Mavo 4 - spreken

Periode 2 - spreken en boektoets
In toetsweek 2...
-... geef je in een duo een presentatie
- ...maak je een toets over jouw twee gelezen boeken
1 / 22
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Periode 2 - spreken en boektoets
In toetsweek 2...
-... geef je in een duo een presentatie
- ...maak je een toets over jouw twee gelezen boeken

Slide 1 - Slide

Spreken - betoog

Slide 2 - Slide

Spreken - stappenplan
Stap 1: wat is een betoog?
Stap 2: hoe ziet de opbouw van een betoog eruit?
Stap 3: hoe schrijf ik een betoog?
Stap 4: hoe presenteer ik een betoog?

Slide 3 - Slide

Wat weet je al van een betoog?

Slide 4 - Mind map

0

Slide 5 - Video

Wat is een betoog?
In een betoog formuleer je verschillende argumenten bij een bepaalde stelling; je gaat de stelling verdedigen en daar heb je goede argumenten voor nodig.

Ook bedenk je een aantal tegenargumenten, (argumenten van mensen die tegen jouw stelling zijn). Deze moet jij  weerleggen.

Het belangrijkste doel van een betoog is om het publiek te overtuigen


Slide 6 - Slide

Werkwijze schrijven - individueel
Stelling 1
Stelling 2
Stelling 3

Je maakt een schrijfopdracht bij de stelling die je van de docent hebt gekregen.
- Je maakt eerst een bouwplan met daarin de punten die je in jouw presentatie wil verwerken.
- Je schrijft daarna de tekst uit op je iPad.
- Je gebruikt jouw betoog als informatiebron voor de presentatie. 

Slide 7 - Slide

Eindopdracht
In toetsweek twee presenteer je in een duo jullie betogende spreekopdracht. Zodra duidelijk is welke duo's er gevormd zijn, geeft je docent aan met welke stelling jullie aan de slag kunnen.

Voordat je aan de presentatie werkt, schrijf je eerst het betoog uit. Dit doe je individueel. De argumenten die jij bedenkt kan je later in jouw duo als input gebruiken voor de presentatie.

Slide 8 - Slide

Werkwijze spreken - in duo's en groepjes van zes
Stelling 1
Stelling 2
Stelling 3
  • Je kiest zelf in welk duo je wil werken;
  • Je krijgt van de docent een stellling toegewezen;
  • Je maakt een (betogende) presentatie bij jouw stelling;
  • Tijdens de toetsweek word je ingedeeld in een groep van 3 duo's (zes personen in totaal);
  • Je geeft over je eigen onderwerp een presentatie en voor de andere onderwerpen bereid je in je duo 2 (kritische) vragen voor.

Zowel je presentatie als je vragen worden beoordeeld op kwaliteit!

Slide 9 - Slide

Onderwerpen spreekopdracht

Stelling 1: 
'Het photoshoppen van modellen en beroemdheden moet verboden worden.'


Stelling 2:
'In schoolkantines mag alleen gezonde voeding verkocht worden.'


Stelling 3:
'Dierentuinen doen meer kwaad dan goed.'

Slide 10 - Slide

Stap 2: hoe ziet de opbouw van een betoog eruit?

Slide 11 - Slide

Extra
Dit is een voorbeeld van een argumentatieoverzicht bij het bouwplan in bijlage 2 en het betoog in bijlage 3. 

Slide 12 - Slide

Inleiding
Inleiding: aandacht trekken en onderwerp introduceren
  • Ten eerste trek je de aandacht door gebruik te maken van...:
  1. ...iets uit de actualiteit
  2. ...iets uit de geschiedenis
  3. ...een voorbeeld/anekdote
  4. ...iets wat voor de lezer van persoonlijk belang is

  • Ten tweede introduceer je het onderwerp door...:
  1. ...de stelling (jouw mening) duidelijk te maken

Slide 13 - Slide

Middenstuk
Voor deze opdracht werk je in het middenstuk twee voorargumenten en twee tegenargumenten + weerlegging uit. De opbouw van deze alinea's kun je als volgt aanpakken:
  1. Start met een structurerende zin; wat is het argument dat je gaat bespreken?
  2. Geef daarna een korte uitleg bij het argument
  3. Sluit af met het geven van een  voorbeeld of een aantal voorbeelden
Voorbeeld:
(1)Ten eerste moeten pesters goed aangepakt worden, omdat  kinderen die gepest worden zich dan serieus gehoord voelen. (2) Door de pesters te straffen wordt duidelijk gemaakt aan iedereen dat pesten niet getolereerd wordt. Dit geeft gepeste kinderen het gevoel dat iemand voor hen opkomt. (3) Als de docent bijvoorbeeld een pestende leerling straf geeft, weet de hele klas dat ze dat niet moeten doen. De gepeste leerling voelt zich dan veel veiliger.

Slide 14 - Slide

Slot
Je formuleert in het slot nog een keer duidelijk jouw mening en je herhaalt je sterkste argumenten. 

- Om het slot aan te kondigen kun je gebruikmaken van signaalwoorden, zoals: daarom, kortom, al met al, dus.

- De tekst sluit je als dat mogelijk is af met een krachtige zin: een uitsmijter.





Slide 15 - Slide

Bouwplan
  • Maak voor je gaat schrijven een bouwplan; schrijven is makkelijker als je al hebt nagedacht over de structuur en de inhoud.
  • Schrijf eerst het onderwerp, het tekstdoel (overtuigen) en de hoofdgedachte (stelling) op.
  • In kolom B nummer je de alinea's.
  • In kolom C noteer je de deelonderwerpen (argumenten).
  • In kolom D noteer je in een aantal steekwoorden wat je in de alinea wil schrijven.

Slide 16 - Slide

Van bouwplan naar tekst
  • Start met het schrijven van je inleiding en je eerste voorargument.


Slide 17 - Slide

Stap 4: hoe presenteer ik een betoog?

Slide 18 - Slide

Wat weet je nog van
je pws-presentatie?

Slide 19 - Mind map

Slot
Je formuleert in het slot nog een keer duidelijk jouw mening en je herhaalt je sterkste argumenten. 

- Om het slot aan te kondigen kun je gebruikmaken van signaalwoorden, zoals: daarom, kortom, al met al, dus.

- De tekst sluit je als dat mogelijk is af met een krachtige zin: een uitsmijter.





Slide 20 - Slide

Hoe ziet jouw presentatie eruit?
- Inleiding - introductie onderwerp
- Middenstuk:
  • Voorargument 1
  • Voorargument 2
  • Voorargument 3
  • Tegenargumenten 1 + weerlegging 1
  • Tegenargument 2 + weerlegging 2

- Slot - herhaling van sterkste argumenten

Slide 21 - Slide

Presentatie-eisen
1. Je staat duidelijk voor de stelling;
2. Geef duidelijk aan wat je voor- en tegenargumenten zijn;
3. Maak een duidelijke presentatie: beeld & steekwoorden;
4. Maak een eerlijke verdeling in spreektijd;
5. Duo's presenteren 8-10 minuten, drietallen 12-15 minuten.
6. Je bereidt voor de andere twee groepjes twee kritische vragen voor.

Slide 22 - Slide