What is LessonUp
Search
Channels
AI tools
Log in
Register
âš
Return to search
Starttaal Vooraf - Thema 4 Wonen Hoofdstuk 1. Themawoorden deel 2
Thema 4- Wonen Hoofdstuk 1 woordenschat
Hoofdstuk 1 - Woordenschat
1 / 22
next
Slide 1:
Slide
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 4
This lesson contains
22 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
1 video
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Thema 4- Wonen Hoofdstuk 1 woordenschat
Hoofdstuk 1 - Woordenschat
Slide 1 - Slide
Pak alvast je boek en een laptop
Leg je boek open op bladzijde 216
Log op de laptop in bij LessonUp
Slide 2 - Slide
Maken startopdracht
Blz. 216 t/m 219
Slide 3 - Slide
Vertel in je eigen woorden wat 'NATUUR' betekent.
Slide 4 - Open question
Lesdoel
Aan het einde van de les herken ik de betekenis van woorden die met het thema wonen te maken hebben.
Slide 5 - Slide
planning
woordenschat doornemen blz. 223 t/m 224
Maken opdracht 2 t/m 4 224 t/m 230
Uitleg "De uitdrukking"
Maken opdracht 5 en 6 blz. 231 t/m 233
Slide 6 - Slide
Gezamenlijk lezen
Bladzijde 223 en 224
We lezen de themawoorden gezamenlijk door.
Daarna volgt een quiz over de woorden
Slide 7 - Slide
Het pand
A
Het gebouw
B
De auto
C
De fabriek
D
De boot
Slide 8 - Quiz
Het platteland
A
Het gebied bij het strand
B
Het gebied buiten de stad met weilanden en minder gebouwen en woningen
C
Het gebied met heel veel fabrieken
D
Het gebied waar veel woningen zijn
Slide 9 - Quiz
De wijk
A
Een deel van een park met een naam
B
Een deel van de zee met een eigen naam
C
Een deel van een stad of dorp met een eigen naam
D
Een deel van een stad of dorp zonder eigen naam
Slide 10 - Quiz
De buurt
A
Een klein deel van een stad of dorp
B
Een groot deel van een stad of dorp
C
Een klein deel van een land
D
Een klein deel van een provincie
Slide 11 - Quiz
Het centrum
A
Buiten de stad
B
EÊn van de buurten van de stad
C
De zijkant van een stad, dorp
D
Het midden van de stad
Slide 12 - Quiz
Huren
A
Geld betalen zodat iets van jou is
B
Geld krijgen omdat je iets verkoopt aan een ander
C
Geld betalen om iets te gebruiken wat van iemand anders is
D
Geld krijgen voor werk
Slide 13 - Quiz
De inwoner
A
Iemand die een paspoort heeft van een land
B
Iemand die in een bepaalde plaats of land woont
Slide 14 - Quiz
De gemeente
A
De gebied waar een burgemeester de leiding heeft
B
Een stad waar de burgemeester de leiding heeft.
Slide 15 - Quiz
Slide 16 - Video
Aan de slag
Maak de opdracht 2 t/m 4 blz. 224 t/m 230
Slide 17 - Slide
De uitdrukking
Oost, west, thuis best
Op iemand kunnen bouwen
Heel wat in huis hebben
Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens
Slide 18 - Slide
Maken opdracht 5 en 6
blz. 231 t/m 233
Studiemeter: Thema 4 hoofdstuk 1 Themawoorden
Slide 19 - Slide
Schrijf 3 woorden op die je in dit hoofdstuk geleerd hebt met de betekenis erbij
Slide 20 - Open question
Hoe vond je het gaan dit hoofdstuk?
đ
đ
đ
đ
đ
Slide 21 - Poll
Is er nog iets waar je extra uitleg nodig hebt? Zo ja, wat.
Slide 22 - Open question
More lessons like this
Deviant Starttaal Vooraf Op weg naar 1F Thema 4 wonen Hoofdstuk 1 woordenschat
September 2024
-
21 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Deviant Starttaal Vooraf Op weg naar 1F Thema 1 Hoofdstuk 1
September 2024
-
26 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Deviant Starttaal Vooraf Op weg naar 1F Thema 4 wonen Hoofdstuk 2 lezen
September 2024
-
29 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Starttaal vooraf - thema 1 - woordenschat 1
September 2025
-
25 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 3
Deviant Starttaal Vooraf Op weg naar 1F Thema 2 Hoofdstuk 1
September 2024
-
5 slides
LES FORMAT - Nederlands (waar je wel in komt)
October 2025
-
19 slides
Burgerschap
Praktijkonderwijs
Leerjaar 3
3. Starttaal vooraf - thema 1 - woordenschat 2
October 2025
-
29 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 3
Starttaal vooraf - thema 1 - woordenschat 2
24 days ago
-
29 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 3