figuurlijk taalgebruik 3K en 3B

Welkom
PLATTEGROND
Pak je boek, schrift, pen.
Neem iets om te lezen.
Wacht tot de les begint.
Ga lekker lezen.

timer
10:00
Cameratoezicht bij station Tiel om overlast te verminderen
De gemeente Tiel heeft deze week camera’s geplaatst bij station Tiel. Aanleiding is het aantal meldingen van overlast en diefstal bij de politie.
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Welkom
PLATTEGROND
Pak je boek, schrift, pen.
Neem iets om te lezen.
Wacht tot de les begint.
Ga lekker lezen.

timer
10:00
Cameratoezicht bij station Tiel om overlast te verminderen
De gemeente Tiel heeft deze week camera’s geplaatst bij station Tiel. Aanleiding is het aantal meldingen van overlast en diefstal bij de politie.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Link

Waar denk je aan bij figuurlijk taalgebruik?

Slide 3 - Mind map

10

Slide 4 - Video

Wat is letterlijk en figuurlijk taalgebruik?

Slide 5 - Open question

Quiz
Lokaal in vier vakken verdelen: A/ B/ C/ D.
Vraag laten zien.
Loop naar het juiste antwoord.

Slide 6 - Slide

Wat is figuurlijk taalgebruik?
A
Precies zoals het er staat.
B
Er wordt iets anders bedoeld dan er eigenlijk staat.

Slide 7 - Quiz

Wat is een voorbeeld van figuurlijk taalgebruik?
A
Mijn kapper zit met haar handen in mijn haar.
B
De wedstrijd was onwijs spannend.
C
Onder de boom lag een dode vogel.
D
Ik zit met mijn handen in het haar.

Slide 8 - Quiz

Is dit letterlijk of figuurlijk taalgebruik?
A
Letterlijk
B
Figuurlijk

Slide 9 - Quiz

Welke zin is figuurlijk taalgebruik?


A
Mijn broer is een beer van een kerel.
B
In het bos is een beer gespot.

Slide 10 - Quiz

Welke zin is figuurlijk taalgebruik?


A
Er kwam geen kip in de winkel.
B
De winkel verkocht geen kip meer.

Slide 11 - Quiz

Wat is geen voorbeeld van figuurlijk taalgebruik
A
Het zag zwart van de mensen
B
Ik vond het maar een mager cijfer
C
Mijn moeder zegt dat ik dat niet moet doen
D
Dat is niet iets om over naar huis te schrijven

Slide 12 - Quiz

Welke zin is figuurlijk taalgebruik?


A
Zij is op het paard getild.
B
Zij is over het paard getild.

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Link

Zelfstandig werken 3Kader
Lees
de aantekeningen nog eens goed door.
Maak
Hoofdstuk 3, paragraaf Woordenschat, blz. ....... opdracht 1 en 2.
Tekst eerst klassikaal lezen!

Hoe
opdrachten stil maken, zachtjes overleggen mag als je naast iemand zit.
Tijd
20 minuten
Klaar?
ga lekker lezen
Resultaat

Slide 15 - Slide

Zelfstandig werken 3Kader
Lees
de aantekeningen nog eens goed door.
Maak
Hoofdstuk 3, paragraaf Woordenschat, blz. ... opdracht 1 t/m 7.

Hoe
opdrachten stil maken, zachtjes overleggen mag als je naast iemand zit.
Tijd
20 minuten
Klaar?
ga lekker lezen
Resultaat

Slide 16 - Slide

Zelfstandig werken 3Basis
Lees
de aantekeningen nog eens goed door.
Maak
Startopdracht klassikaal doen.
Blz. 102-104, opdracht 1 en 2.
Tekst eerst klassikaal lezen!
Hoe
opdrachten stil maken, zachtjes overleggen mag als je naast iemand zit.
Tijd
20 minuten
Klaar?
ga lekker lezen
Resultaat

Slide 17 - Slide

Zelfstandig werken 3Basis
Lees
de aantekeningen nog eens goed door.
Maak
blz. 102-107, opdr. 1 t/m 9

Hoe
opdrachten stil maken, zachtjes overleggen mag als je naast iemand zit.
Tijd
20 minuten
Klaar?
ga lekker lezen
Resultaat

Slide 18 - Slide