4.6 Sociale Cohesie

4.6 Sociale cohesie
1 / 12
next
Slide 1: Slide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

4.6 Sociale cohesie

Slide 1 - Slide

Spoorboekje
1. Werk en discriminatie
2. Bourdieu en vijf vormen van kapitaal
3. Sociale cohesie en bindingen

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
17.    De leerling kan uitleggen wat sociale cohesie is en kan vier soorten bindingen benoemen, uitleggen en toepassen

18.    De leerling kan de vijf vormen van kapitaal van Bourdieu benoemen, uitleggen en toepassen

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Vind je dat de staat hier iets aan moet doen? Waarom en hoe?

Slide 5 - Open question

1. Racisme en werk
- Hoe zit het met integratie in Nederland?
- Vooruitgang en stagnatie

Onderwijs: Mobiliteit qua onderwijsniveau en veel schoolverlaters
Arbeidsmarkt: Opkomst in middenklassen en grote jeugdwerkloosheid

- Socioloog Ruud Koopmans: dat heeft met discriminatie te maken, maar ook met andere factoren.

- Belangrijke factoren zijn: taalbeheersing, interetnische contacten, mediagebruik en opvattingen over sekserollen

Slide 6 - Slide

2. Bourdieu en vijf vormen van kapitaal
- Bourdieu: wat je doet wordt niet helemaal bepaalt door de samenleving. Maar de samenleving is ook weer geen verzameling individuen
- Veld: samenleving bestaat uit overlappende velden (politiek, kunst, wetenschap). Binnen dat veld: deels onbewuste machtstrijd gaande. Binnen elk veld zijn er bepaalde spelregels waar je je aan moet houden
- Habitus: geheel van houdingen, gewoontes, smaak, voorkeuren, maniertjes en morele intuities
- Macht verwerven --> vier vormen van kapitaal:
1. Economisch kapitaal (moneys, ontroerend goed)
2. Sociaal kapitaal (relaties, netwerken)
3. Cultureel kapitaal (kennis, vaardigheden, opleiding)
4. Symbolisch kapitaal (erkenning)
5. Linguistisch kapitaal (taalbeheersing)

Slide 7 - Slide

3. Sociale cohesie en bindingen
- Sociale cohesie: de mate waarin mensen in een samenleving bindingen met elkaar ervaren en het gevoel hebben bij elkaar te horen

1. Affectieve bindingen: familie en vrienden. Collectieve ervaringen
2. Economische bindingen: bedrijf waar je werkt, winkels waar je koopt. Arbeidsdeling en globalisering.
3. Cognitieve bindingen: leraar op school, bijles docent, judo leraar. Communicatienetwerken en historische kennis
4. Politieke bindingen: politici op wie je stemt, burgemeester. Sociaal contract.

Slide 8 - Slide

Weten wie Anne Frank was, daarbij gaat het om:
A
Affectieve binding
B
Economische binding
C
Cognitieve binding
D
Politieke binding

Slide 9 - Quiz

De juiste mensen kennen, die je aan een baan kunnen helpen, dan gaat het om:
A
Cultureel kapitaal
B
Sociaal kapitaal
C
Symbolisch kapitaal
D
Linguïstisch kapitaal

Slide 10 - Quiz

Als Koopmans aangeeft dat taalbeheersing een belangrijke factor is als het gaat om werkloosheid, dan gaat het om
A
Economisch kapitaal
B
Cultureel kapitaal
C
Sociaal kapitaal
D
Linguïstisch kapitaal

Slide 11 - Quiz

Volgende les
Voor vrijdag: vat al je bronnen samen
Voor volgende week maandag: 4.7

Slide 12 - Slide