TA1ta & TA1Ka Woordsoorten blok 3-5-6

Extra materiaal
https://maken.wikiwijs.nl/73089/Woordsoorten#!page-1869424
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 1

This lesson contains 31 slides, with text slides and 4 videos.

Items in this lesson

Extra materiaal
https://maken.wikiwijs.nl/73089/Woordsoorten#!page-1869424

Slide 1 - Slide

Welkom bij Nederlands!
Klaar voor de les?
  • Telefoon in hotel?
  • Spullen op tafel?
  • We beginnen met 10 min lezen.
Programma
  • Lezen
  • Grammatica - woordsoorten
     Blok 3 + 5 + 6
  • zelfstandig naamwoord + lidwoord

Slide 2 - Slide

Niet vergeten
  • Onderwerp spreekbeurt op de lijst.
  • Woensdag nabespreken proefwerk Lezen 3+4


Slide 3 - Slide

Lekker lezen
timer
10:00

Slide 4 - Slide

Huiswerkcontrole

Slide 5 - Slide

Grammatica - woordsoorten
Woordsoorten zijn eigenlijk een soort 'families'.  Elk woord in de Nederlandse taal kun je onderverdelen in zo'n familie. Deze 4 families (woordsoorten) behandelen we in leerjaar 1:
  • Lidwoord
  • Zelfstandig naamwoord
  • Bijvoeglijk naamwoord
  • Voorzetsel 

Slide 6 - Slide

Lesdoel Grammatica blok 3-5-6
  • Je kunt in een zin de zelfstandige naamwoorden herkennen en benoemen.
  • Je kunt in een zin de lidwoorden herkennen en benoemen.
  • Je kunt het bijvoeglijk naamwoord in een zin herkennen en benoemen.
  • Je kunt het voorzetsel in een zin herkennen en benoemen.

Slide 7 - Slide

Benoem de lidwoorden (lw), zelfstandige naamwoorden (znw) en bijvoeglijke naamwoorden (bnw) in deze zinnen:
 
  1. De hond
  2. Een kleine hond blaft.
  3. De hondje springt in een grote plas.
Wat weet je al?
timer
2:00

Slide 8 - Slide

Zelfstandig naamwoord

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Zelfstandig naamwoord

Slide 11 - Slide

Vragen
  1. Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin:                                                                                                                        In het zicht van de finish voelde Sep de kracht uit zijn lijf wegstromen. 
  2. Bedenk een zin waarin drie zelfstandige naamwoorden staan.
  3. Bedenk een zin die begint met een zelfstandig naamwoord.

Slide 12 - Slide

Zelfstandig werken
  • Maken:  opdracht 15 + 17 (znw)
  • Hoe: 1e vijf minuten alleen en in stilte (dus ook geen vragen)
  • Hulp: 1.  theorie, boek  2. Buur (fluisteren), 3. BROA
  • Klassikaal antwoorden bespreken 


Grammatica blok 3 - 3.6 zelfstandig naamwoord
Eerder klaar?
  • Maak ook opdracht 16 / staar in stilte voor je uit / lezen in je leesboek
timer
10:00

Slide 13 - Slide

Lidwoord

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Lidwoorden
KGT - blz. 123

Slide 16 - Slide

Vragen
  1. Wat zijn de lidwoorden in deze zin:
Een jongen loopt naar een tafel op de Brink.
   2. In welke situatie gebruik je altijd het lidwoord -de-?
   3. In welke situaties gebruik je altijd het lidwoord - het-?
   4. Je weet nu dat er drie lidwoorden in het Nederlands zijn.         
Welke lidwoorden ken je in het Engels en in het Frans?

timer
3:00

Slide 17 - Slide

Het wel/geen lidwoord?
  1. Heb je het raam dichtgedaan?
  2. Heb je het tegen hem gezegd?
Goed opletten bij het!

Slide 18 - Slide

Zelfstandig werken
  • Maken:  opdracht 18, 19 (lw)
  • Hoe: 1e vijf minuten alleen en in stilte (dus ook geen vragen)
  • Hulp: 1.  theorie, boek  2. Buur (fluisteren), 3. BROA
  • Klassikaal antwoorden bespreken 


Grammatica blok 3 - 3.7 lidwoord
Eerder klaar?
  • Bedenk zelf een toetsvraag over lidwoord en zelfstandig naamwoord.
  • Lezen in je leesboek / staar in stilte en denk aan leuke dingen.
timer
10:00

Slide 19 - Slide

Bijvoeglijk naamwoord

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Bijvoeglijk naamwoord (blok 5)
KGT - blz. 223

Slide 22 - Slide

Vragen
  1. Wat zijn de bijvoeglijke naamwoorden in deze zin:                                                                                                                         

Slide 23 - Slide

Je kan van een voltooid deelwoord (gekocht, gereden, gewacht, herontdekt, verloren... ) heel snel een bijvoeglijk naamwoord maken.

 Ik heb de afspraak gepland --- de geplande afspraak.
Hij heeft een brief geschreven --- de geschreven brief.

Zou je een regel kunnen bedenken voor de schrijfwijze van een bijvoeglijk naamwoord? Het gaat er dan om dat je bij sommige bijvoeglijke naamwoorden op een 'n' eindigen en sommige niet. Hoe kan dat?

Je kan van een voltooid deelwoord (gekocht, gereden, gewacht, herontdekt, verloren... ) heel snel een bijvoeglijk naamwoord maken.

  • Ik heb de afspraak gepland --- de geplande afspraak.
  • Hij heeft een brief geschreven --- de geschreven brief.

Zou je een regel kunnen bedenken voor de schrijfwijze van een bijvoeglijk naamwoord?
Het gaat er dan om dat je bij sommige bijvoeglijke naamwoorden op een 'n' eindigen en sommige niet. Hoe kan dat?

Slide 24 - Slide

Zelfstandig werken
  • Maken:  opdracht 9 + 10 (+ 11 = extra oefenen / + 12 = extra uitdaging)
  • Hoe: 1e vijf minuten alleen en in stilte (dus ook geen vragen)
  • Hulp: 1.  theorie, boek  2. Buur (fluisteren), 3. BROA
  • Klassikaal antwoorden bespreken 


Grammatica blok 5 - bijvoeglijk naamwoord
Eerder klaar?
  • Grammatica Blok 5, woordsoortbenoemening- voorzetsel, blz. 225
  • Maken opdracht 13 + 14 (15 = extra uitdaging)
  • Lezen in je leesboek
timer
10:00

Slide 25 - Slide

Voorzetsels

Slide 26 - Slide

Voorzetsels
KGT - blz. 226

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

Zelfstandig werken
  • Maken:  opdracht 14
  • Hoe: 1e vijf minuten alleen en in stilte (dus ook geen vragen)
  • Hulp: 1.  theorie, boek  2. Buur (fluisteren), 3. BROA
  • Klassikaal antwoorden bespreken 


Grammatica blok 5 - voorzetsels
Eerder klaar?
  • Blok 6 - opdracht 9 + 10 + 11 (herhaling woordsoorten)

timer
3:00

Slide 29 - Slide

Zelfstandig werken
  • Maken:  opdracht 9 + 10 + 11
  • Hoe: 1e vijf minuten alleen en in stilte (dus ook geen vragen)
  • Hulp: 1.  theorie, boek  2. Buur (fluisteren), 3. BROA
  • Klassikaal antwoorden bespreken 


Grammatica blok 6 - woordsoorten herhaling
Eerder klaar?
  • Lezen in je leesboek

timer
5:00

Slide 30 - Slide

Lesdoel gehaald?
De nieuwe smartphone is in de oude winkel op de grond gevallen.

Benoem de lidwoorden (lw), zelfstandige naamwoorden (znw), bijvoeglijke naamwoorden (bnw) en de voorzetsels (vz).

Slide 31 - Slide