11.3 Voeding en vertering

11.3: Voeding en vertering
Vertering van: 
- Koolhydraten
- Eiwitten
- DNA/RNA



1 / 21
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

11.3: Voeding en vertering
Vertering van: 
- Koolhydraten
- Eiwitten
- DNA/RNA



Slide 1 - Slide

Leerdoelen 11.3
  • De invloed van pH en temperatuur uitleggen op de werking van enzymen (zie lessonup 11.3 enzymen klassikaal)
  • De bouw van koolhydraten, eiwitten en vetten beschrijven en benoemen.
  • In stappen de vertering van verschillende koolhydraten, eiwitten en vetten beschrijven met benoeming van deelproducten, waarbij alle betrokken organen en enzymen, samen met hun functies aangegeven worden


Slide 2 - Slide

Begrippen 11.3
10.3: macromoleculen, substraat, enzym, substraatspecifiek, hydrolyse, verteringsenzymen, denatureren, optimum (pH, T), polysacharide, disacharide, monosacharide, polypeptiden, oligopeptide, dipeptide, peptideverbinding, aminozuren


Slide 3 - Slide

vertering van koolhydraten
We gaan even naar bioplek.org.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Link

Spijsverteringsenzymen: 82E

Slide 6 - Slide

Op welke plaatsen worden polysachariden verteerd?
A
mond
B
mond, maag,12-vingerige darm
C
mond, 12-vingerige darm en dunne darm

Slide 7 - Quiz

Welke producten worden geresorbeerd?
A
monosacharidden
B
mono- en disachariden

Slide 8 - Quiz

Koolhydraatvertering, BINAS 82G

Slide 9 - Slide

Overschot koolhydraten?
- Opslag in de vorm van glycogeen, onder invloed van hormonen glucagon en insuline (alvleesklier)

Slide 10 - Slide

Vertering van eiwitten
weer naar bioplek

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Link

Spijsverteringsenzymen: 82E

Slide 13 - Slide

Wat is het verschil tussen de werking van pepsine en peptidase?

Slide 14 - Open question

Eiwitvertering, BINAS 82G

Slide 15 - Slide

Eiwitten zijn:
A
Brandstoffen
B
Bouwstoffen
C
Brandstoffen en bouwstoffen
D
aminozuren

Slide 16 - Quiz

Kun je van niet-essentiële aminozuren essentiële aminozuren maken?
A
ja
B
nee

Slide 17 - Quiz

Vertering van DNA?

Slide 18 - Slide

Spijsverteringsenzymen: 82E

Slide 19 - Slide

Op welke plaatsen wordt DNA verteerd?

Slide 20 - Open question

Welke vraag heb je voor de les?

Slide 21 - Open question