What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
Vraagzinnen en vraagwoorden
Welkom
Jas uit, capuchon af
Telefoon in de tas
Neem een laptop
(GEEN koptelefoon)
Ga rustig zitten
Log in op de laptop
Praat zachtjes met je buur
1 / 34
next
Slide 1:
Slide
NT2
ISK
This lesson contains
34 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
60 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Report this lesson
Items in this lesson
Welkom
Jas uit, capuchon af
Telefoon in de tas
Neem een laptop
(GEEN koptelefoon)
Ga rustig zitten
Log in op de laptop
Praat zachtjes met je buur
Slide 1 - Slide
Startklaar:
Kom op tijd en ga rustig op je plek zitten.
Telefoon
in
je tas
.
Jas uit, kauwgom uit, pet of capuchon af.
Schoolspullen op tafel: laptop, etui.
Slide 2 - Slide
Afspraken:
Wees respectvol.
Luister naar de docent en naar elkaar.
Steek je hand op als je iets wil vragen of zeggen.
Slide 3 - Slide
Overzicht van de les
Wie is er wel en wie niet?
Hoe is het met je?
Lesdoel
Vraagwoorden herhalen en vraagzinnen maken
(Uitleg, quiz, spelletje)
Aan de slag (werkbladen)
Afsluiting
Slide 4 - Slide
Hoe zit jij er nu bij?
Slide 5 - Poll
Verwachtingen
Tijdens de les:
Luister je stil mee tijdens de instructie;
Werken we rustig alleen of samen;
Doe je actief mee;
Ben je verantwoordelijk voor je eigen gedrag;
Mag je
altijd
om hulp vragen als het even niet lukt.
Slide 6 - Slide
Lesdoel
Ik kan:
Vraagwoorden gebruiken.
Een vraagzin maken van een gewone zin.
Ik weet:
Een vraag te herkennen.
De volgorde van woorden in een vraagzin.
Slide 7 - Slide
Vragen en vraagwoorden
Wat weten jullie al?
Slide 8 - Slide
Vragen maken
Een vraag is een zin met op het einde een
?
1. Een vraagzin begint vaak met een
vraagwoord
.
Er zijn 8 vraagwoorden.
Wie Wat Waar Hoe Wanneer Waarom Hoeveel Welke
1
2
3
4
5
6
7
8
Slide 9 - Slide
_______ is moe na het sporten?
A
Wie
B
Wat
C
Wanneer
D
Hoe
Slide 10 - Quiz
_____ doe je? Ik lees een boek.
A
Wie
B
Wat
C
Hoe
D
Wanneer
Slide 11 - Quiz
_________ heb je weekend?
Op zaterdag en zondag.
A
Waar
B
Wanneer
C
Waarom
D
Hoe
Slide 12 - Quiz
_________ ga jij naar school?
In Bergen op Zoom.
A
Wie
B
Wanneer
C
Waarom
D
Waar
Slide 13 - Quiz
_______ ga jij naar school?
Ik wil Nederlands leren.
A
Wie
B
Hoe
C
Waarom
D
Waar
Slide 14 - Quiz
___________ hebben wij de toets? Maandag.
A
Waar
B
Wanneer
C
Waarom
D
Hoe
Slide 15 - Quiz
Maak zoveel mogelijk vragen bij deze zin
Mijn buurvrouw gaat morgen met de auto op vakantie naar Duitsland
Slide 16 - Slide
Wordwall spelletjes
Verbind de vraagwoorden
Vraagwoorden quiz
Vul het juiste vraagwoord in
Maak de zin af
Vragen sorteren
timer
5:00
Slide 17 - Slide
Vragen maken
Een vraag is een zin met op het einde een
?
2. Een vraag kan ook beginnen met het werkwoord.
Slide 18 - Slide
Gewone zinnen:
Wie/Wat
Werkwoord
Rest
Jullie
willen
thee.
Hij
loopt
altijd naar school.
Jij
gaat
boodschappen doen.
Slide 19 - Slide
Vraagzinnen
Welke
3
dingen zijn er veranderd?
Werkwoord
Wie/wat
Rest
Willen
jullie
thee?
Loopt
hij
altijd naar school?
Ga
jij
boodschappen doen?
Slide 20 - Slide
Let op!!!!!!!!!!!!!!
Vraagzin met jij?
T
moet WEG
Jij loop
t
naar school.
Loop
jij naar school?
Jij gaa
t
naar de zee.
Ga
jij naar de zee?
Slide 21 - Slide
Maak een vraag van deze zin:
Jullie leren Nederlands.
Slide 22 - Open question
Maak een vraag van deze zin:
Jij loopt naar school.
Slide 23 - Open question
Maak een vraag van deze zin:
Jij bent 18 jaar oud.
Slide 24 - Open question
Maak een vraag van deze zin:
Hij schrijft een zin.
Slide 25 - Open question
Aan de slag
Maak de oefening op de werkblad
Vragen stellen kan als ik bij je langskom!
Zachtjes werken!
Slide 26 - Slide
Controle
Wat vraagt u? => Aan het eind staat een
vraagteken
(?)
Wie is die jongen? NIET: Wie jongen is die?
Maak een vraag. => Het werkwoord staat
na
het vraagwoord.
Wanneer zijn de foto's klaar? NIET: Wanneer de foto's klaar zijn?
Gebruik
JE
.
Wat ga je doen vanavond? NIET: Wat gaat doen hij vanavond?
Maak een vraag met WIE of WAT. Iets: Wat wil je? NIET: Wie?
Slide 27 - Slide
Na een vraagzin komt een
antwoordzin
....
Slide 28 - Slide
Antwoorden met ja of nee
Begint de vraagzin met een werkwoord?
Dan kan je JA of NEE antwoorden.
Ga
je mee naar de stad?
Ja
, ik ga mee.
Koop je
ook nieuwe schoenen?
Nee, ik heb
geen geld.
Slide 29 - Slide
Antwoorden na vraagwoord
Begint de vraagzin met een vraagwoord?
Dan kan je
NIET
JA of NEE antwoorden.
Wanneer? (tijd) Waar? (plaats) Wie? (personen)
Wat? (dingen) Waarom? (reden) Hoe? (manier)
Waar
ga je heen? Ik ga naar de stad.
Wanneer
is het vakantie? Over 3 weken.
Slide 30 - Slide
Aan de slag
Maak de oefening op het werkblad
Slide 31 - Slide
Aan de slag
Maak de oefeningen van je werkbladen.
Vragen stellen kan als ik bij je langskom! Zachtjes werken!
Slide 32 - Slide
Blooket
Slide 33 - Slide
Afsluiting: lesdoel gehaald?
Ik kan:
Vraagwoorden gebruiken.
Een vraagzin maken van een gewone zin.
Ik weet:
Een vraag te herkennen.
De volgorde van woorden in een vraagzin.
Slide 34 - Slide
More lessons like this
Deviant Starttaal Vooraf Op weg naar 1F Thema 2 Hoofdstuk 4
September 2024
-
8 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Culturele Ingrediënten
June 2022
-
9 slides
Culturele en kunstzinnige vorming
Middelbare school
vwo
Leerjaar 6
Dé Schoolreisgids
Maatschappelijke Ingrediënten
June 2022
-
9 slides
Culturele en kunstzinnige vorming
Middelbare school
vwo
Leerjaar 6
Dé Schoolreisgids
Natuurlijke Ingrediënten
June 2022
-
9 slides
Culturele en kunstzinnige vorming
Middelbare school
vwo
Leerjaar 6
Dé Schoolreisgids
Starttaal instap thema 1 taak D: Mag ik iets vragen?
September 2024
-
40 slides
Nederlands
Praktijkonderwijs
Leerjaar 1
Burgerschap - Mondelinge communicatie | 'Hoe houd jij het veilig?'
September 2024
-
8 slides
Begrijpend lezen
Burgerschap
Basisschool
Groep 5-8
Kidsweek in de Klas
Burgerschap - Mondelinge communicatie | 'Hoe houd jij het veilig?'
September 2024
-
8 slides
Begrijpend lezen
Burgerschap
Basisschool
Groep 5-8
Kidsweek in de Klas
EF Metacognitie - Les 6: Soorten vragen
September 2025
-
14 slides
Mentorles
Middelbare school
mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-5
KCEF