OSR les 4, deel 1 en 2

Observeren Signaleren en Rapporteren
Les 4, deel 1
Observatieplan ontwerp en gegevens ordenen, deel 1



Lesduur: 90 min
1 / 32
next
Slide 1: Slide
BeroepsorientatieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Observeren Signaleren en Rapporteren
Les 4, deel 1
Observatieplan ontwerp en gegevens ordenen, deel 1



Lesduur: 90 min

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Ik heb de opdracht van OSR met mijn stagebegeleider besproken
Ja
Nee

Slide 2 - Poll

This item has no instructions

Hoe ver ben je met je observatieplan
(13 maart voor een GO)
0%(nog niet begonnen)
25% (Een beetje)
50% (Op de helft)
75% (Bijna klaar)
100%(Ik kan hem nu inleveren)

Slide 3 - Poll

This item has no instructions

Lesdoelen
Aan het einde van deze les kun jij:
- De verschillende observatiemethoden uitleggen en de passende methode selecteren voor je plan. (B)
- Een aanleiding, hoofd- en deelvragen opschrijven en daar ene passende observatiemethode bij kiezen. (T)
- Beschrijven op welke wijze jij je observatie gaat rapporteren. (B)


Nut van de les: 
- Deze les is vooral ingericht om te oefenen met het eerste gedeelte van je eindopdracht. Na deze les heb je de kennis en vaardigheden om die succesvol uit te voeren. 
- Deze les richt zich op het kiezen van de juiste observatiemethode. 




Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Programma- vandaag

Deel 1 (90 min.)

  • Welkom, 
  • Lesdoelen vandaag
  • Algemene planning
  • Terugblik vorige les 
  • Observatiemethoden presentatie 
  • Theorie Observatievraag en deelvragen
  • Oefening observatieplan. 

    Deel 2 (45 min.)
  • Theorie Ordenen en Verwerken van gegevens
  • Afsluiting 

Le
Lesuren: 3 (45 min x 3) 
Lesweken : 9
Boek: Methodisch begeleiden 
Afsluiting: Eindopdracht school + BPV

Slide 5 - Slide

Deel 1: 90 min (2 x45 min)

Welkom en AWR 5 
Energizer 5 
lesdoelen 2
Programma doornemen 3 
-----------------------------------------15 min 

Doelen van module en opdracht 10min 
Opbouw vak, algemene planning 10min 
Eindopdracht- Rubric doornemen 10min
Vragenronde 5 min 
-------------------------------------------35 min 


Zelfstandig aan de slag met theorie
------------------------------------------- 30min 

10 min Lesdoelen check
-----------------------------------------------------

90 min. Totaal 

Algemene planning 
Let op! Alle informatie komt terug in de lessen. Het is dus belangrijk dat je alle lessen volgt!! Mis je een les? Bestudeer dan zelf de lesson-up en vraag naar aantekeningen van je medestudent. Eigen verantwoordelijkheid! 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Terugblik vorige les- check je kennis! 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Vrije observatie
Tijd: 5 minuten + 5 minuten nabespreken
Hoe: Schrijf op een papier, docent deelt uit. 
Hulp: Denk terug aan de opdracht filmpje Richard. Geen hulp van theorie of ChatGPT. 
Uitkomst: Kennis versterken over de vrije observatie. 
Klaar? Schrijf op hoe jij de bevindingen van een vrije observatie zou rapporteren. 
Wat: Schrijf je antwoorden op een vel papier. Geef antwoord op de volgende vragen: 
1. Stel je bij een vrije observatie wel of geen doel? Waarom? 
2. Wat schijf je op bij een vrije observatie. 
3. Ben je bij een vrije observatie wel of niet participerend aan het observeren? Waarom denk je dat? 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Nabespreken 
Vrije observatie

Bij de vrije observatie werk je zoals altijd met een doel. Maar je observatievragen zijn nog niet concreet. Deze vorm van observatie gebruik je vaak als vooronderzoek. In veel gevallen observeer je continu. Je probeert zo veel mogelijk gedragingen objectief vast te leggen. Dit wil zeggen dat je alleen dat vastlegt wat je ziet. Je noteert dus de feiten. Wanneer een cliënt bijvoorbeeld ander gedrag vertoont dan voorheen, dan wil je dit in de gaten houden. Maar je weet nog niet wat er precies aan de hand is. Je volgt het gedrag van deze cliënt dan in een vrije observatie. Deze vorm van observatie gaat vaak samen met participerend observeren.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Geef een korte presentatie over...
1. Gestructureerde observatie
2. Intervalobservatie
3. Contextuele observatie
4. Protocollaire observatie.


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Hoe gaan we dit doen? 
Tijd: max. 5 minuten per presentatie (max. totaal 20-25 minuten) 
Hoe: Je maakt met een groepje een presentatie van 1 onderwerp. 
Hulp: Je gebruikt theorie 3.4 (It's Learning) 
Uitkomst: Jullie hebben elkaar uitleg gegeven over de observatiemethoden. 
Klaar: Begin een start te maken aan je eigen observatieplan. 
Wat: De docent deelt je in groepjes. In je groepje maak je en korte presentatie. Je kan een puntenbriefje maken in Word of en korte PowerPoint. Verdeel de taken: Wie presenteert? Wie maakt de presentatie en wie zoekt en geeft de info? 

Groepjes maken zie notitie 

Slide 11 - Slide

https://digitaletools.nl/tools/groepjesmaker/

Geef een korte presentatie over...
1. Gestructureerde observatie
2. Intervalobservatie
3. Contextuele observatie
4. Protocollaire observatie.


Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Vragenronde? Nog vragen voor we met nieuwe theorie starten? 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Observatieplan 1: Reden
- Jullie hebben allemaal een cliënt
 uitgekozen op je stage. Vandaag ga je weer verder met het  observatieplan uitschrijven. 
-  Reden van observatie: 
Waarom wil je de cliënt observeren?

LET OP! je observeert altijd GEDRAG! 
Voorbeeld: onrustig tijdens eetmomenten,  onrustig tijdens naar bed gaan,  observeren van gedrag bij binnenkomst na school bijv. , observeren van contact in groep, observeren
van vaardigheden tijdens een activiteit etc. 

Wie heeft er een voorbeeld? 


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Observatieplan 2: Doel
- Als je de reden weet waarom je de cliënt
gaat observeren dan ga je een doel stellen. 
Wat wil je aan het einde van de observatie weten?  
Voorbeeld hiernaast of bijv. 
''Observeren of er redenen zijn dat meneer R. onrustig is 
tijdens het eetmoment in de middag''  
(Meneer R. woont in een verzorgingstehuis en heeft beginnende dementie) 
Observatievraag: Wat zijn mogelijke redenen/oorzaken dat meneer R. onrustig is tijdens het eetmoment? 

Opdracht aan de klas: 
Wat zouden deelvragen kunnen zijn? Bedenk er in je tweetal 
twee. 



Slide 16 - Slide

Laat de studenten even worstelen met de deelvragen. 
Dit is soms best lastig. 
Laat ze in tweetallen of in groepjes hier mee werken. 

Bij de volgende dia staan een aantal voorbeelden.  10- 15 min. 
Verschil tussen observatievraag en deelvragen:
Je deelvragen zijn extra-vragen die helpen om je observatievraag (hoofdvraag) stapsgewijs te beantwoorden. Meestal is een observatievraag te complex om in één keer te beantwoorden en daarom gebruik je deelvragen om stap voor stap tot het antwoord op de hoofdvraag te komen.

Slide 17 - Slide

Studenten maken vaak een groot observatieplan. Ondersteun ze bij het maken van een concreet en klein observatiedoel. 
Het gaat immers echt om de oefening met observeren en het plan! 

Hebben studenten geen stage?? 
Laat ze dan oefenen met een observatieplan schrijven aan de hand van een casus. Deze geldt niet als eindopdracht maar mochten ze stage hebben dan kunnen ze meteen aan de slag met de opdracht. 

Observatieplan 3: Vraag en deelvragen
Observatievraag: Wat zijn mogelijke redenen/oorzaken dat meneer R. onrustig is tijdens het eetmoment?

Voorbeeld van deelvragen :
1. Hoe uit zich het onrustige gedrag van meneer R tijdens het eten (specifieke gedragingen- fysiek, verbaal?) 
2. Wordt de onrust mogelijk veroorzaakt door omgevingsfactoren ( personen, geluid, licht)?
3.Hoe lang duurt de periode van onrustig gedrag van meneer R tijdens het eetmoment?

4. Hoe is het contact van meneer R. met de andere bewoners en/of personeel? 
5. Wat zijn mogelijke manieren om het onrustige gedrag van meneer R tijdens eetmomenten te verminderen (werkt afleiding)? 


Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Observatieplan 4
Heb je je observatiedoel en vragen helder? 
Deelvragen ook? 
Dan ga je een observatiemethode en techniek kiezen. 
Kijk ook naar de volgende lessen,  
je boek ''Methodisch werken'' thema 3, en de vorige lessen. 

Plan van aanpak: Waar, wanneer, tijd? 
- Als je weet waar je op gaat letten dan ga je een dag en tijd vaststellen om de observatie uit te voeren.
Je hebt misschien al een observatie moment/ dag ingepland in overleg met je BPV begeleider. 



Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Oefenen observatieplan
Tijd: 20 minuten + 10 minuten nabespreken. 
Hoe: Gebruik lege format It's Learning en vul die gedeeltelijk in. 
Hulp: Gebruik de Theorie, ingevulde format en je mag internet en ChatGPT als adviseur gebruiken.  
Uitkomst: Je laat zien dat je het eerste gedeelte van het plan kan maken. 
Klaar? Begin met schijven van je eigen plan.  
Wat: Met een duo ga je de eerste 5 stappen van het observatie plan schijven. 
- Je kiest een casus die in It's Learning staat, zie mapje theorie. 
- Je gebruikt de lege format die in It's Learning staat. 
- Vul de eerste 5 stappen in, je mag samen overleggen. 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

We gaan oefenen 
Kies een casus (ItsLearning>theorie), deze werk je in tweetallen uit tot het groene gedeelte.
timer
20:00
We bespreken dit na.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Observeren Signaleren en Rapporteren
Les 3 deel 2
Observatieplan ontwerp en gegevens ordenen, deel 1



Lesduur: 45 min

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Observatieplan 5: Verwerken van gegevens

Denk ook na over hoe je de observatie gaat vastleggen. 
Ga je: 
- Beschrijven (Wat zie je? beschrijf feitelijk de observatie) 


- Turven / tellen 



- Verbanden leggen. 

Voor je  eerste observatie raden we aan om te starten met beschrijven, of turven en tellen. 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Ordenen en verwerken van gegevens 
Als je een observatiemethoden hebt gekozen en weet hoe je gaat observeren bijv. tijdens een kookactiviteit waarin je participeert dan is de volgende stap dat je gaat vastleggen in je plan hoe je dit gaat verwerken. 
In de theorie- Methodisch begeleiden 3.6- spreken we van een aantal manieren: 
  • Beschrijven (ook wel ''continue observatie''genoemd)
  • Tellen en turven (ook wel ''time''/''event'' sampling genoemd) 
  • Verbanden leggen 

    Op de volgende dia lopen we dit per onderdeel door. 

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Verwerken van gegevens: ''beschrijven''
  • Beschrijven (ook wel ''continue observatie''genoemd) (meest gebruikte optie!) 
    Je schrijft tijdens een observatie alle opvallende punten die gebeuren op. Dit doe je zo objectief en volledig mogelijk. Vaak eerst steekwoorden, na je observatie omzetten tot een observatieverslag.  Voordeel= compleet beeld van de situatie/cliënt krijgen
    Nadeel= tijdrovend, gevaar subjectiviteit.


    08.30-09.00u - observatie tijdens bewegingsactiviteit met mevrouw X (84 jaar) 
    Mevrouw X zit achteraan op een stoel. AB'er geeft aan dat ze met een zachte bal gaan gooien. Mevrouw X geeft aan dat ze dit niet kan. Mevrouw X legt de bal op de grond en herhaalt dat ze het niet kan. Mevrouw X  mompelt en beweegt met haar handen ze kijkt weg van de AB'er. etc etc. 

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Verwerken van gegevens: ''turven/tellen''
  • Tellen en turven (ook wel ''time''/''event'' sampling genoemd) 
    Van tevoren zet je je observatievragen om in gedragskenmerken/aspecten. 
    Tijdens het teamoverleg wordt er besproken dat een client een gedragsverandering laat zien of er is bijvoorbeeld bij een client sprake van moeilijk verstaanbaar gedrag. 
    Je gaat kijken hoe vaak en wanneer de situatie zich voordoet. 

  • Voordeel : objectief en door meerdere
    collega's kunnen de observatie doen 
  • Nadeel: doordat het in het schema al geordend is,
    gaat er mogelijk ook informatie verloren 

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Verwerken van gegevens: verbanden leggen

Je kunt informatie verwerken door verbanden te leggen tussen de gegevens die je hebt verzameld. Als je verbanden legt, kun je een ander beeld krijgen van een situatie.

Voorbeeld vanuit de theorie: 

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Tellen en turven doe je door
A
Objectief op te schrijven wat je hebt geobserveerd.
B
Aantallen bijhouden/streepjes zetten

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Waarom is het bij tellen/turven een nadeel dat je alleen het gedrag kunt vastleggen?
A
Je bent dan niet kritisch genoeg
B
Het is geen nadeel; het is juist handig!
C
Op die manier kan informatie verloren gaan
D
Je kunt geen verbanden leggen

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Afsluiting 
- Zorg dat je een client in beeld heb, bespreek de opdracht met je praktijkbegeleider.

- Maak een start met je observatieplan, vraag feedback aan de docent
om een GO- te kunnen krijgen


Slide 31 - Slide

Studenten maken vaak een groot observatieplan. Ondersteun ze bij het maken van een concreet en klein observatiedoel. 
Het gaat immers echt om de oefening met observeren en het plan! 

Hebben studenten geen stage?? 
Laat ze dan oefenen met een observatieplan schrijven aan de hand van een casus. Deze geldt niet als eindopdracht maar mochten ze stage hebben dan kunnen ze meteen aan de slag met de opdracht. 

Lesdoelen check 
Aan het einde van deze les kun jij:

- De verschillende observatiemethoden uitleggen en de passende methode selecteren voor je plan. (B)
- Een aanleiding, hoofd- en deelvragen opschrijven en daar ene passende observatiemethode bij kiezen. (T)
- Beschrijven op welke wijze jij je observatie gaat rapporteren. (B)

Welke stappen ga jij nemen na de voorjaarsvakantie? 
- Spreken stagebegeleider? 
- Beginnen van je verslag? 
- Uitvoeren van je observatie? 




Slide 32 - Slide

This item has no instructions