fictie

Fictie
  • genres
  • hoofdpersonen en bijfiguren
  • hoe verschilt een gedicht van een verhaal
1 / 10
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 10 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Fictie
  • genres
  • hoofdpersonen en bijfiguren
  • hoe verschilt een gedicht van een verhaal

Slide 1 - Slide

Wat weet je al?
 

  • Fictie: verhalen die verzonnen zijn.
  • Non-Fictie: verhalen die echt gebeurd zijn.

Slide 2 - Slide

Hoofdpersonen: de belangrijkste persoon of personen uit een verhaal.
  • Van deze persoon kom je veel te weten, je leert hem heel goed kennen in het verhaal.
  • Het grootste deel van het verhaal beleef je vanuit deze persoon.
  • De hoofdpersoon heeft in het verhaal een duidelijk probleem of opdracht die opgelost moet worden.

Slide 3 - Slide

bijfiguren
  • Bijfiguren zijn minder belangrijk dan de hoofdpersoon.
  • Over bijfiguren kom je minder te weten.
  • Bijfiguren leer je minder goed kennen dan een hoofpersoon.

Slide 4 - Slide

Genre: een verhaalsoort
Er zijn verschillende verhaalsoorten / genres:  je weet bij welk genre een boek hoort door te kijken naar het belangrijkste onderwerp van het boek

Bijvoorbeeld: avonturenverhaal / oorlogsverhaal / liefdesverhaal / probleemverhaal / grappig verhaal / meidenverhaal / historisch verhaal  of een sprookjes

Slide 5 - Slide

En wat is dit?

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Gedichten
Een gedicht is anders dan een verhaal. Een gedicht gaat over één gebeurtenis, gedachte of gevoel. Je herkent een gedicht aan bepaalde kenmerken:
  • De regels zijn niet helemaal vol geschreven, er is veel wit op de bladzijde.
  • De regels staan in groepjes bij elkaar dat heet een strofe.
  • In een gedicht komt soms rijm voor.
  • Een gedicht heeft ritme, dat hoor je als je het hardop leest.

Slide 8 - Slide

Gedichten
Een gedicht is anders dan een verhaal. Een gedicht gaat over één gebeurtenis, gedachte of gevoel. Je herkent een gedicht aan bepaalde kenmerken:
  • De regels zijn niet helemaal vol geschreven, er is veel wit op de bladzijde.
  • De regels staan in groepjes bij elkaar dat heet een strofe.
  • In een gedicht komt soms rijm voor.
  • Een gedicht heeft ritme, dat hoor je als je het hardop leest.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video