gevolg.

Slide 12 - Open question

Gebruik bronnen 11 en 12 blz 79 wb.
Stel, je onderzoekt het leven van slaven op een Surinaamse plantage. Leg ui of de twee bronnen volgens jou betrouwbaar en representatief zijn.

Slide 13 - Open question

a. Geef een vb van de slechte werkomstandigheden van Afrikanen in Amerika.
b. Geef een vb. van de slechte leefomstandigheden van Afrikanen in Amerika.
c. Geef twee verklaringen voor deze omstandigheden.

Slide 14 - Open question

geef aan:
- wat de directe oorzaak was van de Nederlandse deelname aan de trans-Atlantische slavenhandel en
- wat de belangrijkste Nederlandse slavenkolonie in Amerika was.

Slide 15 - Open question

a. Noem drie soorten slavenwerk in de VOC gebieden
b. Geef een verklaring voor het ontstaan van de groep van Indo-Europeanen.

Slide 16 - Open question

Gebruik de tekst, Toen en nu: de familie van der Vegt en afbeeldingen 7.21.
a. Over uit koloniën afkomstige slaven in Nederland is weinig bekend. Geef hiervoor een verklaring.
b. Geef aan wat door historici wordt verondersteld op basis van schilderijen zoals afbeelding 7.21

Slide 17 - Open question

Gebruik bron 10 blz 79 wb.
Noem op basis van deze bron twee verschillen tussen de slavernij in de Nederlandse gebieden in Azië en in Amerika.

Slide 18 - Open question

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

a. Geef aan welke twee standpunten christenen hadden over de slavernij.
b. Leg een verband tussen het abolitionisme en de verlichting.
c. Geef aan wanneer de Britse en Nederlandse overheden de slavenhandel en slavernij afschaften.

Slide 21 - Open question

Gebruik afb. 7.16 en 7.17
leg uit dat deze afbeeldingen passen bij het kenmerkend aspect van deze paragraaf.

Slide 22 - Open question

Gebruik af. 7.20
Op het schilderij zijn personen uit vier bevolkingsgroepen te zien. Geef aan wat je uit het schilderij kunt opmaken over de verhouding tussen deze personen.

Slide 23 - Open question

Noteer de nummers van de volgende feiten in volgorden van vroeger naar later: 1. Nederland schaft de slavenhandel af
2. Nederland schaft de slavernij af.
3. Nederlanders gaan deelnemen aan de slavenhandel in Zuidoost-Azië.
4. Nederlanders gaan deelnemen aan de trans-Atlantische slavenhandel.

Slide 24 - Open question

Begrippen uit deze les:
trans-Atlantische slavenhandel: handel in en vervoer van slaven over de Atlantische Oceaan.
intimidatie: bangmakerij
Indo-Europeanen: personen van Europees-Aziatische afkomst in Indonesië
abolitionisme: beweging voor de afschaffing van slavenhandel en slavernij
betrouwbaar:  vragen zoals was de auteur bij de gebeurtenis aanwezig, met welke bedoeling is de bron gemaakt, waar gaat de bron over, gaat het over meer personen of een persoon en achtergrond en belang van de auteur van schrijver.
representatief: een goede weergave geven over een bepaald onderwerp

Slide 25 - Slide

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 26 - Open question


Stel 1 vraag over iets dat je deze
les nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 27 - Open question