Woorden bouwen in het Nederlands
Woorden bouwen in het Nederlands
Open met het idee dat lange woorden vaak uit kleinere stukjes bestaan. Dat helpt bij spelling én betekenis.
Bouw een nieuw woord met het basiswoord 'school'
Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.
Bouw een nieuw woord met het basiswoord 'mooi'
Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.
Bouw een nieuw woord met het basiswoord 'mooi'
Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.
Wat is een grondwoord?
Een grondwoord is een gewoon, los woord.
Vanuit dat woord kun je nieuwe woorden maken.
Voorbeelden: boek, speel, tuin, werk
Benadruk dat een grondwoord zelf al een volledig woord is. Het hoeft niet per se 'kort' te zijn; het is de basis van andere woorden.
Grondwoord als basis
Van een grondwoord kun je verder bouwen.
boek → boekenkast, boekhandel
speel → speelgoed, speelplaats
werk → werkboek, werknemer
tuin → tuinhuis, tuinier
Wijs erop dat sommige nieuwe woorden samenstellingen zijn en andere afleidingen. Dat onderscheid volgt later.
Zo herken je een grondwoord
Het kan zelfstandig voorkomen
Je kunt het woord begrijpen zonder extra stukjes
Het is vaak de betekeniskern van een langer woord
Als je stukjes wegneemt, blijft soms het grondwoord over
Gebruik mondeling voorbeelden: onvriendelijk → vriendelijk → vriend. Laat zien dat je soms stap voor stap moet teruggaan.
Welk woord is een grondwoord?
flinterdun
problematisch
chimpansee
woonplaats
Controleert of leerlingen een los basiswoord herkennen tegenover langere gevormde woorden.
Welk woord is een grondwoord?
boek
boekenkast
vriendelijk
ongeluk
Controleert of leerlingen een los basiswoord herkennen tegenover langere gevormde woorden.
Wat is een samenstelling?
Een samenstelling is een nieuw woord dat bestaat uit twee of meer woorden.
Elk deel is zelf een woord.
Voorbeelden: fietsbel, regenjas, schoolpoort
Gebruik consequent de term samenstelling. Vermijd hier al te moeilijke uitzonderingen.
Twee woorden worden één
Bij een samenstelling plak je woorden aan elkaar.
zon + bril = zonnebril
huis + deur = huisdeur
zee + water = zeewater
voet + bal = voetbal
Wijs erop dat de betekenis meestal te raden is uit de delen, maar dat het nieuwe woord één geheel vormt.
Het eerste en tweede deel
In een samenstelling heeft elk deel een taak.
het eerste deel zegt vaak meer over het tweede
het tweede deel is vaak het belangrijkste woord
Bij regenjas is het een soort jas.
Bij boekenkast is het een soort kast.
Dit helpt later bij betekenis en spelling. Houd het eenvoudig: het tweede deel vertelt vaak wat het echt is.
Soms komt er een tussenklank
Soms hoor je tussen de delen een extra klank.
Voorbeelden:
boek + kast = boekenkast
zon + schijn = zonneschijn
Die tussenklank maakt het woord vlotter om uit te spreken.
Houd het bij herkenning, niet bij alle spellingregels rond tussenklanken. Dat is voor deze les niet nodig.
Maak een samenstelling met het woord 'bed'.
Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.
Maak een samenstelling met het woord 'school'.
Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.
Wat is bij regenjas het belangrijkste deel?
regen
jas
regenjas
tussenklank
Sluit aan bij de uitleg dat het tweede deel vaak zegt wat het echt is.
Wat is een afleiding?
Een afleiding is een nieuw woord dat ontstaat uit een grondwoord met een voorvoegsel of achtervoegsel.
Voorbeelden:
geluk → ongeluk
werk → werker
vriend → vriendelijk
Leg uit dat niet een tweede volledig woord wordt toegevoegd, maar een woordstukje met een functie.
Voorvoegsel en achtervoegsel
Voorvoegsel
Komt achter het grondwoord.
werk + er = werker
vriend + elijk = vriendelijk
Achtervoegsel
Komt voor het grondwoord.
on + geluk = ongeluk
her + lezen = herlezen
Noem alleen duidelijke, frequente voorbeelden. Het doel is herkennen, niet alle mogelijke woorddelen onthouden.
Afleiding verandert betekenis
Een voorvoegsel of achtervoegsel kan iets veranderen.
de betekenis: gelukkig → ongelukkig
de soort van het woord: werk → werker
de nuance: lees → herlees
Je kunt mondeling aanvullen dat afleidingen soms ook de woordsoort veranderen, maar houd het concreet op betekenisniveau.
Maak een afleiding met het woord 'school'
Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.
Maak een afleiding met het woord 'spook'
Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.
Maak een afleiding met het woord 'gezond'
Gebruik de antwoorden als voorkennis. Pik enkele voorbeelden eruit en vraag welk deel volgens de leerlingen het basiswoord is.
Welk woord is een afleiding?
schoolpoort
voetbal
vriendelijk
huisdeur
De afleider hier is gemaakt met een achtervoegsel, niet met twee losse woorden.
Samenstelling of afleiding?
Het verschil zit in de bouw.
samenstelling: gemaakt van woorden
afleiding: gemaakt met woordstukjes
tuinhuis = samenstelling
oneerlijk = afleiding
Dit is het kerncontrast van de les. Laat leerlingen vooral kijken: zijn beide delen losse woorden of niet?
Zo beslis je stap voor stap
Zoek het grondwoord.
Kijk of er een heel woord bij komt.
Kijk of er een voorvoegsel of achtervoegsel bij komt.
Heel woord erbij? Samenstelling.
Woordstukje erbij? Afleiding.
Model hardop met voorbeelden zoals schooltas en onzichtbaar.
Voorbeelden naast elkaar
schooltas → school + tas → samenstelling
onzichtbaar → on + zichtbaar → afleiding
bakkerij → bakker + ij → afleiding
speelplaats → speel + plaats → samenstelling
Als bakkerij te lastig voelt, kun je ook speler gebruiken als eenvoudiger afleiding.
Hoe beslis je dat schooltas een samenstelling is?
Er komt een heel woord bij
Er staat een voorvoegsel voor
Er komt een achtervoegsel bij
Er zit een tussenklank in
Toetst de beslisregel van de laatste slides.
Woordenlijst
grondwoord - een gewoon, los woord dat de basis vormt voor andere woorden
samenstelling - een nieuw woord dat bestaat uit twee of meer woorden
afleiding - een nieuw woord met een voorvoegsel of achtervoegsel
voorvoegsel - een woordstukje dat voor het grondwoord staat
achtervoegsel - een woordstukje dat achter het grondwoord staat
tussenklank - een extra klank tussen delen van een samenstelling
betekeniskern - het belangrijkste deel van de betekenis van een woord
This item has no instructions
Welk soort woord is "bloempot"?
afleiding
grondwoord
samenstelling
werkwoord
This item has no instructions
Welk soort woord is "lieflijk"?
grondwoord
samenstelling
afleiding
zelfstandig naamwoord
This item has no instructions
Welk soort woord is "tafel"?
afleiding
grondwoord
bijvoeglijk naamwoord
samenstelling
This item has no instructions
Welk soort woord is het woord 'boomhut'?
afleiding
grondwoord
samenstelling
werkwoord
This item has no instructions
Welk soort woord is het woord 'werker'?
grondwoord
samenstelling
afleiding
zelfstandig naamwoord
This item has no instructions
Welk soort woord is het woord 'fiets'?
grondwoord
bijvoeglijk naamwoord
afleiding
samenstelling
This item has no instructions