Les 3 (Vormgeving)

Kunstgeschiedenis Vormgeving
1 / 19
next
Slide 1: Slide
Beeldende vormingMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Kunstgeschiedenis Vormgeving

Slide 1 - Slide

Inhoud
- De vormgeving
- De vormgevingskenmerken
- Opdracht vormgeving

Slide 2 - Slide

De vormgeving
"Ik kan de vormgevingskenmerken in een kunstwerk herkennen, benoemen en het effect toelichten"
EXPO H3.2 t/m H3.6

Slide 3 - Slide

De vormgeving
Naast de voorstelling uit de vorige les is er nog een ander belangrijk woord wat je vaak gaat horen en lezen: vormgeving. De vormgeving komt ook vaak terug in vraagstellingen in PTA's en het Centraal Examen.

Waarbij je bij voorstellingsvragen antwoorden geeft die je letterlijk in het kunstwerk kunt aanwijzen, doe je dit bij vormgevingsvragen niet.

Bij antwoorden op vormgevingsvragen maak je gebruik van de vormgevingskenmerken en de daarbij behorende beeldende aspecten. Deze moet je uit je hoofd leren.

Slide 4 - Slide

Vormgevingsantwoorden worden altijd uitgewerkt in een schema. Links in het schema zet je eerst het vormgevingskenmerk. 

Dit zijn altijd één van de volgende kenmerken:
- Vorm                                       - Ruimte
- Structuur                               - Lijn
- Textuur                                   - Kleur
- Licht                                        - Materiaal
- Ordening (Compositie)

Let op! Een ander kenmerk dan één van de genoemde negen kenmerken kan dus nooit links in de tabel staan.
Vormgevingskenmerk

Slide 5 - Slide

Aan de rechterkant van de tabel ga je dieper in op het vormgevingskenmerk. Je legt je antwoord uit met behulp van een beeldend aspect.

De beeldende aspecten zijn niets anders dan begrippen om gedetailleerder het vormgevingskenmerk uit te kunnen leggen. 

Zorg bij de vormgeving dat je precies en duidelijk bent in je antwoord. 
Wanneer je bijvoorbeeld spreekt over een warm-koud kleurcontrast, dan moet je ook de kleuren in je antwoord benoemen die het contrast vormen.


Uitleg met behulp van een beeldend aspect

Slide 6 - Slide

Voorbeeld vraagstelling
Noem één aspect van de vormgeving waardoor de persoon op een clown lijkt.

is dezelfde vraag als:

Noem één vormgevingskenmerk waaraan je kunt zien dat deze persoon op een clown lijkt.

Slide 7 - Slide

Voorbeeld antwoord
Als antwoord zou je kunnen geven "de rode neus". Dit antwoord moet je invullen in het schema.
Rood zegt iets over de kleur. Het vormgevingskenmerk wat je links in het schema invult is dus kleur:



Aan de rechterkant leg je uit waar je het ziet en op welke manier het op een clown lijkt:



Kleur
Kleur
De kleur van de neus is rood. Clowns hebben ook vaak een rode neus.

Slide 8 - Slide

Bij de volgende 3 vragen moet je het vormgevingskenmerk invullen wat links in het schema ontbreekt. 

Dit doe je aan de hand van de uitleg van het vormgevingskenmerk rechts in het schema. 
Er worden geen afbeeldingen getoond.

Slide 9 - Slide

Welk vormgevingskenmerk hoort aan de linkerkant van het schema.
Kies uit: vorm, structuur, textuur, licht, ordening, ruimte, lijn, kleur, materiaal

         
           ...
In het schilderij wordt gebruik gemaakt van een warm-koud kleurcontrast.
timer
1:00

Slide 10 - Open question

Welk vormgevingskenmerk hoort aan de linkerkant van het schema.
Kies uit: vorm, structuur, textuur, licht, ordening, ruimte, lijn, kleur, materiaal

         
           ...
De schilder Keith Haring heeft in zijn kunstwerk gebruik gemaakt van een overall-compositie.
timer
1:00

Slide 11 - Open question

Welk vormgevingskenmerk hoort aan de linkerkant van het schema.
Kies uit: vorm, structuur, textuur, licht, ordening, ruimte, lijn, kleur, materiaal

         
           ...
Om diepte in het ontwerp te creëren heeft Escher gebruik gemaakt van lijnperspectief.
timer
1:00

Slide 12 - Open question

Bij de volgende 3 vragen moet je de uitleg van het vormgevingskenmerk rechts in het schema geven.

Dit doe je aan de hand van een vormgevingskenmerk. 
Er worden afbeeldingen getoond.

Slide 13 - Slide


Welke uitleg hoort rechts in het schema?
            Kleur
                 ...
A
Piet Mondriaan maakt gebruik van secundaire kleuren.
B
Piet Mondriaan maakt gebruik van een complementair kleurcontrast.
C
Piet Mondriaan maakt gebruik van niet zuivere kleuren.
D
Piet Mondriaan maakt gebruik van primaire kleuren.

Slide 14 - Quiz


Welke uitleg hoort rechts in het schema?
            Vorm
                 ...
A
De boom in het schilderij van Paul Signac heeft een gestileerde vorm.
B
De boom in het schilderij van Paul Signac heeft een organische vorm.
C
De boom in het schilderij van Paul Signac heeft een abstracte vorm.
D
De boom in het schilderij van Paul Signac heeft een geometrische vorm.

Slide 15 - Quiz


Welke uitleg hoort rechts in het schema?
          Ordening               (Compositie)
                 ...
A
Eugène Delacroix heeft gebruik gemaakt van een overall compositie.
B
Eugène Delacroix heeft gebruik gemaakt van een horizontale compositie.
C
Eugène Delacroix heeft gebruik gemaakt van een driehoeks compositie.
D
Eugène Delacroix heeft gebruik gemaakt van een diagonale compositie.

Slide 16 - Quiz

Opdracht Vormgeving
Toepassing  "Autonome & Toegepaste kunst"
Toepassing "De functies van kunst"
Toepassing " De vormgeving"

Slide 17 - Slide

Opdracht Vormgeving
Maak een korte presentatie waarin je onderstaande opdrachten uitvoert. Iedere les zullen er één of twee leerlingen zijn die de opdracht kort presenteren.

2. Slide 1: Kies een kunstwerk uit de collectie van het Kröller-Müller Museum en plak een afbeelding van dit 
                  kunstwerk in je presentatie.
3. Slide 1: Zet de de titel, naam van de maker en het jaartal bij de afbeelding van het kunstwerk.
4. Slide 2: Is het een autonoom of een toegepast kunstwerk? Leg je antwoord kort uit.
5. Slide 2: Welke functie heeft het kunstwerk? Kies uit de genoemde functies; zie les Kunstgeschiedenis Intro.
6. Slide 3: Noem uit "vorm", "licht" en "ordening" ieder één beeldend aspect en leg uit waar je dit ziet in het 
                  kunstwerk. Gebruik hiervoor een schema zoals je hebt geleerd.
7. Slide 4: Noem uit "ruimte en lijnen", "kleur" en "materiaal" ieder één beeldend aspect en leg uit waar je dit 
                   ziet in het kunstwerk. Gebruik hiervoor een schema zoals je hebt geleerd.
Lever de presentatie in de Classroom in. 

Slide 18 - Slide

...gaan we het hebben over:

  • De Klassieke Oudheid
In de volgende les...
In deze les...
...hebben we het gehad over:

  • De vormgeving 
  • Vorm, Licht, Ordening (compositie), Ruimte & Lijn,   Kleur.
Huiswerk
  • Opdracht Vormgeving
  • Presentatie inleveren in de Classroom

Slide 19 - Slide