Dementie (neurocognitieve stoornis)

1 / 15
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Sleepvraag benaming

1
2
3
4
5
6
7
8
Frontale kwab
cerebrum
parietale kwab 
occipitale kwab
Temporale kwab
cerebellum/kleine hersenen
hersenstam
begin van ruggenmerg

Slide 2 - Drag question

This item has no instructions

Bij irreversibele dementie spreekt men over ....... dementie?
A
Omkeerbare
B
Onomkeerbare

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Dementie komt veel voor bij ouderen. Er zijn verschillende vormen van dementie. Wat is de meest voorkomende vorm van dementie?
A
Alzheimer
B
Frontotemporale dementie
C
Vasculaire dementie
D
Lewy Body

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Wat is agnosie?
A
onvermogen om objecten te herkennen
B
problemen bij plannen maken en organiseren
C
taalstoornis
D
volgorde handelingen lukt niet

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

In het beginstadium van dementie zijn mensen met dementie alert.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz

Antwoord
Dit is waar, mensen met dementie in het eerste stadium zijn zich vaak pijnlijk bewust van hun eigen achteruitgang en
het verlies van kennis en vaardigheden. Ze zoeken houvast bij andere mensen en in kleine details. Ze zijn alert op de
omgeving vanuit de angst (weer) iets te missen, te vergeten of niet te weten. Ook in lichaamshouding is die alertheid
vaak terug te zien: toegeknepen ogen, gespannen spieren en veel rondkijken. Vaak zoeken mensen zelf een plek op
in de woonkamer waarin ze goed overzicht hebben op alles wat er gebeurt.
vasculaire dementie is dementie wat veroorzaakt wordt door:
A
zenuwschade
B
orgaanschade
C
bloedvatschade
D
nierfalen

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Alzheimer komt door?
A
eiwit ophoping
B
hemoglobine ophoping
C
uitzetten van hersencellen
D
eiwit tekort in de hersenschors

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Alzheimer is een vorm van
A
Aangeboren hersenletsel
B
Niet aangeboren hersenletsel
C
Traumatisch hersenletsel

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Hoe verloopt Vasculaire dementie?
A
Stapsgewijze achteruitgang
B
Geleidelijke achteruitgang
C
Onvoorspelbaar
D
Niet bekend

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Hoe verloopt het syndroom van Korsakov ?
A
Progressief
B
Curatief
C
Symptomatisch
D
Niet progressief

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Bij Korsakov is er sprake van verlies van
A
Het korte termijngeheugen
B
Het lange termijngehuegen
C
Allebei

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Iemand met Korsakov is zich niet meer bewust van tijd
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

In de begeleiding van een zorgvrager met syndroom van Korsakov is belangrijk dat
A
Je spreekt in korte zinnen, concrete vragen stelt en consequent optreedt.
B
Je pictogrammen gebruikt en consequent handelt.
C
Je veel spreekt over het verleden en concrete vragen stelt.
D
Je faalangst negeert en je kort en duidelijk spreekt .

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Wat kun jij waarnemen bij iemand met de ziekte van Korsakov?
A
Incontinentie
B
Ziekte-inzicht
C
Loopstoornissen
D
Agnosie

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions