Boodschappen

De budgetchallenge

Slim boodschappen doen met €20

1 / 32
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijsB-stroomLeerjaar 1

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

De budgetchallenge

Slim boodschappen doen met €20

Wat zit er in mijn boodschappentas?

  • Wat is dit?

  • Ken je dit product?

  • Eet je dit graag?

Cultuurcheck!

Wat eet jij graag?

  • Ik eet graag ...

  • Ik drink graag ...

  • Ik vind ... lekker.

  • Ik vind ... niet lekker.

  • Ik eet nooit ...

  • Thuis eten we vaak ...


Waar kopen jullie al deze zaken?

Na deze les kan ik:


Woorden in reclame begrijpen.

Prijzen en kortingen vinden.

Grondig lezen voor ik iets koop.

Bewust kiezen wat ik wil kopen.

Leesstrategie

  1. KIJK: Welk product zie je?

  2. LEES: Wat kost het? Hoeveel krijg je?

  3. CONTROLEER: Staat er nog iets belangrijks in de kleine letters?

Waar zal de tekst over gaan?

Leesstrategie

  1. KIJK: Welk product zie je?

  2. LEES: Wat kost het? Hoeveel krijg je?

  3. CONTROLEER: Staat er nog iets belangrijks in de kleine letters?

Controle van tekstbegrip

  • Welke producten heeft Inaya nodig? Hoeveel kost de couscous met korting?

  • Waarom vindt Inaya de couscous een goede aanbieding?

  • Waarom kiest Inaya voor de kip met been? Waarom kijkt ze naar de prijs per kilo?



Waar lees je dat?

Welke uitspraak over de keuzes van Inaya is het meest correct?

A

Inaya kijkt vooral naar de laagste prijs.

B

Inaya kijkt naar de prijs van de producten én naar hoeveel eten haar familie nodig heeft.

Controle van tekstbegrip



Waarom heb je voor die uitspraak gekozen?

Waar lees je dat?

Jij bent manager van jouw eigen leerproces! Kies je voor herhaling of verrijking?

A

Herhaling

B

Verrijking

Vul in en geef af aan het eind van het lesuur.

Kijk goed voor je koopt!

Reclame en relevante woordenschat

Hoeveel kost één kilo appels?

A

2 euro.

B

4 euro.

Samen herhalen.

In de fles zit 1 liter sap.




Hoeveel sap zit er in de fles?

A

1 kilo

B

1 liter

Samen herhalen.

De prijs per kilo is 2 euro.




Je betaalt 2,50 euro. Hoeveel pakken yoghurt krijg je?

A

1 pak.

B

2 pakken.

Samen herhalen.

De aanbieding is geldig tot 8/11.




Tot wanneer is deze aanbieding geldig?

A

8/11.

B

2/11.

Samen herhalen.

Ik koop één pak. Ik krijg één pak gratis.




Samen herhalen.

Kijk naar de yoghurt. Waarom is dit een goede aanbieding?


Het is een goede aanbieding omdat

ik ... gratis krijg.


Ik kies deze yoghurt omdat

er ... is.



Opdracht

Werk per twee. Jullie krijgen heel wat productkaarten. Kies twee producten voor een eenvoudige lunch en toon waar de prijs en de hoeveelheid staan.

Opdracht

Lees individueel de productkaarten en vul het opdrachtenblad in.

  1. Lees de vier voorwaarden.

  2. Kies producten.

  3. Noteer bedragen en tel op (rekenmachine toegestaan).

  4. Controleer "plantaardig".

  5. Motiveer twee keuzes met informatie uit de kaartjes.


Vul in en geef af aan het eind van het lesuur.