herhaling voor de test

Herhaling voor de test.
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NT2Buitengewoon secundair onderwijsHoger onderwijs

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Herhaling voor de test.

Slide 1 - Slide

Vul in:

.......................... de jas aan de stoel.
A
Hangen
B
Hang
C
Hangt
D
Zet

Slide 2 - Quiz

Zet de zin in de imperatief.

Je moet de afwas doen!

Slide 3 - Open question

Zet de zin in de imperatief.

Je moet een tas meebrengen.

Slide 4 - Open question

Wat is goed?

Ik heb nieuwe kleren..............
A
gekopen
B
gekoopt
C
koop
D
gekocht

Slide 5 - Quiz

De perfectum:
Wat is goed?


A
Ik ben naar school gegaan.
B
Ik heb naar school gegaan.
C
Ik ben naar school gaan.
D
Ik ben ga naar school.

Slide 6 - Quiz

Zet de zin in de perfectum.
Ik kijk naar een film.

Slide 7 - Open question

Zet de zin in de perfectum.
Ik drink een cappuccino.

Slide 8 - Open question

Wat is goed?

Zij heeft een ..... hoed.
A
roode
B
rood
C
rode
D
groene

Slide 9 - Quiz

Wat is goed?

Het huis heeft een ..... deur en ..... ramen.
A
groot/ rond
B
groot/ronde
C
grote/rond
D
grote/ronde

Slide 10 - Quiz

Schrijf zelf het adjectief.
Ik heb een .... leraar.

Slide 11 - Open question

Schrijf zelf een adjectief
A

Slide 12 - Quiz

Klaar, goed gedaan!

Slide 13 - Slide