basis ehbo

Welkom allemaal!
Op de hoek van de tafel ligt je tablet!

De rest van de spullen mogen in je tas.
1 / 22
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 6 videos.

Items in this lesson

Welkom allemaal!
Op de hoek van de tafel ligt je tablet!

De rest van de spullen mogen in je tas.

Slide 1 - Slide

Planning/doel van vandaag
  • Wat gaan we doen aankomende periode?
  • Afspraken maken, no play!
  • Wat is EHBO?
  • Woordweb EHBO afkortingen
  • Uitleg van de 5 basisregels van EHBO
  • Quiz 5 basisregels EHBO
  • Vingerverband aanleggen
  • 14:15 uur opruimen en evaluatie; hoe ging de les?

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Waar staat de afkorting
E.H.B.O. voor?

Slide 4 - Mind map

Vijf belangrijke punten
  1. Let op gevaar!
  2. Ga na wat er gebeurt is en daarna wat iemand makeert
  3. Stel het slachtoffer gerust en zorg voor beschutting
  4. Zorg voor professionele hulp
  5. Help het slachtoffer op de plaats waar hij ligt of zit

Slide 5 - Slide

Waar staat EHBO voor?
A
Eerste hulp bij overvallen
B
Eten halen bij opa
C
Eerste hulp bij ongelukken
D
Het heet gewoon EHBO

Slide 6 - Quiz

Hoeveel belangrijke punten zijn er bij EHBO?
A
6
B
5
C
4
D
3

Slide 7 - Quiz

welke basisregel van de EHBO is juist
A
verplaats het slachtoffer
B
let op gevaar
C
bel de conciërge
D
zorg voor de omstanders

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Video

  • In tweetallen vingerverband oefenen
  • Denk aan de 5 EHBO regels

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Stabiele zijligging
Oefen in een twee-tal de stabiele zijligging adv een stappenplan

Slide 13 - Slide

Stabiele zijligging 

Slide 14 - Slide

Rautekgreep
Oefen in een twee-tal de rautekgreep adhv een stappenplan

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Wanneer leg je iemand in de stabiel zijligging?

Slide 17 - Open question

Slide 18 - Video

Drukverband aanleggen
Leg een drukverband aan adhv een stappenplan

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Wanneer leg je een drukverband aan?
A
Wanneer iemand een botbreuk heeft
B
Wanneer iemand iets gekneusd heeft
C
Wanneer iemand een wond heeft

Slide 21 - Quiz

Je legt iemand in de stabiele zijligging als..
A
Iemand zich niet lekker voelt
B
Iemand geen adem meer haalt
C
Iemand buiten bewustzijn is maar normaal ademhaalt
D
Iemand misselijk is

Slide 22 - Quiz