Objectief beoordelen

Objectief beoordelen
1 / 12
next
Slide 1: Slide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 4

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Objectief beoordelen

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Objectief beoordelen is nooit 100% objectief

Slide 3 - Slide

Objectief beoordelen
  • Elke student is anders
  • Elk leerbedrijf is anders
  • Elke praktijkbegeleider is anders
  • Elke situatie en elk kind./jongere/cliënt/patiënt is anders
  • Er wordt met mensen gewerkt en niet met een materieel product dat aan bepaalde eisen moet voldoen

Slide 4 - Slide

Een praktijkbegeleider kan nooit zijn eigen stagiaire objectief beoordelen
A
eens
B
oneens

Slide 5 - Quiz

Valkuilen bij beoordelen
  • De student is erg aardig en welwillend
  • De student is niet zo aardig of niet bereidwillig
  • Vasthouden aan eerste indruk
  • De student vergelijken met voorgaande stagiaires

Slide 6 - Slide

Valkuilen bij beoordelen
  • Herkenning en overeenkomst met jezelf zien
  • Beoordelen op basis van hetgeen je eerder hebt gezien
  •  Geen onvoldoende kunnen of willen geven
  • ontwikkelingsgericht beoordelen i.p.v kwalificerend
  • Feedback geven i.p.v een onderbouwing van de criteria

Slide 7 - Slide

Een student die het goed doet in de praktijk kan nooit een onvoldoende halen voor een praktijkexamen
A
eens
B
oneens

Slide 8 - Quiz

Objectief beoordelen
  • Zo objectief mogelijk
  • Gebruik het 4-ogenprincipe
  • Beschrijf het gedrag op het juiste examenmoment
  • Denk aan het rij-examen 

Slide 9 - Slide

Ieder examen moet door iemand anders beoordeeld worden dan de eigen praktijkbegeleider.
A
eens
B
oneens

Slide 10 - Quiz

Onderbouwing beoordeling
Onderbouw de beoordeling , gebaseerd op het criterium dat je beoordeeld hebt

Slide 11 - Slide

Uitvoeren van het praktijkexamen
  • Na het afronden van het plant de student op eigen initiatief het praktijkexamen met de praktijkexaminator in. 

  • De student voert het beroepsgerichte examen in de praktijk uit zoals de student in de werkplanning of het planningsformulier heeft beschreven.

  • De student voert het examen geheel zelfstandig uit, zonder hulp van de werkbegeleider of docent.

  • De examinator geeft een onderbouwing bij de beoordeling gericht op de gedragscriteria. 


Slide 12 - Slide