Vluchten

Vluchten!
1 / 16
next
Slide 1: Slide
BrandweerBurgerschapskunde+1BasisschoolGroep 5,6

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Introduction

In deze les leer je gevaren in huis te herkennen en te voorkomen. Weet je hoe een brand zich ontwikkelt en waarom rookmelders zo belangrijk zijn? Je ontdekt wat je kunt doen om rookverspreiding tegen te gaan en hoe je op tijd in veiligheid kunt komen als er brand is in huis. De les heeft luister-, doe-, praat-, sleepopdrachten en open vragen. De les is daarmee afwisselend en interactief.

Instructions

Voorbereiding
Deze docentenhandleiding geeft een uitgebreide toelichting op de les- en leerstof en lesideeën. Handig om van te voren door te nemen.

Downloaden
Download voorafgaand aan de les de werkbladen om tijdens de les te maken en/of om mee naar huis te geven.

Instructions

Worksheets

Items in this lesson

Vluchten!

Slide 1 - Slide

Vertel:
We beginnen deze les met een filmpje.
In dit filmpje ontdek je de verschillende onderwerpen waar we in deze les dieper op in zullen gaan.
Na deze les
  • Herken je gevaren in huis
  • Weet je hoe een brand zich ontwikkelt
  • Weet je waarom je rookmelders moet   hebben en waar je ze ophangt
  • Weet je waarom een vluchtplan belangrijk is en welke afspraken je kunt maken

Slide 2 - Slide

Leerdoelen van de les.
Zie slide.
Wat weet je nog van de film die we hebben bekeken?
timer
2:00

Slide 3 - Open question

Als je gebruikmaakt van devices in de klas, activeer de knop 'devices'. Er verschijnt een code. De leerlingen kunnen vanaf hun tablet naar de lessonup.app gaan of gebruik maken van de QR code om de getoonde code en hun voornaam in te voeren.
Als iedereen is ingelogd, dan kunnen de antwoorden worden ingevoerd.

Geef een beperkte tijd hiervoor. Is de tijd verstreken? Sluit de invoer en klik op 'toon antwoorden' om de antwoorden te bekijken en te bespreken.

Open vraag:
Vraag de leerlingen wat zij hebben onthouden uit de film.

In het filmpje komen de volgende aandachtspunten aan de orde:
  • De brandweer is er niet direct.
  • Zo snel mogelijk naar buiten.
  • Geen spullen meenemen.
  • Binnendeuren dicht.
  • Alarm rookmelder? Ga naar buiten en blijf laag bij de grond.
  • Niet met de lift.
  • Bel 112.
  • Oefenen.
  • Vluchtroute vrij van obstakels.
  • Brandweer blust de brand.

Slide 4 - Slide

Vertel:
We hebben net besproken wat je wel en niet moet doen bij brand.
Maar hoe ontstaat brand eigenlijk? 

Brand is vuur op een plek waar het niet hoort te zijn. 

Om vuur te krijgen heb je drie dingen nodig.

Weet jij welke drie dingen?
Klik op het oog icoon om de 3 elementen zichtbaar te maken.
  1. Iets dat kan branden, dat noemen we een brandstof. 
  2. Zuurstof,  zit in de lucht en is overal om je heen.
  3. Warmte (temperatuur). Alleen bij de juiste temperatuur kan iets gaan branden.  
Deze 3 elementen bij elkaar noemen we de branddriehoek.
 
Experiment:
Nodig: 
  • Waxinelichtje (klein kaarsje/theelichtje).
  • Glazen potje met metalen deksel.
  • Een lange aansteker.
Stappen:
  • Zet het waxinelichtje op het metalen dekseltje.
  • Steek het waxinelichtje aan.
  • Als het kaarsje goed brandt, zet dan het glazen potje op de kop over het brandende kaarsje.
Wat gebeurt er? 
Antwoord: 
Het kaarsje gaat uit.

Waarom? 
Antwoord: 
Het vuur heeft geen zuurstof meer. 

Als je één van de zijdes van de driehoek weghaalt, gaat vuur uit.
Je kunt vuur dus doven door:
  • De zuurstof weg te halen. Bijvoorbeeld met de deksel van de pan, zand of een blusdeken.
  • De temperatuur naar beneden brengen door te blussen met water.
  • De brandstof weghalen door bijvoorbeeld de gaskraan te sluiten.

Slide 5 - Slide

Je kunt veel doen om brand te voorkomen.
Maar als er toch brand komt? Het kan natuurlijk altijd gebeuren. Gemiddeld 1 op de 65 mensen maakt brand mee in zijn huis.

Introduceer Video:
In deze video zie je hoe een kleine brand zich in een paar minuten ontwikkelt naar een grote brand. Er is genoeg zuurstof. In beeld zie je de tijd meelopen en zie je de temperatuur oplopen. Let goed op de rookontwikkeling en hoe deze zich door de kamer verplaatst.
Er staan maar weinig spullen in deze woonkamer.

Goed om te weten: dit is een test situatie van de brandweer. Zij staan erbij om alle resultaten te meten en er van te leren.

Bespreek:
Als er meer spullen in de kamer staan, ontwikkelt de brand zich dan sneller of langzamer? 
Antwoord:
De brand ontwikkelt zich sneller.

En als de ramen en deuren dicht zouden zitten? 
Antwoord:
De brand ontwikkelt zich langzamer.

Vertel:
Je zag hoe de rook zich eerst naar boven verspreidde, daarna verplaatste de rook zich van boven naar beneden in de ruimte. Rook is levensgevaarlijk, rook moet je niet inademen. Ga snel weg uit de ruimte en blijf laag bij de grond. De temperatuur is daar lager, je hebt meer zicht.

Slide 6 - Slide

Het is natuurlijk altijd beter om geen brand in huis te krijgen. 

Bespreek: 
Wat zijn de gevaren in deze woonkamer?
Antwoorden:
  • De nooduitgang is geblokkeerd door een fiets.
  • De step wordt opgeladen voor de deur. Als door het opladen brand ontstaat, kun je er niet meer langs naar buiten vluchten.
  • Er zit geen vonkenvanger voor de open haard. Brandgevaar.
  • Er hangen vlaggetjes en er staat een stapel papier te dicht bij de open haard. Brandgevaar.
  • De nog warme lucifer, die is gebruikt om de haard aan te steken, is op de vloerbedekking gegooid. Brandgevaar.
  • De lucifers liggen op een laag tafeltje, makkelijk bereikbaar voor kleine kinderen. 
  • Er staan kaarsen op het lage tafeltje. Door spelende huisdieren en kleine kinderen kunnen ze makkelijk omvallen.
  • De elektrische kachel is aangesloten op een stekkerdoos in plaats van rechtstreeks op een stopcontact Deze kachel vraagt veel stroom, hierdoor is de stekkerdoos overbelast geraakt.
  • Het snoer van de stekkerdoos is beschadigd. Gebruik deze niet meer. 
  • Struikelgevaar over losse kabels.
  • De telefoon wordt opgeladen op een kussen. Hierdoor wordt het toestel en het kussen te warm. Zo kan brand ontstaan.
  • De rookmelder is uitgeschakeld. Zo kan een brand niet snel worden ontdekt. 

Sleep deze rookmelders naar iedere verdieping op de juiste plek. 
In ieder huis zijn rookmelders verplicht.
Op welke plekken?
Zolder
Verdieping
Begane grond
timer
1:30

Slide 7 - Drag question

Vertel:
Rookmelders zijn wettelijk verplicht in ieder huis. Met goed werkende rookmelders wordt een brand sneller ontdekt en heb je meer tijd om jezelf in veiligheid te brengen.  

Vraag:
Op welke plek denk jij dat de rookmelders moeten hangen?
Waarom juist op die plek?

Sleepopdracht:
Met de sleepopdracht, verplaats je de rookmelders naar de door jou gewenste plek. 

Let op bij deze sleepopdracht: 
De rookmelders hangen aan het plafond!
Als je ze goed plaatst, blijven ze 'hangen'.

Antwoord: 
Klik op: "toon goede antwoord" voor het juiste antwoord.

Toelichting:
De wet zegt dat rookmelders moeten hangen in de vluchtroutes. Dat zijn de plekken waar je langs loopt als je snel naar buiten moet.
 
Het is altijd goed om extra rookmelders op te hangen in andere kamers. Dan word je sneller gewaarschuwd bij brand en heb je meer tijd om te vluchten.

Let op: Door stoom van koken en douchen kan de rookmelder afgaan, óók als er geen brand is.
Soms hoor je een rookmelder niet!

Slide 8 - Slide

Rookmelders onderhouden en testen
Rookmelders hebben batterijen, ook als ze op stroom werken. Als de batterij bijna leeg is, piept de rookmelder. Vervang de batterij op tijd. Druk regelmatig op de testknop om te controleren of hij nog werkt.
 
Een rookmelder gaat ongeveer 10 jaar mee. Houd hem schoon door stof weg te zuigen.

Voor doven of slechthorenden zijn er speciale rookmelders met tril- en/of lichtsignaal. 

Slaap je heel vast? Spreek af wie je waarschuwt bij brand.
 
Rookmelders kunnen gekoppeld zijn, dan gaan ze allemaal af als er ergens brand is. Zo word je sneller gewaarschuwd.
 
Thuisopdracht:
Test of je de rookmelders overal goed kunt horen, ook met de deuren dicht. Denk na: Word je wakker van het alarm?


In welk huis kun je veiliger buiten komen?
A
B

Slide 9 - Drag question

Je ziet twee dezelfde huizen allebei met dezelfde kamers.
Het is nacht en je ligt te slapen in de slaapkamer naast de voordeur. In de woonkamer breekt brand uit.

In welk huist kun je het veiligst buiten komen?
Huis A: Binnendeuren open
Huis B: Binnendeuren dicht

Sleep Smokey naar het huis van jouw keuze

Juiste antwoord B

Toelichting
Houd tijdens het slapen de binnendeuren dicht. De deuren houden rook langer tegen. Hierdoor kun je veiliger buiten te komen.

Slide 10 - Video

Je kunt deze video laten zien om een bruggetje te maken naar het belang van een vluchtplan.

In deze video neemt centralist Dennis je mee naar een melding van een brand in een woning.

Een moeder belde de brandweer dat zij en haar 5 kinderen niet meer via de normale weg naar buiten konden vluchten.

Dennis geeft tips wat ze konden doen. Gelukkig is iedereen op tijd veilig buiten gekomen.

Let op: in de video hoor je fragmenten van de échte melding. Dit kán confronterend zijn. Het is daarom belangrijk om tijdens het kijken goed op de reacties te letten van de kinderen.

Spreek ook ALTIJD de video na met de leerlingen.

Nabespreking
Je hebt naar de video gekeken.

Normaliseren gevoelens:
  • Wat viel jou als eerste op aan het filmpje?
  • Hoe voelde je je? Misschien spannend? Dat is heel normaal.

Benadruk dat:
  • Gelukkig waarschuwde de rookmelder voor het gevaar waardoor de moeder wakker werd en 112 kon bellen.
  • Iedereen kwam veilig buiten.
  • Dat het heel fijn was dat de buren zo snel hulp konden bieden, maar als de buren er niet waren geweest dat het gezin met de tips van Dennis ook door de brandweer op tijd veilig gered zou kunnen worden.
Handelingsperspectief
  • Ga naar een slaapkamer aan de straatkant.
  • Houdt de rook zoveel mogelijk buiten de deur.
  • Leg doeken/dekens voor de kieren.
  • Blijf laag bij de grond.
  • Bel 112.
  • Ga voor het open raam staan en roep om hulp.
Laat kinderen zelf verwoorden
Wat deed dit gezin goed?
  • Snel in actie komen na het horen van de rookmelder.
  • Snel 112 bellen.
  • De tips van de centralist opvolgen.
  • De doeken voor de deur leggen.
  • Iedereen bij elkaar verzamelen in een kamer aan de straatkant.
  • Elkaar helpen bij het vluchten.
  • Steeds in verbinding blijven met de centralist van de meldkamer.
Wat zou jij in zo'n situatie kunnen doen? (door hen het zelf te laten vertellen beklijft het beter).

Zekerheid en veiligheid
Brand is zeldzaam. Deze situatie komt niet zo vaak voor. En als het gebeurt, zijn er heel goede manieren om jezelf en alle andere personen in je huis in veiligheid te brengen.

Maak een vluchtplan

Slide 11 - Slide

Maak een vluchtplan
Een vluchtplan bestaat uit afspraken die je met elkaar maakt voor het moment dat er brand zou uitbreken bij jou in huis. 
Daar kun je vooraf in alle rust met elkaar over praten. Als je het vluchtplan met elkaar gaat oefenen, kun je kijken of alle afspraken goed werken.

Je bent dan allemaal goed voorbereid op een eventuele brand bij jou thuis.

Wat spreek je af in een vluchtplan?
Zie volgende slide.
Wat spreek je af in een vluchtplan? 
Wie helpt wie
Welke route loop je naar buiten
Wie gaat de kat zoeken
Dat je de binnendeuren dicht houdt
Waar je buiten afspreekt
Waar de sleutels liggen
Wie de spelcomputer meeneemt

Slide 12 - Drag question

Sleepopdracht:
Samen met je huisgenoten bespreek je een vluchtplan.

Welke onderwerpen zijn belangrijk in het vluchtplan?
Sleep deze onderwerpen naar het vak.

Antwoord:
Wat zet je in een vluchtplan
  • Wie helpt wie? Zorg dat iedereen geholpen wordt.
  • Welke route? Bedenk ook een alternatieve route, bijvoorbeeld via het balkon of raam.
  • Deuren dicht houden. Zo verspreidt rook zich langzamer en heb je meer tijd om te vluchten.
  • Afspreekplek buiten. Zo weet je zeker dat iedereen veilig buiten is.
  • Sleutels op vaste plek. Zo hoef je ze niet te zoeken bij brand.
Wat zet je niet in een vluchtplan
  • Zoeken naar de kat (kost tijd, maar neem hem mee als het kan).
  • Spelcomputer of spullen meenemen (kost te veel tijd).
Kun jij blindelings je weg naar buiten vinden zonder te struikelen?
timer
3:00

Slide 13 - Slide

Lesidee:

Bespreek en oefen
Wanneer je samen een vluchtplan hebt gemaakt dan kun je met elkaar gaan oefenen om te kijken of alles in de praktijk ook werkt.

Ben jij binnen 3 minuten in veiligheid?
Met de spinner kun je een drietal leerlingen uitkiezen die deze oefening in de praktijk kunnen uitvoeren.
Met de kleine spinner kun je de rollen verdelen onder de deelnemers.
  • Geef de leerlingen een blinddoek  en spreek af wie wie gaat helpen.
  • Klik op het geluidsicoon om de rookmelder te laten piepen als start van de oefening.
  • Klik op de timer om de tijd mee te laten lopen.
Toelichting op oefening:
Spreek vóór het oefenen samen het vluchtplan af. 

De rollen:
  • Opa of oma is doof. Die hoort de rookmelder niet. 
  • Het kind is verstopt. Het kind geeft duidelijk hoorbaar antwoord zodra de vader of moeder zijn/haar naam roept. Het kind volgt de aanwijzingen op van vader/moeder.
  • Vader of moeder moet opa of oma én het kind meenemen naar de buitendeur (deur klaslokaal).
De oefening:
Vader/moeder zoekt een plek op in het klaslokaal.
Opa/oma blijft zitten op eigen plek.
Vader/moeder ziet waar opa/oma zich bevindt. Daarna zetten zij hun blinddoek op.
Het kind zoekt een plekje in de klas en ‘verstopt’ zich.

Start van de oefening:
Activeer de rookmelder in de presentatie door op het geluidsicoon te klikken.
Tegelijkertijd start je de stopwatch in de presentatie.

Is iedereen binnen 3 minuten veilig buiten?

Bespreek de leerpunten:
  • Hoe voelt het om zonder zicht je weg te vinden in de ruimte? Kon je je goed oriënteren? Als je in paniek bent, of je hebt rook ingeademd, is het lastig om je weg te kunnen vinden. Zelfs als je je eigen huis zo goed kent. Daarom oefen je de vluchtroute blind. Dan merk je direct of je ergens over struikelt.
  • Heb je gebruik gemaakt van je stem om je ‘kind’ te kunnen vinden? Was het makkelijk om op het geluid af te gaan? Door te praten kun je op het geluid afgaan en weet je wat je van elkaar kunt verwachten.
  • Opa/oma kon niks horen, hoe kun je duidelijk maken wat er aan de hand is? Aan de hand meenemen.
  • Bleven alle gezinsleden bij elkaar? Zorg dat je weet waar iedereen is en/of dat je samen afspreekt op een veilige plek buiten.
Oefen thuis ook het vluchtplan, samen met je broertjes en zusjes.

Ga naar buiten en blijf buiten!

Slide 14 - Slide

Samenvatting:

In deze les hebben we geleerd wat je moet doen als je een brand ontdekt.
We nemen de stappen nog een keer door:
  • Je ontdekt brand.
  • Je waarschuwt gelijk je huisgenoten.
  • Je gaat weg uit de brandende ruimte en je kruipt onder de rook door. Daar is de meeste zuurstof en heb je het meeste zicht.
  • Doe de deur van de brandende ruimte dicht. Hierdoor kan het vuur en de rook zich minder snel verspreiden.
  • Woon je in een flatgebouw: waarschuw dan ook je buren en ga met de trap naar beneden. Niet met de lift.
  • Bel op een veilige plek 112.
  • Wacht buiten op de brandweer. Vertel waar ze moeten zijn, wat er aan de hand is en geef ze de huissleutels zodat ze naar binnen kunnen.
  • Eenmaal buiten, blijf buiten! De brand en de rook wordt namelijk steeds heter en steeds gevaarlijker.
Ook hebben we geleerd dat je met een vluchtplan en het oefenen hiervan, goed bent voorbereid op een eventuele brand bij jou thuis.

Wat vind jij belangrijk om thuis te vertellen over deze les?

Slide 15 - Open question

In deze les hebben we de volgende onderwerpen behandeld:
  • Gevaren in huis.
  • Ontwikkeling van brand.
  • Rookmelders.
  • Rookverspreiding.
  • Goed voorbereid met een vluchtplan.
Thuisopdracht:
We zijn hier op school mee aan de slag gegaan. En nu is het aan jullie om thuis te vertellen wat je hebt geleerd en om te checken hoe veilig je woont en leeft.


Wat vond je van deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 16 - Poll

Met deze poll zie je hoe de leerlingen deze les hebben ervaren.
Vraag ook naar tips om deze les eventueel te verbeteren.

Tips voor het aanpassen of verbeteren van de les kunnen worden gemaild naar:
brandweeropschool@brandweer.nl.