Grondwoorden, samenstellingen en afleidingen

Woorden bouwen in het Nederlands

1 / 34
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijsA-stroomLeerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Woorden bouwen in het Nederlands

Open met het idee dat lange woorden vaak uit kleinere stukjes bestaan. Dat helpt bij spelling én betekenis.

Bouw een nieuw woord met het basiswoord 'school'

Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.

Bouw een nieuw woord met het basiswoord 'mooi'

Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.

Bouw een nieuw woord met het basiswoord 'mooi'

Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.

Wat is een grondwoord?

Een grondwoord is een gewoon, los woord.


Vanuit dat woord kun je nieuwe woorden maken.


Voorbeelden: boek, speel, tuin, werk

Benadruk dat een grondwoord zelf al een volledig woord is. Het hoeft niet per se 'kort' te zijn; het is de basis van andere woorden.

Grondwoord als basis

Van een grondwoord kun je verder bouwen.


  • boek → boekenkast, boekhandel

  • speel → speelgoed, speelplaats

  • werk → werkboek, werknemer

  • tuin → tuinhuis, tuinier

Wijs erop dat sommige nieuwe woorden samenstellingen zijn en andere afleidingen. Dat onderscheid volgt later.

Zo herken je een grondwoord

  • Het kan zelfstandig voorkomen

  • Je kunt het woord begrijpen zonder extra stukjes

  • Het is vaak de betekeniskern van een langer woord

  • Als je stukjes wegneemt, blijft soms het grondwoord over

Gebruik mondeling voorbeelden: onvriendelijk → vriendelijk → vriend. Laat zien dat je soms stap voor stap moet teruggaan.

Welk woord is een grondwoord?

A

flinterdun

B

problematisch

C

chimpansee

D

woonplaats

Controleert of leerlingen een los basiswoord herkennen tegenover langere gevormde woorden.

Welk woord is een grondwoord?

A

boek

B

boekenkast

C

vriendelijk

D

ongeluk

Controleert of leerlingen een los basiswoord herkennen tegenover langere gevormde woorden.

Wat is een samenstelling?

Een samenstelling is een nieuw woord dat bestaat uit twee of meer woorden.


Elk deel is zelf een woord.


Voorbeelden: fietsbel, regenjas, schoolpoort

Gebruik consequent de term samenstelling. Vermijd hier al te moeilijke uitzonderingen.

Twee woorden worden één

Bij een samenstelling plak je woorden aan elkaar.


  • zon + bril = zonnebril

  • huis + deur = huisdeur

  • zee + water = zeewater

  • voet + bal = voetbal

Wijs erop dat de betekenis meestal te raden is uit de delen, maar dat het nieuwe woord één geheel vormt.

Het eerste en tweede deel

In een samenstelling heeft elk deel een taak.


  • het eerste deel zegt vaak meer over het tweede

  • het tweede deel is vaak het belangrijkste woord


Bij regenjas is het een soort jas.

Bij boekenkast is het een soort kast.

Dit helpt later bij betekenis en spelling. Houd het eenvoudig: het tweede deel vertelt vaak wat het echt is.

Soms komt er een tussenklank

Soms hoor je tussen de delen een extra klank.


Voorbeelden:

  • boek + kast = boekenkast

  • zon + schijn = zonneschijn


Die tussenklank maakt het woord vlotter om uit te spreken.

Houd het bij herkenning, niet bij alle spellingregels rond tussenklanken. Dat is voor deze les niet nodig.

Maak een samenstelling met het woord 'bed'.

Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.

Maak een samenstelling met het woord 'school'.

Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.

Wat is bij regenjas het belangrijkste deel?

A

regen

B

jas

C

regenjas

D

tussenklank

Sluit aan bij de uitleg dat het tweede deel vaak zegt wat het echt is.

Wat is een afleiding?

Een afleiding is een nieuw woord dat ontstaat uit een grondwoord met een voorvoegsel of achtervoegsel.


Voorbeelden:

  • geluk → ongeluk

  • werk → werker

  • vriend → vriendelijk

Leg uit dat niet een tweede volledig woord wordt toegevoegd, maar een woordstukje met een functie.

Voorvoegsel en achtervoegsel

Voorvoegsel

Komt achter het grondwoord.


  • werk + er = werker

  • vriend + elijk = vriendelijk

Achtervoegsel

Komt voor het grondwoord.


  • on + geluk = ongeluk

  • her + lezen = herlezen

Noem alleen duidelijke, frequente voorbeelden. Het doel is herkennen, niet alle mogelijke woorddelen onthouden.

Afleiding verandert betekenis

Een voorvoegsel of achtervoegsel kan iets veranderen.


  • de betekenis: gelukkig → ongelukkig

  • de soort van het woord: werk → werker

  • de nuance: lees → herlees

Je kunt mondeling aanvullen dat afleidingen soms ook de woordsoort veranderen, maar houd het concreet op betekenisniveau.

Maak een afleiding met het woord 'school'

Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.

Maak een afleiding met het woord 'spook'

Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.

Maak een afleiding met het woord 'gezond'

Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.

Welk woord is een afleiding?

A

schoolpoort

B

voetbal

C

vriendelijk

D

huisdeur

De afleider hier is gemaakt met een achtervoegsel, niet met twee losse woorden.

Samenstelling of afleiding?

Het verschil zit in de bouw.


  • samenstelling: gemaakt van woorden

  • afleiding: gemaakt met woordstukjes


tuinhuis = samenstelling

oneerlijk = afleiding

Dit is het kerncontrast van de les. Laat leerlingen vooral kijken: zijn beide delen losse woorden of niet?

Zo beslis je stap voor stap

  1. Zoek het grondwoord.

  2. Kijk of er een heel woord bij komt.

  3. Kijk of er een voorvoegsel of achtervoegsel bij komt.


Heel woord erbij? Samenstelling.

Woordstukje erbij? Afleiding.

Model hardop met voorbeelden zoals schooltas en onzichtbaar.

Voorbeelden naast elkaar

  • schooltas → school + tas → samenstelling

  • onzichtbaar → on + zichtbaar → afleiding

  • bakkerij → bakker + ij → afleiding

  • speelplaats → speel + plaats → samenstelling

Als bakkerij te lastig voelt, kun je ook speler gebruiken als eenvoudiger afleiding.

Hoe beslis je dat schooltas een samenstelling is?

A

Er komt een heel woord bij

B

Er staat een voorvoegsel voor

C

Er komt een achtervoegsel bij

D

Er zit een tussenklank in

Toetst de beslisregel van de laatste slides.

Woordenlijst

grondwoord - een gewoon, los woord dat de basis vormt voor andere woorden

samenstelling - een nieuw woord dat bestaat uit twee of meer woorden

afleiding - een nieuw woord met een voorvoegsel of achtervoegsel

voorvoegsel - een woordstukje dat voor het grondwoord staat

achtervoegsel - een woordstukje dat achter het grondwoord staat

tussenklank - een extra klank tussen delen van een samenstelling

betekeniskern - het belangrijkste deel van de betekenis van een woord

This item has no instructions

Welk soort woord is "bloempot"?

A

afleiding

B

grondwoord

C

samenstelling

D

werkwoord

This item has no instructions

Welk soort woord is "lieflijk"?

A

grondwoord

B

samenstelling

C

afleiding

D

zelfstandig naamwoord

This item has no instructions

Welk soort woord is "tafel"?

A

afleiding

B

grondwoord

C

bijvoeglijk naamwoord

D

samenstelling

This item has no instructions

Welk soort woord is het woord 'boomhut'?

A

afleiding

B

grondwoord

C

samenstelling

D

werkwoord

This item has no instructions

Welk soort woord is het woord 'werker'?

A

grondwoord

B

samenstelling

C

afleiding

D

zelfstandig naamwoord

This item has no instructions

Welk soort woord is het woord 'fiets'?

A

grondwoord

B

bijvoeglijk naamwoord

C

afleiding

D

samenstelling

This item has no instructions