2022-2023 SMART doelstellingen

stap 1
INLEIDING & AANLEIDING 
1 / 35
next
Slide 1: Slide
MarketingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

stap 1
INLEIDING & AANLEIDING 

Slide 1 - Slide

In de inleiding bespreek je het probleem van de opdrachtgever
A
waar
B
niet waar

Slide 2 - Quiz

INLEIDING & AANLEIDING 
inleiding: wat kun je teruglezen in dit plan? 
aanleiding: achtergrond van de opdrachtgever en het probleem


let op! 
Haal je achtergrondinformatie uit de website die op je examen wordt gegeven, gebruik de info die je van SPL krijgt! 

Slide 3 - Slide

stap 2
Communicatiedoelstelling

Slide 4 - Slide

Het vertrouwen in de organisatie onder bestaande klanten verhogen van een gemiddelde score 6,8 naar 7,5, gemeten via een klanttevredenheidsonderzoek over het hele jaar 2026.

Dit is een voorbeeld van een SMART doelstelling gericht op
A
kennis
B
houding
C
gedrag

Slide 5 - Quiz

Het vertrouwen in de organisatie onder bestaande klanten verhogen van een gemiddelde score 6,8 naar 7,5, gemeten via een klanttevredenheidsonderzoek over het hele jaar 2026.

Dit is een goede SMART doelstelling
A
ja
B
nee, hij is niet tijdsgebonden
C
nee, hij is niet realistisch
D
nee, hij is niet meetbaar

Slide 6 - Quiz

De naamsbekendheid onder jongeren van 18–25 jaar in Nederland verhogen van 35% naar 50%, gemeten via een online enquête.

Dit is een goede SMART doelstelling
A
ja
B
nee, hij is niet tijdsgebonden
C
nee, hij is niet realistisch
D
nee, hij is niet meetbaar

Slide 7 - Quiz

Het aantal unieke websitebezoekers verhogen met 25% in de periode 1 maart t/m 31 augustus 2026, gemeten via Google Analytics.

Dit is een goede SMART doelstelling
A
ja
B
nee, hij is niet tijdsgebonden
C
nee, hij is niet realistisch
D
nee, hij is niet meetbaar

Slide 8 - Quiz

Binnen 3 maanden na de start van de campagne zorgt de communicatie ervoor de doelgroep aangeeft vaker gebruik te maken van herbruikbare verpakkingen, gemeten via een enquête.

Dit is een goede SMART doelstelling
A
ja
B
nee, hij is niet tijdsgebonden
C
nee, hij is niet realistisch
D
nee, hij is niet meetbaar

Slide 9 - Quiz

Binnen 3 maanden na de start van de campagne zorgt de communicatie ervoor dat 30% van de doelgroep aangeeft vaker gebruik te maken van herbruikbare verpakkingen, gemeten via een enquête.

Deze doelstelling is gericht op
A
kennis
B
houding
C
gedrag

Slide 10 - Quiz

Bij oefenproject PEP is de SMART doelstelling van het communicatieplan gericht op het werven van nieuwe leden voor de voetbalvereniging
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quiz

Waarom moeten doelen SMART geformuleerd worden?


  • Je weet wat je moet doen/ gericht te werk
  • Je vergroot daarmee de kans dat je het doel behaald 
  • Je kan controleren of je het doel hebt behaald 
  • Zelfvertrouwen op te bouwen (ik kan het!)

Slide 12 - Slide

SMART DOELSTELLING
Bedenk voor jezelf of je een doelstelling nodig hebt op kennis, houding of gedrag. 

Let op!
Lees goed wat de vraag is en waar de doelstelling over gaat! 

Zoals bij PEP, de doelstelling van je communicatie is niet dat de vereniging meer leden krijgt maar dat er genoeg kinderen naar de open dag komen. 

Slide 13 - Slide

stap 3
Doelgroepsegmentatie

Slide 14 - Slide

Leeftijd, Geslacht, Opleidingsniveau, Beroep / functieniveau, Inkomen, Gezinssituatie zijn voorbeelden van onderdelen uit de:
A
geografische kenmerken
B
psychografische kenmerken
C
demografische kenmerken
D
sociaal-culturele kenmerken

Slide 15 - Quiz

Doelgroepsegmentatie helpt om communicatie gerichter en effectiever te maken doordat boodschappen en kanalen beter aansluiten op specifieke groepen.

A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quiz

Bij mediagebruik bespreek je alleen social media kanalen
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

DOELGROEPSEGMENTATIE
Bekijk goed of je te maken hebt met 1 of meerdere doelgroepen. 
Bij meerdere doelgroepen richt je je eerst op de primaire doelgroep. 

Wees uitgebreid! Bij mediakanalen bespreek je ook: 
- magazines
- kranten 
- radio 
- tv

Let op! Onderdelen die niet van belang zijn mag je weglaten.

Slide 18 - Slide

stap 4
Communicatieboodschap

Slide 19 - Slide

Bij een communicatieplan zoals PEP richt je je communicatieboodschap op de ouders, niet op de kinderen
A
waar
B
niet waar

Slide 20 - Quiz

Een communicatieboodschap is effectief wanneer deze zoveel mogelijk informatie in één keer bevat.

A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quiz

COMMUNICATIEBOODSCHAP
Voorbeeld PEP:
De naam voor deze open middag is: ‘Having fun @PEP’.
De boodschap is: een supertoffe middag bij PEP. Maak kennis met de leukste voetbalclub van onze regio.

Een communicatieboodschap bestaat dus uit een korte
catchy slogan en de daadwerkelijke boodschap. 

Leg uit waarom het een goede boodschap is die past bij de 
opdracht en de doelgroep aanspreekt

Slide 22 - Slide

stap 5
Communicatiemix

Slide 23 - Slide

De communicatiemix bestaat uit een combinatie van middelen en kanalen die samen worden ingezet om de communicatiedoelstellingen te behalen.

A
waar
B
niet waar

Slide 24 - Quiz

Bij het bepalen van de communicatiemix is het belangrijk rekening te houden met de doelgroep en hun mediagebruik.

A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quiz

Social media behoren altijd tot de communicatiemix, ongeacht de doelgroep of doelstelling.

A
waar
B
niet waar

Slide 26 - Quiz

De communicatiemix kan per doelgroep verschillen, zelfs binnen één communicatieplan.

A
waar
B
niet waar

Slide 27 - Quiz

Hoe meer communicatiemiddelen je inzet, hoe effectiever de communicatiemix automatisch wordt.

A
waar
B
niet waar

Slide 28 - Quiz

COMMUNICATIEMIX
- splits online en offline communicatie
- leg bij elke vorm van communicatie uit waarom het past binnen dit communicatieplan 
- wees uitgebreid genoeg, hoe en wat je precies in wil gaan zetten 
- schrijf elk middel puntsgewijs op
- neem geen middelen mee die niet passen bij het plan/doelgroep 


Slide 29 - Slide

stap 6
Planning

Slide 30 - Slide

Wat is het belangrijkste
aan de planning?

Slide 31 - Mind map

PLANNING
ZORG ERVOOR DAT IEMAND JOUW PLANNING ÉÉN OP ÉÉN OVER KAN NEMEN! 

Denk daarbij aan: 
- duidelijke splitsing in weken 
- duidelijk aangeven welke afdeling voor welk onderdeel verantwoordelijk is 
- neem ontwerpen en drukken van middelen mee in de planning 
- denk goed na over aantallen 

Slide 32 - Slide

stap 7
Budget

Slide 33 - Slide

BUDGET
- investeringsbegroting 
- kijk goed naar je communicatiemix en denk bij alles na wat wel/geen geld kost
- zoek online naar bijvoorbeeld drukkosten en neem deze mee 
- vergeet personeelskosten niet 

Slide 34 - Slide



Zijn er nog vragen?

Slide 35 - Slide