ICT mixles

Tekst verwerken in word 
1 / 32
next
Slide 1: Slide
InformaticaMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Tekst verwerken in word 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat ga je vandaag leren?

  • Een foto naar de computer sturen
  • School e-mail gebruiken en bijlage toevoegen
  • Een document in Word bewerken
  • Een document inleveren via Magister

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

 Je ziet allerlei verschillende icoontjes staan. 
    Waarvoor gebruik je welke app? Sleep het juiste 
    icoontje naar de juiste omschrijving. 
Hier maak ik een presentatie
Hier bekijk ik mijn schoolmail
Hier kan ik een enquête in maken
Hier typ ik mijn werkstuk in
Hier volg ik online les.
Hier sla ik mijn bestanden op

Slide 3 - Drag question

This item has no instructions

Voor tekst verwerken gebruik je:
A
Word
B
PowerPoint
C
Outlook
D
Excel

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Je geeft een presentatie over je droombaan. Welk programma gebruik je?

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Word
  1. Open een nieuw document in Word
  2. Sla het document direct op in jouw Onedrive in de map ICT, met de naam: ICT-opdracht les 2

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Document invullen
  1. Geef het document een titel bovenaan je pagina. Bijvoorbeeld: ICT-les 2 
    Geef het de lettertypegrootte van 16.
  2. Daaronder typ je in lettertypegrootte 12 jouw naam, je klas en je mentor
  3. Je naam typ je vetgedrukt, je klas onderstreept en je mentor cursief.  

Let op: Selecteren doe je door voor de tekst te gaan staan, je linkermuisknop in te drukken en over de tekst te bewegen.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Sneltoetsen gebruiken
Heb je weleens van sneltoetsen gehoord? In plaats van alles met je muis aanklikken, kun je ook veel dingen laten uitvoeren door je toetsenbord. 

  1. Hou tegelijkertijd Ctrl en de B ingedrukt. Typ nu de vraag:
    Welke vakken vond ik vorig jaar moeilijk?
  2.  Als je nu weer CTRL en B tegelijk indrukt, wat gebeurt er dan als je gaat typen?
  3. Probeer ook  om CTRL en I tegelijk in te drukken en antwoord te typen op de vraag van de moeilijke vakken. 
  4. Druk nu CTRL en U tegelijk in, en vertel welke vakken je vorig jaar makkelijk vond. 

Slide 8 - Slide

Bij vmbo 2 kwam naar voren dat de sneltoetsen voor deze doelgroep als onnodig werden gezien. Je kunt slide 5 t/m 8 dan uitvinken zodat deze niet meer mee doen in de les maar bij A2 bijvoorbeeld wel. 
Voorbeeld
Als het goed is, ziet jouw document er nu ongeveer zo uit.

Klopt dat? Zo nee, pas hem even aan.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Lukt het je om de sneltoetsen Ctrl+B, Ctrl+I en Ctrl+U te gebruiken?
A
ja
B
nee

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Gebruikte je deze sneltoetsen zelf ook al weleens?
A
ja
B
nee

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Tabfunctie
Linksboven op je toetsenbord zit een Tab-toets.
Daarmee kun je de tekst mooi uitlijnen. 
Heb je de Tab-toets al gevonden?

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Tabfunctie
Al wil je bijvoorbeeld voor economie in bedrijf een nette prijslijst maken, dan is de tab-functie heel handig.  Hierdoor komt alles netjes onder elkaar met dezelfde afstand.
Opdracht:
Typ het voorbeeld hiernaast na in je eigen document. 

Het euroteken typ je door tegelijkertijd Ctrl+Alt+5 ingedrukt te houden

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Nummering
Je gaat een lijstje maken met leerlingen uit jouw klas met wie je om gaat. 

Zorg dat je de leerlingen nummert. Kijk hiernaast op de afbeelding hoe dat moet. 

Je typt eerst de voornaam, dan gebruik je een tab en typ je de achternaam. 


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Je hebt net een lijstje met namen getypt.
Ga met je cursor achter de laatste naam staan.
Druk op enter.
Druk direct daarna op de tab-functie.
Wat gebeurt er?
A
Er verschijnt een nieuw nummer
B
Ik zie niets verschijnen.
C
Er verschijnt een a
D
Er verschijnt een i

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Waarvoor zijn deze opties in Word met een rood kader?
A
Om automatisch alinea's te krijgen
B
Om de tekst links, rechts of in het midden te zetten
C
Om het lettertype aan te passen
D
Om nummering toe te voegen.

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Afbeelding invoegen
Je gaat een afbeelding invoegen van een zelfgekozen boom. Je kunt in Word eigen afbeeldingen die je hebt opgeslagen op je computer invoegen, maar ook afbeeldingen van internet.

Ga naar :
  • Google en zoek een plaatje van een boom
  • Klik met je rechtermuisknop op de afbeelding
  • Klik op 'Afbeelding kopiëren'
  • Ga weer terug naar je Word-document. Klik met je rechter muisknop waar je de afbeelding wilt hebben en klik dan op 'plakken' of gebruik de sneltoets CTRL+V


Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Pagina draaien
Alles wat je nu hebt getypt staat op een staande pagina. Voor bepaalde werkstukken is het handig om  de pagina ook te kunnen veranderen in de liggende stand. 


1. Druk in je document tegelijkertijd op
CTRL+ enter. Wat gebeurt er? 

2. Vanaf deze nieuwe pagina gaan we de pagina's liggend maken. Dat kan niet zomaar. Je moet eerst aan de computer doorgeven dat je hier een duidelijke scheiding wil. 
Hoe doe je dat?


Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Pagina draaien
We laten nu zien hoe je een duidelijke scheiding maakt tussen twee pagina's. Als dat is gebeurd, kun je de pagina's ook los van elkaar in de staande of liggende stand zetten.

1. Ga naar indeling
2. Klik op eindemarkeringen
3. Klik op 'sectie-einden' optie
 'volgende pagina'
Nu ziet Word een scheiding vanaf deze pagina. Nu moeten we deze pagina nog draaien.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Pagina draaien
We willen alleen de laatste pagina draaien. Zorg dat je cursor dus ook op de laatste pagina staat. 

1. Ga naar indeling
2. Ga naar Afdrukstand
3. Ga naar Liggend

Als je alles goed hebt uitgevoerd, zal nu de laatste pagina draaien in liggende stand en de eerste pagina nog in staande stand staan.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Regelafstand
Bij het vak Nederlands werken we veel met alinea's. Als je een document in moet leveren bij Nederlands komt het ook voor dat zij het over regelafstand hebben.
Daar gaan we nu naar kijken. 
Opdracht:
Op de liggende pagina ga jij wat over jezelf vertellen. Het is de bedoeling dat je 5 tot 10 zinnen typt over jezelf. Beschrijf in verhalende vorm waar je woont en wat je thuissituatie is (hoeveel broers/zussen/ouders bij elkaar etc). Beschrijf wat je hobby's zijn. Beschrijf ook hoe jij de overgang van de brugklas naar de tweede hebt ervaren. Vond je dit makkelijk/moeilijk? Wat maakt een verschil met vorig jaar. 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Regelafstand
Heb je minimaal twee regels onder elkaar getypt? Zo niet, dan mag je nog even wat extra's over jezelf vertellen. Zo ja, dan kun je door met de volgende opdracht.

1. Selecteer de tekst die je net hebt getypt.
2. Ga naar start.
3. Druk op de optie regelafstand (zie pijl 2).
4. Kies regelafstand 3.0
Wat gebeurt er? 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Je hebt tussendoor wat handige toetsen gebruikt, misschien zonder dat je het door had.
Wat gebeurde er door tegelijkertijd op CTRL+ enter te drukken?
A
Je slaat in 1 keer 2 regels over.
B
Je komt in 1 keer op de volgende bladzijde terecht.
C
De cursor gaat een regel terug in plaats van een regel verder.
D
Er gebeurt niks.

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Waarom moet je als je één pagina wilt draaien van het document eerst een sectie einde toevoegen? Dat wil zeggen, aangeven dat er een scheiding tussen de pagina's is?
A
Anders draait de computer het hele document.
B
Anders komt de tekst ook op zijn kant te staan
C
Anders kan de computer het bestand niet printen

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurt er als je de regelafstand groter maakt?
A
De afstand tussen de woorden naast elkaar wordt groter.
B
Het lettertype wordt groter.
C
De afstand tussen de regels wordt groter.

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Document inleveren
Heb je jouw document goed opgeslagen?
Als je alle voorgaande stappen hebt uitgevoerd, is je document af. Dit ga je inleveren in Magister. 
  • 1. ga naar Magister
  • ga naar Opdrachten
  • Open de opdracht:
     'ICT opdracht tweede klas flex'
  • Lever hier jouw document in als bijlage
  • Laat de docent weten dat je het ingeleverd hebt.


Slide 26 - Slide

Als docent is het belangrijk om te checken of de leerling het juist ingeleverd heeft. Sommigen vergeten daadwerkelijk op inleveren te drukken in Magister, anderen vergeten een bijlage toe te voegen. Het is belangrijk dat deze handeling goed gebeurd. 
Foto naar computer sturen
Je maakt met je mobiel een foto van je mappen in Onedrive.
Deze foto stuur je via je mobiel naar je schoolmail. 
Lukt het niet? Vraag je docent. 

Slide 27 - Slide

Let op als docent: deze foto kun je al tijdens de les checken op je eigen laptop. In jouw Lessonup zie je al wie de foto heeft ingeleverd. Controleer deze, is deze niet compleet, dan moet de leerling de opdracht opnieuw uitvoeren. Zo hou je ook controle dat de leerlingen het serieus gaan maken. 
Foto opslaan op Onedrive
1. Open je school e-mail
2. Open de mail waarin de foto staat 
3. Klik met je rechtermuisknop op de bijlage
4. Kies de optie 'opslaan als'
5. Sla de foto op in OneDrive en geef de foto een naam

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Nette mail schrijven
  1. Je gaat nu stap voor stap een mail schrijven aan je flexdocent. In deze mail voeg je straks ook een bijlage toe. Voor die bijlage gebruik je de foto die je net gemaakt hebt en opgeslagen in OneDrive.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Bijlage opslaan en toevoegen
Je gaat nu een nette mail naar je flexdocent sturen.
1. Voeg het emailadres 'd.van.tiel@rsg-enkhuizen.nl' toe bij het vakje 'aan'. 
2. Voeg een onderwerp toe, zoals: Flexopdracht
3. Voeg de bijlage toe, zie het icoontje met de paperclip. 
4. Schrijf een nette mail aan je flexdocent. Wat moet er in staan?
- Aanhef ( Beste mevrouw ....., )
- De boodschap (Hier is mijn flexopdracht voor de ICT-les)
- Afsluiting ( met vriendelijke groet, .....)
5. Staat alles erin? Zo ja, druk op verzenden.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Wat vond je van deze ICT-les?
A
Niet leerzaam
B
Een beetje leerzaam
C
Best wel handig
D
Erg leerzaam

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Tijd over?
Ga naar je school e-mail.
1. Verwijder de e-mails die je niet meer nodig hebt.
2. Zoek uit hoe je de mailadressen van docenten kunt vinden. 


EINDE LES

Slide 32 - Slide

This item has no instructions